De nieuwe zaakwaarnemer van de vriendin heet Mino

De vriendin was weg. Even die neus in de wind, le boel le boel en hup, die ecologische voetafdruk nog wat steviger in de aarde planten. Paar dagen naar een land waar het altijd beter toeven is dan hier, behalve dan in de paar dagen dat zij er bivakkeerde. Dus terwijl ik op de padelbaan stond, zat zij met twee korte broeken over elkaar in zo’n verregend zomervakantiefolderdorp (waar het altijd net wat agressiever regent dan in de rest van de wereld). “First world problems,” zou de vriend of vriendin die je al jaren geleden uit je vriendengroep had moeten lozen op zo’n moment zeggen.

(Even kort over padel: heerlijk spel. Een soort tennis in een vissenkom, met een uit de kluiten gewassen pingpongbatje waar de hoes nog omheen zit, gespeeld op een soort kunstgravel dat je daarna wekenlang uit al je kieren moet borstelen. Heerlijk, vooral wanneer je het speelt met je favoriete bamzaaiers onder een koperen meiploert.)

Meubilair

Goed, de vriendin was dus weg. Kon ik mooi het seizoen evalueren. Ze zit vandaag precies tien jaar bij me in het team, dus je zou van een stukje routine kunnen spreken. Of van een sleur, afhankelijk van de bui waarin je bent. Nu is het in de moderne verkering zo dat je bijtijds moet doorselecteren. Wie het niveau niet aankan, valt onherroepelijk af. En wie behoefte krijgt aan een nieuwe uitdaging, is te lang gebleven. In de scene (‘In De Sien’) heet dit ‘een deurtje verder kijken’.

Boven een bak zanderige radijsjes op het balkon beoordeelde ik het seizoen van de vriendin. Ik analyseerde haar looplijnen, haar statistieken en haar accuratesse op het gebied van de flespompoen. Prima cijfers, steunpilaartje hoor. Zonder haar zou onze verkering in elkaar lazeren als een kaartenhuis in een waaieretappe. Ik was trouwens ook zeer te spreken over haar halfspaces.

En natuurlijk: ook de vriendin wordt ouder, en natuurlijk komt er sleet op. Als je onaardig zou willen zijn, zou je zelfs kunnen stellen dat ze inmiddels tot het meubilair behoort in onze relatie, maar zoiets zég je niet.
Nee, als zij door wilde, kon ze zo bijtekenen voor nog een jaar, of twee. Nou, één. En dan wie weet, in een tijd die ze wel ‘te zijner’ noemen, een portretje in die alleraardigste slotrubriek van Studio Voetbal.

Het was al na middernacht toen de vriendin terugkeerde van wherever ze ook was geweest. De bodem van de radijsemmer was in zicht.
“Hallo!”
“Hoi.”
“Was het leuk?” Nu pas zag ik de bapao-achtige verschijning in een lederen jekker die achter haar de trap op geklommen was.

Mino Raiola
Beeld: ANP/AFP Foto/Valery Hache

Op zijn nek droeg hij een hoofd zo rond als een cirkelredenering en daarbovenop lag een kapsel waar je – als het op handzaam formaat in de bakken van de Action zou liggen – lastige vlekken mee uit gladde oppervlakken zou kunnen boenen. Zijn gezicht – het was een hij, mijn god wat een hij was hij, een hijerige hij had ik zelden gezien – ging voor ongeveer zeventig procent schuil achter een kolossale zonnebril.

“Dit is Mino,” zei de vriendin.
“Ik ben Mino,” zei Mino.
“Jaja,” zei ik.

Hij deed zijn zonnebril af, zodat ik zijn gezicht kon bekijken. Het zag eruit alsof het lang geleden voor het laatst bespannen was.
“We moeten eens praten.” Hij zei het op de toon van iemand voor wie ‘We moeten eens praten’ jargon is voor ‘Wij moeten voor zonsopkomst elk anderhalve grasparkiet (levend) opeten.’

“Jaja,” zei ik, want als ik wil, kan ik verdomd ad rem zijn.
Wat bleek: de vriendin had nagedacht. Haar opties afgewogen. En terwijl ik mezelf een soort omgekeerde scheurbuik aan radijs zat te vreten, was ze tot conclusies gekomen.
“Ik wil mijn grenzen verleggen.”
“Je bent net drie dagen weg geweest,” zei ik.
“Ze moet aan haar ontwikkeling denken,” zei Mino.
“Ik moet aan mijn ontwikkeling denken, zegt Mino.”
“Is het geld? Wil je meer geld?”
“Nee!” riep ze uit.
“Nou…,” zei Mino.
“Geld maakt niet gelukkig,” zei ik.
“Maar gelukkig maken ze geld,” vulde Mino aan. We zouden zo de theaters in kunnen. Kleine zalen.
De vriendin zei: “Mino kan me overal naar toe brengen.”
“Als je wilt dat ik met rijlessen begin, kun je dat toch ook gewoon vragen?”

En de vriendin begon te roepen dat ze waardering miste, en ik begon te schreeuwen dat je waardering niet alleen in waardering kunt uitdrukken en Mino lispelde er de hele tijd allerlei namen van landen van melk en honing tussendoor, waar hij de vriendin ‘zo heen zou kunnen brengen’. Af en toe liet hij het buideltje bitcoins dat aan zijn Gucci-riem hing zachtjes rinkelen. Zo ging dat een zoele zomeravond door, tot mijn padelhoofd salto’s begon te maken en de buren met een bezem tegen de vloer begonnen te beuken, vanwege het onderhandelingslawaai.

Dank

Vanochtend is Mino vertrokken. Hij zei dat hij er wel uit kwam, of dat wij er wel uit zouden komen – dat ben ik vergeten. Zojuist hoorde ik de vriendin tegen de overbuurvrouw zeggen dat ze ‘komende week met een stukje uitsluitsel over haar toekomst komt’. Op de keukentafel staat het bosje tulpen dat ik gisteren nog snel bij het tankstation kon meegrissen. Er hangt een voorgedrukt kaartje aan.

Dank voor tien jaar trouwe dienst, staat erop.

Meer Frank Heinen? Volg ons op Facebook