Het moeilijke verhaal van Tom Dumoulin (spoiler: het loopt roze af!)

Frank Heinen 21 mei 2018 Sport

Tom Dumoulin zat op de rollen. Hij was helemaal naar de klote. Hij formuleerde dat zelf als volgt: “Ik ben helemaal naar de klote.”
En de Dumoulist in mij dacht: dit moeten we hebben.

Tom Dumoulin
Beeld: ANP/AFP Foto/Luk Benies

Wielrennen is een verhaal. Elke ronde is een verhaal, elke rit van elke ronde is een verhaal en elke renner in elke rit van elke ronde: ook een verhaal. Hoewel wielrenners zelf soms denken dat het er bij wielrennen erom te doen is wie er het eerst aan de finish is – dat zeggen Dumoulin en zijn podcastende sidekick Laurens ten Dam, een zeldzame Dude in een peloton vol Donny Kerabatsossen, ook de hele tijd, dat ze zo snel mogelijk naar de finish moeten komen – maar in werkelijkheid gaat het om het verhaal.

De uitslag verdwijnt, het verhaal blijft.

Ik ben van plan om over een jaar of vijftig jaar mijn kleinkinderen in Amersfoort aan Zee de kolere te vervelen met wielermomenten die ik live meemaakte. Niet live-live, zogezegd, met mijn snufferd op rij 1 (dat is meer iets voor collega Léon de Kort, die bij elk rennersinterview na de finish met verve de rol van ‘derde journalist van rechts’ speelt), maar met een bakje gebrande pinda’s op het derde balkon (thuis op de bank).

En ik zal ze vertellen over de sneeuwmuur waar Steven Kruijswijk in gewonnen positie voorover in dook* zoals Peter-Jan Rens in een zwembad Haribosnoep (was ik ook live bij, trouwens), over de val van Daniel Martin in de laatste bocht van Luik-Bastenaken-Luik, over hoe ik op een Venetiaans terras Tom Dumoulin zijn eerste grote ronde zag verliezen doordat in de laatste bergetappe van Vuelta van 2015 als een guppie achter een school opgevoerde piranha’s aan reed.

Kortom: ik zal ze vertellen over nederlagen die te overzien bleken, omdat ze achteraf slechts bedoeld waren om de latere overwinning nog wat extra in de verf te zetten. Drama’s worden vanzelf anekdotes. Kwestie van paneren in de tijd en vervolgens effe laten spetteren in het vet van de geschiedenis.

Ik kan dit allemaal makkelijk zeggen, van die drama’s en zo. Ik weet namelijk dingen.
Ik weet dat het goed komt.
Ik weet dat Tom Dumoulin alsnog de Giro gaat winnen.

Het Dumoulisme en een never ending verjaardagskaart

Kijk, ik ben natuurlijk al jaren Dumoulist, ik mag zelfs met enige trots zeggen dat ik de stichter ben van deze vreedzame religie waarvan de aanhangers geloven dat er naast het aardse en het stoffelijke niets is, nada, zerozerozerozerozero, behalve dan de gerede mogelijkheid dat Tom Dumoulin een koers wint waarop hij zijn zinnen heeft gezet. Op die mogelijkheid, op die kans vestigt de Dumoulist zijn hoop. Het Dumoulisme is het geloof van de hoop, in de wetenschap dat er geen zekerheden bestaan, behalve de dood en dat die Belgische Eurosport-amigo Froome altijd ‘de heer Froome’ zal blijven noemen.

Tom Dumoulin
Beeld: ANP/EPA/Daniel Dal Zennaro

En het Dumoulisme heeft zijn vleugels uitgeslagen, net als z’n naamgever trouwens. Het is internationaal gegaan, sinds de Giro van vorig jaar heeft het genootschap er nieuwe leden bij mogen verwelkomen uit oorden als Puerto Rico, Nieuw-Zeeland en Irak. Zij allen zijn inmiddels digitaal gezegend in de naam van de heilige Drievuldigheid: het Roze, het Geel en het Felrood.
Voor hen ging het vanzelf. Het geloof groeide en Dumoulin zelf, de Verlosser uit Kanne-net-over-de-grens-bij-Maastricht, ook.

