Zo wil de digitale overheid de achterstand inhalen

De Nederlandse overheid loopt achter op het gebied van digitalisering. De digitaliseringsdoelen van Plasterk werden niet behaald. Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, presenteerde daarom afgelopen week een nieuwe ‘Agenda Digitale Overheid’.

De ministerraad heeft ingestemd met de Agenda Digitale Overheid en hoopt hiermee de kansen van digitalisering te benutten. De gezamenlijke agenda van alle overheden en publieke en private partners – met de toepasselijke naam NL DIGibeter – zet uiteen hoe de komende jaren het contact tussen de overheid en burgers en ondernemers moet verbeteren.

Digitalisering overheid loopt achter op schema

In aanloop naar het nieuwe kabinet heeft de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid afgelopen jaar het adviesrapport Maak Waar! opgesteld. Hierin wordt het functioneren van de digitale overheid belicht en advies voor verbetering gegeven. Positief over de ontwikkelingen van de overheidsdigitalisering tijdens het vorige kabinet is het rapport allerminst. Het rapport stelt dat “digitalisering van de overheid een radicale omkering van houding vergt”.

De impact van de digitalisering zou volgens de studiegroep onvoldoende doordringen tot bestuurders een politici. “De vrijwel ontbrekende aandacht voor digitalisering in de diverse partijprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen 2017 is illustratief”, volgens het rapport. De WRR adviseerde in 2011 reeds dat “de overheid meer moet beseffen dat ze een iOverheid is”. De vraag is of deze aanbeveling nu wel doordringt.

Innoveren is experimenteren

In elk geval is voor de financiering van NL DIGIbeter extra geld uitgetrokken. Naast de reguliere begroting van de overheden is er een ‘Investeringspost Digitale Overheid’ beschikbaar gesteld. Ook wordt het idee dat alles in één keer goed moet gaan losgelaten. Zoals in het adviesrapport aanbevolen wordt moet er ruimte voor tussentijdse oplossingen zijn. Knops deelt deze gedachte: “We moeten niet bang zijn om fouten te maken. Dat hoort bij experimenteren. Zo komen we stap voor stap verder.” De agenda is dan ook nadrukkelijk een startdocument.

Om de digitale overheid te verbeteren is het plan burgers en ondernemers al in de ontwikkelfase bij de nieuwe diensten te betrekken. Ook staat op de agenda dat er structureel onderzoek gedaan gaat worden naar de veranderende wensen van burgers. Wanneer de behoeften of techniek verandert, moet het plan aangepast kunnen worden.

MijnOverheid

Met MijnOverheid, het digitale platform waarmee de overheid met burgers communiceert, kunnen lang niet alle gebruikers uit de voeten. In de agenda is opgenomen dat MijnOverheid flink zal veranderen. Het moet een plek worden waar gebruikers zelf de regie over de gegevens voeren. Hierbij moeten zij ook onjuiste gegevens kunnen corrigeren. De eerste versie van MijnOverheid voor Ondernemers staat voor medio 2019 op de agenda.

De mogelijkheid om aanvragen en andere officiele berichten digitaal te versturen, wordt uitgebreid. Daarnaast moet het voor gebruikers inzichtelijk worden wie op welk moment hun gegevens inziet. De gebruiker kan dan zelf bepalen wanneer gegevens hergebruikt kunnen worden. Bij zaken omtrent bijvoorbeeld een huwelijk of start van een bedrijf moet het dan makkelijker worden gebruik te maken van dienstverlening door verschillende organisaties. In 2020 moet het mogelijk zijn plaatsonafhankelijk een paspoort of identiteitskaart aan te vragen en pasfoto’s te hergebruiken.

Digitale inclusie

Behalve het uitbreiden van de mogelijkheden wil het kabinet ook de groep hier gebruik van kan maken uitbreiden. Het plan is om de groep rechthebbende op DigiD te vergroten en het betrouwbaarheidsniveau te verhogen. Naast DigiD worden er ook alternatieve inlogmethoden mogelijk, waardoor inlogmethoden uit andere EU-lidstaten ook in Nederland gebruikt kunnen worden.

Mensen die moeite hebben met digitalisering wil de overheid helpen door cursussen en ondersteuning te bieden. Want, leest de agenda, “we willen als overheid dat iedereen mee kan blijven doen”. Door deze groep te vragen naar de wensen en verwachtingen hoopt de digitale overheid ook voor hen toegankelijk te zijn. Daarbij worden de mogelijkheden om anderen digitaal te machtigen uitgebreid.