Sorry, basisschoolleerlingen zonder leerkrachten. Dit zijn de feiten

Parttimers, onderwijsassistenten en stagiair(e)s: bereid u voor op een druk jaar. U bent aan de beurt. Als gevolg van een tekort van 1300 leerkrachten op basisscholen dreigen schoolbestuurders massaler dan ooit op u terug te moeten vallen. Ook schoolbestuurders zijn boos. Zij zitten opgescheept met het tekort en hun loon stijgt ook nog eens minder dan dat van de leerkrachten. Leerkrachten die er op dit moment niet eens zijn. Dit zijn de feiten.

Voorzitter Rinda den Besten van brancheorganisatie PO-Raad zegt zich ernstig zorgen te maken. “We kampen met een groot probleem waar niet alleen leerlingen, maar op den duur de hele maatschappij de dupe van wordt. Daar krijgen kinderen mee te maken en het leidt tot onzekerheid bij ouders: hoe gaat het komend schooljaar eruit zien?”

Ja, dat vragen u en ik ons ook af. Laten we eens naar de feiten kijken.

Bijna een kwart (22,4 procent) van de basisscholen heeft voor komend schooljaar nog blijvende gaten te vullen. Vorig jaar was het tekort aan leerkrachten op de valreep op te lossen, onder meer met een invalpool onder de naam Stichting Transvita. Driehonderd basisscholen in het midden des lands bundelden toen hun krachten.

Dit is nog maar het begin

Dit jaar is alles anders. Uit onderzoek van de PO-Raad blijkt er op dit moment nog 1262 leerkrachten worden gezocht voor het komende schooljaar (2018-2019). Een van de redenen: 133 juffen en meesters zijn na afgelopen jaar met pensioen gegaan.

De oplossingen lijken volgens het rapport toch vooral schijnoplossingen. Schoolbestuurders willen parttimers vragen om meer uren voor de klas te staan (71 procent), onderwijsassistenten aannemen (59 procent) en LIO-stagiaires inzetten (45 procent). U ziet, met enige ironie: dat maakt meer dan honderd procent en dan zijn we er.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën geeft in maart van dit jaar tijdens een persconferentie op zijn ministerie advies aan leerlingen van groep 7 en 8 hoe zij verstandig om kunnen gaan met financiën. Beeld: ANP/Koen van Weel

Volgens 84 procent van de schoolbestuurders gaat de werkdruk van leerkrachten omhoog, komt de algehele kwaliteit van het onderwijs onder druk (73 procent) en meer dan de helft geeft aan minder aandacht aan innovatie en onderwijsvernieuwing te kunnen besteden.

Opmerkelijke kanttekening: ruim een tiende (12 procent) van de schoolbestuurders verwacht geen lerarentekort. Dat mag gerust een boude stelling worden genoemd. Lees gerust verder.

Dit staat ons te wachten

Het ministerie van Onderwijs verwacht in 2020 een tekort van ruim 4000 leerkrachten (in fte). In 2025 hebben we 10.000 onderwijzers (in fte) te weinig. De tekorten verschillen per regio. Zo zijn de problemen in de Randstad het grootst. In het oosten en noorden van het land zijn scholen prima voorzien. Daar loopt het aantal basisschoolleerlingen terug.

Als we dieper in de materie duiken, lezen we bij de Rijksoverheid dat het lerarentekort is opgebouwd in fte’s. Het openstaande vacatures is niet gelijk aan het tekort. (dit snap ik niet als argeloze lezer. Kan je dit beter uitleggen?) Er moet onderscheid worden gemaakt tussen parttimers en fulltimers.

De geschatte tekorten in fte worden met de jaren schrikbarender. Waar het in 2015 om twee fte ging, zien we in 2016 een tekort van 124 fte. Dit jaar ligt de prognose op 678 fte en als we een reuzensprong maken, dan zien we in 2025 een tekort van 10537 fte. De ramingen lopen echter uiteen. Het zijn immers schattingen, afhankelijk van externe factoren zoals de doorstroom vanaf de Pabo. Feit blijft dat het lerarentekort – volgens welke raming dan ook – zéér schrijnend is.