De Giro werd gewonnen, het WK werd gewonnen en het Dumoulisme kende geen grenzen meer. Er waren leden die ervan overtuigd waren dat Dumoulin deze zomer de Tour zou winnen door Froome, Nibali, Quintana en Joost-mag-weten wie nog meer zich rit na rit zou stuk te laten rijden, waarna hij zelf ’s avonds de route in omgekeerde richting zou afleggen om met stoffer en blik alle scherven van de straat te vegen. Want Tom Dumoulin is niet alleen Superman, hij is ook erg schoon op zichzelf en zijn omgeving.

Weer andere genootschapsleden wisten uit de betrouwbare bron van hun gevoel dat hij (sorry: Hij) van plan was de Giro, Tour en Vuelta te winnen, om daarna te kappen als coureur en in Kanne een opvang voor zwerflammetjes te starten (vrije entree), met koffie en thee (geringe vergoeding).

En toen begon 2018. En we zagen hem (Hem) rijden in Abu Dhabi of Oman (het was er zanderig), we zagen hoe hij met zijn fiets van zich afwierp alsof het een taart van paardenvijgen was. Tom die zijn fiets weggooit, Tom die niet lekker is. Tom die afstapt.
En onze conferenties, ze werden stiller. Het Dumoulisme, ooit een uitslaande brand waar iedereen zijn eigen klotsje benzine overheen wilde gooien, smeulde nog slechts.

En nu is de Giro twee weken oud. Op de Zoncolan, als bijrolacteur in een variété-act van poserende pausen en dravende dino’s en een zot met een Pipi-pruik en een man die een opgezette vos van thuis had meegenomen, klom Tom ongelofelijk goed. Zoals iemand (een Dumoulist, vermoed ik) twitterde: Dumoulin is negen kilo zwaarder dan Yates. Beklim de Zoncolan maar eens met een rugzak van negen kilo.

Negen kilo. Da’s al je boeken in je Kipling, plus brood, plus pakje Wicky (1x), plus etui, plus Bosatlas (editie 51).
Het was ongelofelijk goed. Zelden zoiets goeds gezien.
Maar: niet goed genoeg.

Was de Giro een baby, dan zou je nog niet al te veel over zijn afloop willen speculeren, want wat is twee weken nou helemaal, maar wielerwedstrijden zijn geen mensen en dus lijkt het op het eerste oog voor de hand te liggen om Chris Froome nu vast op salbutamolsabbatical te sturen, het re-integratietraject van Fabio Aru op weg naar een vaste baan bij een Milanees mimegezelschap op te starten en Simon Yates nu vast te verrassen met zo’n felicitatiekaart die, als je ‘m opent, ‘Happy Birthday’ begint te neuriën, om er vervolgens nooit meer mee op te houden.

Dat lijkt namelijk de enige reglementaire manier om Yates te slopen: een never ending verjaardagsdeuntje. Want mán, wat rijdt die jongen hard – het lijkt af en toe wel of hij ten prooi is gevallen aan wat men in de medische wetenschap wel het Syndroom van Saunier Duval noemt, maar daar geloof ik niet in. Jammer wel.

Tom Dumoulin
Beeld: ANP/Bas Czerwinski

Zul je altijd zien: kan een Nederlander eens na jaren procederen alsnog de Giro winnen, blijkt de superbenzine van de roze trui al die tijd te hebben bestaan uit twee mandarijntjes en een bos wortelen. En daarbij oogt die hele Yates, niet meer dan een kruimel op pootjes is het, zo evenwichtig als Philippe Petit tijdens zijn wandelingetje tussen de Twin Towers.
Het beste zou zijn als we onmiddellijk beginnen met het sturen van felicitatiedeuntjes naar het Michtelton-ploeghotel.
Dat, of iemand moet het hoofd van een van zijn knechten in zijn bed leggen. Zonder lijf, bedoel ik. Lijkt me wel iets voor Sam Oomen – die verdenkt toch niemand.

