Inburgering moet op de schop, en wel zo volgens minister Koolmees

Volgens Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, moet het Nederlandse inburgeringssysteem op de schop. Dat stelt hij in een kamerbrief, waarin hij zijn ‘denkrichting’ voor een nieuw inburgeringsbeleid uiteenzet. Koolmees pleit onder andere voor een hoger taalniveau en regierol van de gemeentes.

Inburgering
Beeld: ANP/Bart Maat

Ondanks de vele wijzigingen in het inburgeringsbeleid de afgelopen decennia erkent Koolmees dat er nog ‘geen stelsel is gevonden waarin inburgeraars adequaat, snel en in grote aantallen het gewenste einddoel bereiken’.

Uit de evaluaties op de Wet inburgering 2013 blijkt dat ook het huidige beleid verre van ideaal is. Het moet daarom op de schop en Koolmees zet in op een inwerkingtreding in 2020, maar wat moet er allemaal veranderen als het aan de minister ligt?

Taalniveau van A2 naar B1

Koolmees stelt voor om het vereiste taalniveau bij het inburgeringsexamen te verhogen naar B1. Op dit moment is het A2-niveau – het basisniveau om te kunnen functioneren in het dagelijks leven – het uitgangspunt. Mensen die de taal op het B1-niveau beheersen begrijpen ook iets moeilijkere woorden en zinnen. Dit niveau is nodig om bijvoorbeeld een mbo-opleiding te kunnen volgen.

Inburgeraars kunnen nu ook al kiezen het B1-niveau te halen, door een Staatsexamen NT2 af te leggen, maar doen vaak veiligheidshalve examen op het A2-niveau. Het nieuwe beleid heeft als doel dit te voorkomen. Middels een instaptoets en bij het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) kan worden vastgesteld dat inburgeraars dit niveau niet kunnen halen. Koolmees zet hiermee in op een  stelsel ‘met leerroutes die aansluiten bij het leerniveau, vaardigheden en andere afspraken uit het PIP’.

Meteen werken

Uit de IntegratieBarometer 2018 van VluchtelingenWerk blijkt dat veel mensen tijdens hun inburgering (vrijwilligers)werk uitstellen, omdat zij vrezen dat zij daardoor het inburgeringsexamen niet halen. Wie het examen niet haalt moet de lening voor het volgen van cursussen terugbetalen en krijgt een boete. De druk is hierdoor erg hoog, wat ook een reden is voor het doen van een taaltoets op een lager niveau.

Uit de barometer blijkt ook dat mensen die aan het inburgeren zijn een grote behoefte hebben aan sociaal contact. Volgens VluchtelingenWerk is er sprake van een vicieuze cirkel. Mensen doen geen (vrijwilligerswerk) door de taalbarrière en focus op het examen, terwijl werk zou bijdragen aan de taalbeheersing en het leggen van contacten. Het voorstel van Koolmees erkent dit probleem. Koolmees stelt dat het leren van de taal beter gaat wanneer het wordt gecombineerd met (vrijwilligers)werk.

Leenstelsel afgeschaft

De leningen waarmee inburgeraars nu zelf hun cursussen financieren moet worden afgeschaft, stelt Koolmees. De regie komt in handen van de gemeenten. Zij worden verantwoordelijk voor het inkopen van cursussen en het opstellen van een PIP.

Het vinden van de juiste cursussen en gebrekkige informatievoorziening vormde voor veel mensen een obstakel, zo blijkt uit de IntegratieBarometer 2018. Door gemeenten hiervoor verantwoordelijk te stellen wil Koolmees een last van de schouders van de inburgeraars wegnemen. Voordat de Wet inburgering 2013 inwerking trad, lag de regie ook in handen van gemeenten. De Algemene Rekenkamer constateerde anderhalf jaar geleden al dat steeds minder mensen hun inburgeringsexamen halen. De verschuiving van de regie van gemeenten naar inburgeraars is hier volgens de Rekenkamer medeverantwoordelijk voor.

Sancties

De inburgeraar mag in het nieuwe beleid dan niet meer verantwoordelijk zijn voor het regelen van cursussen, verantwoordelijk voor de inzet blijft hij natuurlijk wel. Wanneer die verantwoordelijkheid niet genoeg genomen wordt kan dat niet zonder gevolgen blijven, zo blijkt uit de woorden van Koolmees: “Een inburgeraar die zich onvoldoende inzet, zal worden geconfronteerd met sancties – vaker en sneller dan in het huidige stelsel.”

Inburgering
Beeld: ANP/Jerry Lampen

De ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanning wordt in het nieuwe beleid afgeschaft. Volgens de huidige wet komt de inburgeringsplichtige na 600 uur les en vier examenpogingen in aanmerking voor ontheffing.

Dorine Manson, directeur van VluchtelingenWerk Nederland pleitte vorig jaar juist voor wat meer coulance bij boetes. “Boetes uitdelen aan vluchtelingen die financieel al heel krap zitten, zal hun integratie niet verder helpen”, stelde Manson.

Ook naar aanleiding van de barometer doet VluchtelingenWerk deze aanbeveling: “Benader vluchtelingen vanuit vertrouwen en neem de motivatie van de goedwillende, overgrote meerderheid als uitgangspunt voor het beleid; laat een dreiging van sancties en boetes achterwege, want in de praktijk werkt dit alleen maar contraproductief.”

Hoe het vaker en sneller inzetten van sancties precies wordt vormgegeven, wordt niet duidelijk uit de brief van Koolmees.