Het levensgevaarlijke trollenleger van Arthur ‘Nero’ van Amerongen

Een compliment van het NRC Handelsblad is de kus des doods. Wie schetst mijn verbijstering toen ik gisteravond het volgende las.

Pas op voor columnist Arthur van Amerongen (Volkskrant, HP/De Tijd). Die man is levensgevaarlijk. Hij is de Nero van het schriftelijk vilein en zijn twittervolgers vormen een praetoriaanse garde. Daarnaast geniet hij de steun van columnisten Sylvain Ephimenco en Theodor Holman. Vorig jaar was er een opiniërende GroenLinks-medewerker die Van Amerongen maar niets vond en de Volkskrant en HP/De Tijd aanschreef met het verzoek Van Amerongen te ontslaan. Oeps. Hij werd voor straf door drie columnisten in drie verschillende kranten (HP/De Tijd, Trouw, Parool) voor paal gezet.

Hoe dodelijk is het om geparkeerd te worden tussen de Benidorm Bastards van de vaderlandse columnistiek? En hoe vernederend is dit niet voor Rob Hoogland, co-auteur van ons Grote Foute Jongensboek en mijn onvoorwaardelijke steunpilaar in deze barre tijden? De gesel van de Basisweg wordt in het cursiefje van Eric C. Hendriks volstrekt genegeerd, alsof hij geen 20.000 columns schreef voor De Telegraaf.

Oom Rob is momenteel aan het golfen met vooraanstaande kunsthandelaren van de TENA-beurs in Maastricht en leest het Handelsblad gelukkig niet want ‘daar krijgt hij eczeem en nog meer levervlekken van’.

Ik kan wel inpakken. Of voor de Allerhande gaan schrijven. En het ergste moest nog komen: de reaguurders. Een bloemlezing uit het Twitter-riool:

(Hierop reageerde ik heel gevat met: ik zou geschreven hebben ‘als de spreekwoordelijke lemmingen’ want nu zie ik allemaal bebrilde lemmingen met Albert Heijn-tassen vol boeken in een ravijn springen.)

Het zal allemaal maar op mijn grafsteen worden gebeiteld! Nu moet ik schoorvoetend toegeven dat Eric C. Hendriks ook wel een beetje gelijk heeft inzake de arme Sybren Kooistra, de spindoctor van Jesse Klaver. Kooistra heeft mij op de kaart gezet en mijn trollenleger gemobiliseerd toen hij dit schreef:

Zelfs ‘progressieve’ media zoals de Volkskrant, Parool of Trouw bieden steeds meer ruimte aan conservatief-sociale geluiden: de Martin Sommers, Max Pams, Syvain Ephimencos, Wierd Duks en Theodor Holmans. Hun columns zijn vrijwel zonder uitzondering een ‘backlash’ van in dit geval veelal oude witte mannen op elke ‘zij’ — moslims, vrouwen, feministen, antiracisten, klimaatactivisten — die hun verworvenheden en gangbaarheden bekritiseren. Een goed voorbeeld is hét gekoesterde symbool van de alt-right: Pepe. De kikker die als meme beroemd werd omdat het ‘t idee van ‘lekker taboeloos jezelf zijn’ visualiseerde. Inmiddels heeft de kikker Trump, Baudet, een nazi en een bewapende Klu Klux Klan man gesymboliseerd. En altijd is het de vraag: is het een grap, of is het fascisme? En telkens gaat de kikker een stap verder. Deze waas van ironie geeft ruimte voor het daadwerkelijk sinistere (vrouwenhaat, witte superioriteit). Je ziet zoiets in Nederland bijvoorbeeld bij een columnist als Arthur van Amerongen (Volkskrant, HP/De Tijd) die zijn podia veiligstelt door zijn racistische drek te verhullen in een ironische klaagzang op politieke correctheid.

Sybren, de slippen- en tassendrager van Klaver, is toen inderdaad flink aangepakt door Benidorm Bastards Holman en Ephimenco en teruggefloten door het politbureau van GroenLinks. Sindsdien horen we weinig meer van hem. Wel jammer, want ik ben benieuwd hoe Sybren, die zichzelf gendervrij feminist noemt, de kwestie rond de aanrandende en inmiddels ontslagen medewerker van GroenLinks had gedownplayed.

Ik ben dus op de kaart gezet door GroenLinks en dankzij twee recente cursiefjes in HP/De Tijd. De eerste ging over juffrouw Ollongren en de tweede over meneer Pechtold.

Overal in den lande wordt gefluisterd dat het hier om een vendetta gaat, een persoonlijke afrekening van mij met D66. Niets is minder waar want die twee stukjes tikte ik gierend van het lachen, slechts onderbroken door het verschonen van mijn TENA-slip. In alle bescheidenheid durf ik hier te beweren dat ik het beslissende duwtje gaf inzake de duizelingwekkende val van D66, die aanstaande woensdag bij de gemeenteraadsverkiezingen gehalveerd zal worden qua zetels.  Maar nogmaals: nothing personal.

Verder ben nog nooit levensgevaarlijk genoemd door iemand, dus incasseer ik die opmerking van Eric C. Hendriks als een geil compliment.  Mijn valse hoofdredacteur Tom Kellerhuis heeft mij eens als een levensgevaarlijk monster afgeschilderd in kappersblaadje Nieuwe Revu maar dat had meer te maken met mijn latexallergie: ik doe het nooit met kapotjes.

Ik omschrijf mijzelf het liefst als de liefste man ter wereld, subtiel verwijzend naar W. F. Hermans. En nu ik mijzelf toch een heerlijke kietelveer in de reet steek: op zijn sterfbed fluisterde Gerrit Komrij mij in het oor: “Pak ze, Tuurtje!”

Ik sta op de schouders van een reus.

Meer Arthur van Amerongen? Volg ons op Facebook