Maar verder? Geen schijn van kans, zo op het oog. De uitslag staat vast, Dumoulin gaat deze Giro niet meer winnen. Zelfs de meest devote Dumoulist zal erkennen: er is er eentje beter.

En toen zag ik gisteren Dumoulin, de altijd voorkomende Dumoulin, schoonzoon der schoonzonen, in de NOS-microfoon spuwen dat het hem allemaal ‘een rotzorg zou zijn.’ Toen wist ik: het kan nog. Dit was het vuur dat er tot nog toe aan had ontbroken.
De hoop woont slechts een deurtje van de wanhoop vandaan.

Zo loopt het af

Wielrennen is een verhaal.
Winnen ook.
“Een moeilijk verhaal,” snifte Dumoulin zondagmiddag nog.
Dit is hoe dit moeilijke verhaal afloopt.

De tekst loopt hieronder door.

Tom Dumoulin
Beeld: ANP/AFP Foto/Luk Benies

Dinsdag wint Rohan Dennis de tijdrit. Tom Dumoulin wordt tweede, Yates eindigt op dik een minuut op de achtste plek. Iedereen in zak en as, Tom weigert een reactie te geven en Yates laat weten dat hij – achteraf – misschien niet drie minuten had moeten stoppen om een cola te bestellen langs het parkoers.
Woensdag wint Koen Bouwman de etappe. Dumoulin rijdt lusteloos achter in het peloton.
Donderdag gaat de winst naar een willekeurige Italiaan (of een Sloveen, indien Jan Polanc) en eindigen alle favorieten bij elkaar. Tom Dumoulin zal na afloop laten weten dat tweede ‘ook heel mooi is’ – niet geheel toevallig een van de stellingen van het Dumoulisme die ondergetekende in 2012 al op zijn eigen deur spijkerde.

Vrijdag verschijnt de roze trui wat pips aan het vertrek. Geruchten gaan dat hij niet helemaal fit is, maar insiders weten dan al van het volksfeest dat zich de hele nacht onder zijn Turijnse hotelkamer heeft voltrokken. Duizenden Dumoulisten hebben zich daar, dansend op Sam Oomens versie van Vanessa Carltons partykneiter A Thousand Miles, overgegeven aan aperol-spritz en het gezamenlijk zingen van het strijdlied, Di-Da-Dumoulin!

Tom Dumoulin
Beeld: ANP/Bas Czerwinski

Al op de tweede col van de dag, de Finestre, belandt Simon Yates achter in het peloton. Hij zal die dag uiteindelijk vijf minuten verliezen en samen over de streep komen met Laurens ten Dam, die op de slotklim alvast een IPA’tje heeft opengetrokken. Dumoulin wint die rit, en komt schreeuwend over de finish.
Dat wordt het verhaal: de ineenstorting van een onaantastbaar rijk, en de herrijzenis van de… nou ja, vul dat zelf maar zo kleinkinderenfähig mogelijk in.
De rit van zaterdag gunt de nieuwe roze trui aan Domenico Pozzovivo, de Italiaanse Gerrit Hiemstra-reiseditie.

En zondag… Zondag wint Tom Dumoulin zijn tweede Giro. Het gebeurt. Omdat hij er het hardst op hoopt. Omdat hij naar de klote gaat, en weigert op te geven. Omdat Sam Oomen. Omdat die tijdrit. Omdat tienduizend Dumoulisten onder een ‘willekeurig’ hotelkamerraam.
Omdat het gebeurt.

* Steven Kruijswijk wint in 2020 de Giro d’Italia en wordt daarmee Ridder in de Orde van de Agnello.

Reageer op artikel:
Het moeilijke verhaal van Tom Dumoulin (spoiler: het loopt roze af!)
Sluiten