Gedold door een klein Marokkaans jochie, die het WK zou halen

Als jochie hing columnist Tim Jansen hele zaterdagen op de voetbalclub. Daar kwam hij in aanraking met een groot talent. 

Eerst de eigen wedstrijd, daarna naar het trapveldje om een potje te spelen met andere jongetjes die niets liever deden dan pendelen tussen trapveld en jeugdhonk (voor een zakje snoep en tafelvoetbal). Op een druilerige zaterdagochtend wordt bij de tegenstander een tenger jochie ingedeeld. Minstens een kop kleiner dan de rest, maximaal zeven jaar oud. Makkie, denk ik. Vijf minuten later ben ik tweemaal gepoort.
Het kleine mannetje zweeft over het trapveldje, ongrijpbaar als een plastic zakje dat is gegrepen door de wind. Wat ik ook probeer, het iele ventje is mij telkens te slim af.

Langzaam raak ik gefrustreerd. Hoe kan die kleine opdonder mij zo dollen? Ik ben twee jaar ouder, een kop groter en scoorde vorig jaar nog 46 goals in de E9. Een paar jaar later banjert het jochie met brutale glimlach en trainingspak van zijn profclub door het winkelcentrum.
Uiteindelijk zou hij bij ‘s lands grootste club worden weggestuurd. “Een moeilijke jongen,” fluistert men in het dorp. Hij keert terug naar onze amateurclub om door te hoppen na de naburige, maar hoger spelende, vijand. Sporadisch komen we elkaar tegen in het dorp, soms een bescheiden knikje ter begroeting.

Als tweedejaars student zit ik in de bus naar huis. Achter mij rinkelt een mobiele telefoon. Een jongeman vertelt de andere kant van de lijn zonder een spoor van ironie dat Ajax heeft gebeld. Ze willen hem hebben, maar hij heeft geen zin om in het tweede te beginnen. Verbaasd draai ik mij om en zag het inmiddels niet meer zo tengere mannetje ontspannen op de achterste rij hangen. Was dit misplaatste arrogantie of zelfverzekerdheid van iemand die zijn levenspad kiest?

Naar Ajax ging mijn dorpsgenoot niet. Hij koos zijn eigen pad en dat bracht hem deze weken naar Rusland. Nordin Amrabat en zijn broertje Sofyan maken deel van de Marokkaanse WK-selectie. Nooit eerder gingen twee Huizers naar het WK. Het vervult mij met een soort dommige trots. Alsof het een prestatie is dat jouw wieg in de buurt stond van die van twee talentvolle voetballers, waarvan je er note bene één nog nooit in levende lijve hebt gezien. Terwijl ik studeerde, zoop, reisde en een ‘carriére’ begon zwierf Nordin langs de Europese voetbalvelden.

De tekst loopt hieronder verder.

Amrabat
Amrabat tijdens het openingsduel van Marokko tegen Iran. Beeld: ANP/AFP Foto/Christophe Simon

Na Nederland speelde hij in Turkije, Spanje en Engeland. Ik op bijveldjes in Den Hoef, Castricum en Almere. In Nordins PSV-tijd treffen we elkaar eenmaal op een modebeurs in Amsterdam. Ik als student die aan het bijklussen was, hij als breedgeschouderde profvoetballer die een hoop tijd te doden heeft. We wisselen vriendelijkheden uit, prijzen de kwaliteit van het aanwezige vrouwelijk schoon en wensen elkaar het beste.

Zonde, eigenlijk. Was dit niet een mooi moment geweest om hem te herinneren aan die druilerige zaterdagochtend? Ongetwijfeld staat het niet in zijn geheugen gegrift. Hij zal oneindig vaak de minder getalenteerden hebben gedegradeerd tot levende pionnen, maar andersom was het de eerste keer dat ik direct met onversneden talent werd geconfronteerd. Hoe uniek dat is, kon ik als gefrustreerde negenjarige niet begrijpen. Gelukkig kreeg ik afgelopen vrijdag, als dertiger en schreeuwend in de kroeg, een herkansing. Terwijl Nordin het veld opliep, tikte ik trots een vriend aan. “Hij heeft mij ooit nog duizelig gedraaid, mooi hé.”