Mannen altijd massamoordenaar en dader schoolschietpartijen

Er vielen vorige week vijf doden in de Amerikaanse stad Annapolis. Weer een massaschietpartij in de Verenigde Staten. Dit keer niet op een school, maar op de redactie van een lokale krant. De dader? Een man. Zoals het bijna altijd is. Wat drijft mannen ertoe dit soort gruweldaden te verrichten?

Beeld: ANP/EPA/Rod Lamkey Jr.

Afgelopen donderdag kwam de lange vete die de 38-jarige Jarrod W. Ramos had met de Capital Gazette tot een bloedig einde. Hij klaagde in 2011, tevergeefs, de krant aan voor smaad nadat een columnist over zijn veroordeling schreef voor het stalken van een oud-klasgenoot. “Dit is iemand die nog eens binnenwandelt met een vuurwapen,” dacht een voormalig uitgever van de krant toen al. Die angst werd werkelijkheid toen de dader met een jachtgeweer in zijn handen afgelopen week de redactievloer betrad.

Omdat we als publiek inmiddels gewend zijn aan nieuws over grootschalige schietpartijen in de Verenigde Staten op scholen, universiteiten, concerten of postkantoren valt misschien niet meer op dat de daders eigenlijk altijd man zijn. In 1999 zetten Eric Harris (18) en Dylan Klebold (17) massaschietpartijen als cultureel fenomeen op de kaart op hun middelbare school in Columbine. Zij vermoorden twaalf medestudenten en een leraar. Twee mannen.

Adam Lanza (20) die in 2012 de twintig kleuters en zes medewerkers op een basisschool in Connecticut doodschoot. Een man. Stephen Paddock die vorig jaar tijdens een druk concert in Las Vegas 59 mensen doodschoot en 422 anderen verwondde. Een man. En vergeet de schutter in Parkland niet wiens moordpartij in februari een landelijke anti-wapenbeweging in het leven riep. Weer een man.

Amy Bishop. Beeld: ANP/AFP Foto/Huntsville Police Department

Uit de gezaghebbende database van het tijdschrift Mother Jones – met alle massaschietpartijen sinds 1988 – blijkt dat het merendeel van deze gruwelijke daden door mannen worden uitgevoerd. Nog geen vijf procent ervan is het werk van vrouwen.

Omdat Mother Jones, net zoals de FBI, een minimum van vier doden rekent voordat een gewelddadig incident als een massaschietpartij wordt bestempeld vallen onder andere biologiehoogleraar Amy Bishop (die in 2010 drie collega’s tijdens een vergadering doodschoot) en Brenda Spencer (een zestienjarige sluipschutter die in 1979 vanuit haar huis twee medewerkers van een basisschool vermoordde) weg.

Ook de 39-jarige Nasim Najafi Aghdam zorgde er met haar wapenkeuze, een enkele 9mm semi-automatische Smith & Wesson, voor dat zij met haar drie gewonden en zelfmoord wegvalt tegen de hoge moordaantallen van mannen.

De tekst loopt hieronder door.

Maar ook al voegen we schutters als Aghdam, Bishop of Spencer toe aan de lijst van schietpartijen, dan nog blijken deze verschrikkelijke gebeurtenissen, op scholen en elders, uitsluitend het bloederige domein van mannen. “Van oudsher hebben mannen een groter aandeel in geweld dan vrouwen,” vertelt psycholoog Peter Langman aan de telefoon vanuit zijn praktijk in Allenstown, Philadelphia. Hij is de voornaamste onderzoeker van daders van schoolschietpartijen in de VS. “Maar waarom dat zo is, zeker op scholen en universiteiten, is een hele complexe vraag.”

Uit de meest recente cijfers van de FBI blijkt dat tussen 1999 en 2012 negen op de tien moorden door mannen gepleegd worden.

In zijn boeken en talloze wetenschappelijke artikelen probeert Langman die vraag sinds de spraakmakende schietpartij in Columbine in 1999 te beantwoorden. “Veel van deze schutters worstelen met hun mannelijkheid, of met hun idee van wat dat is.”

