Spring naar de content

Mies Bouwman (1929 – 2018): ‘Geluk is een besluit’

Mies Bouwman, de koningin van de Nederlandse televisie, is op 88-jarige leeftijd overleden. Vorig jaar mei sprak ze in HP/De Tijd nog één keer over haar helden, angsten en gelukkige momenten. "Ik was het gelukkigst in de bijna zestig jaar dat ik samen was met mijn man."

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Nick Muller

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Rustig. Alle opwinding – alle vreugde, alle verdriet – heb ik achter de rug. En dat is goed.

Wie zijn uw helden?
Ik hou niet van helden. Ik heb bewondering voor mensen die iets fantastisch hebben gedaan, maar ik vereer ze niet.

[blendlebutton]

Aan wie ergert u zich?
Aan overdreven mensen. En dan met name: mensen die overdreven hun bewondering voor je uitspreken. Die moet ik niet.

Lijkt u op uw moeder?
De babbel heb ik van mijn moeder, de humor denk ik ook. Verder lijken we niet erg op elkaar. Ik ben net als mijn vader rechttoe rechtaan. Als er iets is met iemand, dan zeg ik dat gewoon. Mijn moeder kende allerlei sluipwegen om dat soort confrontaties te omzeilen. Maar ja, mijn moeder was rooms, mijn vader katholiek.

Wat zijn uw dagdromen?
Vroeger, toen mijn man er nog was, dagdroomde ik weleens over wat we morgen zouden kunnen gaan doen, of volgende week, of volgend jaar. Het was een leven vol toekomst. Na zijn dood is dat in één klap weggevaagd. Eigenlijk wil ik nu het liefst helemaal niets meer.

Wat is uw grootste angst?
Dat er iets vreselijks gebeurt met mijn kinderen, kleinkinderen of achterkleinkinderen.

Bidt u weleens?
Ik ben katholiek opgevoed, maar ik heb na mijn 21ste nooit meer gebeden.

Bent u aantrekkelijk?
Vroeger zeiden mensen weleens dat ik ‘iets’ had, maar wat dat dan was, weet ik niet. Ik heb er ook nooit bij stilgestaan of ik aantrekkelijk ben. Mijn man vond van wel.

Wat is uw definitie van geluk?
Een kus van een kind.

Bent u monogaam?
Ja.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Ik huil geregeld in bed. Of wanneer ik ’s avonds voor de televisie zit en ik op de een of andere manier denk dat hij door de gang loopt.

Wat is uw grootste ondeugd?
Mijn optimisme. Daar word je gek van. Wat er ook gebeurt, ik roep altijd: het komt wel goed. Tegenwoordig is dat anders, maar toch.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn man. Die kalmeerde me als ik me te veel opwond en hij porde me op als ik dreigde in te slapen. Hij heeft me geweldig aangemoedigd om te doen wat ik heb gedaan. Als ik dacht: dat programma doe ik niet, dan was hij er altijd met een goed argument om het wel te doen, en meestal had hij dan gelijk.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet zo van de vriendinnen ben. Vrouwen kijken vaak tegen me op. Dan is contact eigenlijk al niet meer mogelijk. In een vriendschap moet je gelijkwaardig aan elkaar zijn. Mannen zijn wat dat betreft zakelijker.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Humor in ieder geval en gevoel.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou de tijd dertig jaar willen terugdraaien en die fase van mijn leven opnieuw willen beleven.

Hoe ontspant u zich?
Ik loop iedere dag minstens een of twee keer door de tuin en snoei dan hier en daar wat; heerlijk vind ik dat. De televisie – die altijd aan staat, omdat het anders zo stil is in huis – geeft ook rust. En de kranten. Die lees ik ontzettend goed.

Ik verheug me altijd op de zaterdagedities, want die zijn zo lekker dik. Daar kan ik de helft van de zaterdag en de helft van de zondag mee door.

Gelooft u in God?
Het zou lekker zijn als ik dat deed.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan mijn familie. En in materiële zin is dat aan deze plek. Het huis, de tuin, de rivier die bijna door onze tuin stroomt – prachtig.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik heb mijn ouders veel verdriet gedaan door buiten de kerk om te trouwen met een gescheiden man die niet-katholiek was. Vooral mijn vader heeft daar geweldig verdriet van gehad.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Een miskraam. Niet dat ik daar iets aan kon doen, maar toch.

Wanneer was u het gelukkigst?
In de bijna zestig jaar dat ik samen was met mijn man. Het was ook weer niet zo dat we de hele dag liepen te stralen – ook wij kenden pieken en dalen, maar over het algemeen waren we ontzettend gelukkig.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Er zijn een paar mensen die zich aan me opdringen, mensen die je ontmoet en niet meer kwijtraakt. Het zijn geen kwade geesten hoor, ze bedoelen het goed, maar ik word bloednerveus van ze.

Wat is uw devies?
Geluk is een besluit.

[/blendlebutton]

Onderwerpen