Het lerarentekort is onder meer ontstaan doordat oudere leerkrachten met pensioen zijn gegaan. Verder zijn er minder studenten afgestudeerd van de Pabo. Het ministerie van Onderwijs ziet hen juist als een oplossing voor het probleem. Daarnaast wil het ministerie zijinstromers aansporen om voor onderwijs te kiezen.

Ambitieuze voornemens ten spijt. Een voorbeeld: komend jaar is er voor 160 zijinstromers een betaalde plek. Een druppel op een gloeiende plaat als over twee jaar naar schatting nieuwe 4000 leerkrachten (fte) nodig zijn.

Dit is de realiteit

Tot slot: de munten. Vanaf september gaan de salarissen in het onderwijs omhoog. Het kabinet heeft 270 miljoen euro uitgetrokken om de lonen wat op te krikken. Daarbovenop is nog eens 237 miljoen euro vrijgemaakt voor verlaging van de werkdruk. “Tegelijkertijd zien we dat bij de salarissen het gat met middelbare scholen blijft,” zegt Den Besten van de PO-Raad.

Leerkrachten op de basisschool verdienen een bruto per maand tussen de 2436 euro (als starter) en 3482 euro (eindsalaris). In het voortgezet onderwijs verdient een beginnende leraar bruto 2601 euro per maand. Het hoogste eindsalaris ligt op 3978 euro per maand. Een eindverschil van liefst 14 procent.

Verschillende verklaringen voor het grote eindverschil doen de ronde. Ergens tussen traditionele waardering en een diplomakwestie zou het antwoord liggen. Onderwijsdeskundigen en arbeidsmarktkenners wijzen verschillende kanten op. Een eenvoudige uitleg is er niet. Een voorbeeld. Een halve eeuw geleden werd de onderwijscarrière begonnen in het basisonderwijs, zo luidde het idee. Het basisonderwijs heet(te) niet voor niets ‘basisonderwijs’. Het voorgezet basisonderwijs bouwt erop voort – en is dus belangrijkers.

Vorig jaar zomer volgde een plan van aanpak van de overheid. “We kiezen voor een regionale aanpak waarbij we samen met sociale partners, schoolbesturen, lerarenopleidingen en gemeenten aan tafel zitten om tot regionale maatwerkoplossingen te komen. Tegelijkertijd gaan we door met uitvoering van het landelijke beleid uit de Lerarenagenda en het Plan van aanpak lerarentekort. In het najaar rapporteren we uw Kamer over de voortgang.” Getekend, het ministerie van Onderwijs – 26 juni 2017.

Voortgang

Afgelopen najaar volgde een rapport over de voortgang. Voorlopige cijfers laten zien dat er vooruitgang is op het aantal vooraanmeldingen voor de Pabo, dat er substantieel meer aanvragen zijn voor een zijinstroomsubsidie en dat startende leraren steeds minder in deeltijd werken. Een klein aantal besturen heeft gebruikgemaakt van de tegemoetkoming voor de ondersteuning en begeleiding van herintreders. Tot slot is een regionale aanpak van start gegaan in regio’s waar de problematiek het grootst is.

De belangrijkste zin in de brief zit verstopt in de derde alinea. “In vergelijking tot het beeld van een jaar geleden worden voor het po [primair onderwijs, red.] nog dezelfde tekorten geraamd, maar lopen deze iets langzamer op.”

En dan zijn er ook nog eens boze schoolbestuurders bij het basisonderwijs. Ze zijn ontevreden over de uitkomsten van de salarisonderhandelingen voor leraren, die er in de nieuwe cao meer op vooruitgaan dan de directeuren. Leerkrachten in het basisonderwijs krijgen er 8,5 procent bij plús een bonus, schooldirecteuren slechts 2,5 procent. Acties volgen in september.

Dankzij de loonsverhoging in de nieuwe cao is een eerste stap gezet naar gelijkheid. Maar de feiten liegen niet. Er zijn leerkrachten nodig en de eerste opbeurende cijfers als gevolg van het plan van aanpak zijn er nog niet, terwijl de tekorten alleen maar groter worden. Sorry, basisschoolleerlingen zonder leerkrachten. Dit zijn de feiten.