Dylan Klebold en Eric Harris (rechts). Beeld ANP/AFP Foto

Columbine-schutter Eric Harris werd geboren met een afwijking aan zijn been en een ingevallen borstkas. Ondanks genoeg aandacht van vrouwelijke schoolgenoten voelde hij een intense compensatiedrang. Harris deed dat door zich voor te doen als iemand die superieur was aan anderen, schrijft Langman in zijn boek School Shooters, onder andere door zich asociaal te gedragen en het kopen van vuurwapens. Nadat Harris zijn eerste pistolen kocht, schreef hij in zijn dagboek: “Ik ben fucking gewapend. Ik voel me zelfverzekerd, sterker en als een god”.

De overeenkomst met andere mannelijke schoolschutters is spookachtig. De 22-jarige Elliot Rodger, die in 2014 zes mensen vermoordde rondom een universiteitsterrein in Santa Barbara, was geobsedeerd met zijn lengte (1.75 meter) en hoe hij, in tegenstelling tot langere leeftijdsgenoten, daardoor geen vriendin zou kunnen krijgen. Vuurwapens gaven de seksueel gefrustreerde Rodger een gevoel van superioriteit, schreef hij in zijn manifest. “Nadat ik het pistool oppakte […] voelde ik een nieuwe soort macht. Ik was gewapend. Who’s the alpha male now, bitches?”

Vuurwapens zijn een manier voor Amerikaanse mannen om hun ‘verloren’ mannelijkheid. Onder andere door de emancipatie van vrouwen, het verlies van werk en dus aanzien binnen gezinnen en gemeenschappen – terug te vinden, blijkt uit sociologische onderzoeken. Toch schieten niet alle pakweg 48 miljoen wapenbezitters met XY-chromosomen dagelijks collega’s of kinderen dood.

Waarom werd Elliot Rodger een massamoordenaar? De tekst loopt hieronder door. 

Beeld: ANP/EPA/Rod Lamkey Jr.

Wat veel mannelijke – en vrouwelijke – massamoordenaars samenbindt, is dat zij willen opkomen tegen door hen waargenomen onrechtvaardigheid en op deze manier wraak nemen tegen de verantwoordelijken.
Of dat nu terecht was of niet.

De schutter in Annapolis vond dat zijn naam door het slijk was gehaald door de krant. De Columbine-schutters klaagden in hun dagboeken over hoe anderen ze pestten en klein hielden, terwijl zij juist zelf schoolgenoten treiterden. Rodger vond dat hij recht had op seks met de vrouwen die hij begeerde. Zonder seks besloot hij wraak te nemen op het andere geslacht.

Biologiehoogleraar Amy Bishop schoot drie collega’s tijdens een vergadering dood omdat ze ontslagen werd, iets wat ze ondanks haar extreem asociale en zelfs gewelddadige gedrag op haar werk niet kon verkroppen. En YouTube-schutter Aghdam was een verongelijkte vlogger die boos was op de strengere regels die het platform vorig jaar instelde en haar kijkers, en dus inkomsten, kostten.

Beeld: ANP/Getty Images/Drew Angerer

Psychische problemen

Volgens Langman zijn de beweegredenen van dit soort massamoordenaars uiteindelijk complexer dan de wrok, een verwrongen beeld van mannelijkheid of gevoelens van onrecht. Zij zijn niet de enigen die boos zijn of verongelijkt worden in het leven. Wat massamoordenaars lijkt te verbinden, zijn psychische problemen. Waarom zijn het dan zo vaak mannen die de wapens oppakken?

Omdat ze meer psychische problemen hebben. Mannelijke massamoordenaars worstelen vaak met psychologische (of lichamelijke) trauma’s, depressies of ziektes als schizofrenie. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat mannen drie keer zoveel kans op antisociale persoonlijkheidsstoornissen hebben, en laat er nu ook een correlatie zijn tussen seksisme en dit soort mentale problemen.

Maar ook geestesziekte maakt van een man niet automatisch een moordenaar. Want een op de vijf Amerikanen kampt met mentale problemen. Psycholoog Langman waarschuwt dan ook dat er geen eenduidig profiel is waar een dader aan voldoet. “De afgelopen jaren zie je in schoolschietpartijen een trend waarin de daders minder vaak blank zijn” – voor de eeuwwisseling waren het bijna uitsluitend witte mannen, nu is het eerder vijftig procent – “en je ziet een toename in het aantal daders onder de zestien en ouder dan veertig jaar”.

Zelfs na twintig jaar heeft Langman nog niet de antwoorden op de vraag welke factoren van iemand een massamoordenaar maken. Behalve dan dat het bijna altijd een man is. En dat is beangstigend. Want daar zijn er zo veel van.