Muziek als activisme: hoe Aretha Franklin Respect eiste

Nico Hofstra 19 aug 2018 Cultuur

Speeches van Martin Luther King en gewelddadige demonstraties tijdens de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging tekenen de jaren zestig van de vorige eeuw. Naast de activistisch leuzen klinkt er in de zomer van 1967 een nieuw geluid: een lied met een titel van zeven letters, gespeld door een soulzangeres en haar zuster aan een piano in Detroit: Respect, het strijdlied van deze week overleden Aretha Franklin (1942 – 2018). 

We associëren de zomer van 1967 – de Summer of Love oftewel de hoogtijdagen van de hippiecultuur – op internationaal vlak met San Francisco, The Gathering of the Tribes en The Beatles met All you need is love. In datzelfde jaar staan er Amerikaanse binnensteden in brand. Delen van zwarte buurten worden in de as gelegd en tientallen mensen worden neergeschoten door de politie. Op de foto’s van toen zien we zwarte activisten met borden: “We demand equal rights now!”

Aretha Franklin
Beeld: ANP/EPA Foto/AFP Files

De Civil Rights Act van 1964 had een einde moeten maken aan de discriminatie van vrouwen en Afro-Amerikanen. In de praktijk bleek dat nog lang niet het geval: “De zwarte gemeenschap bleef in krotten wonen, veel slechtere banen hebben en kampen met werkeloosheid,” stelt hoogleraar Geert Buelens, schrijver van het boek De Jaren Zestig: Een Cultuurgeschiedenis. “De Black Power-beweging wordt rond deze tijd steeds radicaler, evenals de toespraken van Martin Luther King.” Het is in deze periode dat Aretha Franklin het nummer Respect uitbrengt.

Sock it to me

Franklin, op dat moment een zangeres met reeds tien albums op haar naam, staat met haar zuster Carolyn aan een piano. Ze bewerken het nummer Respect van de soulzanger Otis Redding, die het nummer twee jaar daarvoor, in 1965, had opgenomen voor zijn album Otis Blue. “Ik woonde in een klein appartement aan de westkant van Detroit,” zei ze in 1999 tegen radiojournaliste Terry Gross. “Piano bij het raam, kijkend naar de auto’s die voorbij reden – en we bedachten die beruchte regel, het ‘sock it to me’. Sommige meisjes zeiden dat tegen de jongens, ‘sock it to me’. Niets seksueels, het was gewoon een cliché.”

Op Valentijnsdag, 14 februari 1967, wordt Franklins versie van het nummer opgenomen in New York in de Atlantic Records Studio, waar ze een jaar eerder contract heeft getekend. Aanwezig in de studio is de technicus Tom Dowd. Toen Carolyn begon met de achtergrondmuziek en de zin ‘sock it to me’ zong, valt Dowd, zoals hij later aan muziektijdschrift Rolling Stone vertelt, ‘van zijn stoel’ van enthousiasme. Twee maanden later, op 29 april, komt het nummer binnen in de Top 100.

Keep on tryin

Franklins bewerking van Redding’s nummer, oorspronkelijk geschreven als liefdeslied, zou een strijdlied worden voor de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging en een decennia later voor het feminisme.  “Haar versie oversteeg de betekenis die het had toen Redding het had geschreven,” zegt Buelens, die ettelijke passages in zijn boek aan Franklin heeft gewijd. “Zij heeft dat nummer dusdanig eigen gemaakt dat ‘respect’ een fundamentele betekenis kreeg. Het ultieme lied tegen discriminatie, maar ook een lied over zelfbewustzijn en trots.”

Het belang van Franklin voor de burgerrechtenbeweging wordt geïllustreerd door politicus en activist John Lewis, vaak aanwezig bij de speeches van Martin Luther King en de optredens van Franklin. “Ik vergeet nooit dat we bij een gelegenheid uit de gevangenis vertrokken en meteen naar de plaatselijke club zijn gegaan,” vertelt Lewis aan Rolling Stone. “De jongeren, de kinderen, de twintigers dansten allen op de muziek van Aretha.” De jukebox draait drie nummers voor een kwartje. Lewis kiest steevast voor de liedjes van Franklin, in het bijzonder Respect.

Aretha Franklin
Beeld: ANP/EPA/Jeff Kowalsky

And find out I’m gone

Al vroeg in haar leven komt Franklin in aanraking met King. Hij is bevriend met haar vader, dominee C.L. Franklin die leiding geeft aan een befaamde baptistenkerk in Detroit. Op zaterdagavonden wordt er gepredikt door vader Franklin en gezongen door zijn dochters Aretha, Carolyn en Erma. Later, als tiener, gaat Franklin op tour met King, Jesse Jackson en Harry Belafonte en zodoende is ze aanwezig bij een aantal iconische momenten van de burgerrechtenbeweging. Zij ondersteunde die momenten puur met haar muziek. “Zij motiveerde en inspireerde ons,” aldus Lewis.

Die gave tot inspireren had alles te maken met haar achtergrond en ervaring als gospelzangeres in haar vaders kerk. “Gospel is uplifting,” zegt Buelens. “Maar het bijzondere is dat zij dat effect eveneens bereikte met seculiere liedjes. Zij kon een gospel of een eenvoudig liefdeslied universeel laten klinken. Dat was uiteindelijk het grote belang voor de burgerrechtenbeweging: zij belichaamde de ziel van die beweging met haar stem. Muziek als activisme is abstracter dan op de barricade staan, maar om mensen kracht te geven net zo onmisbaar.”

I’m about to give you all of my money

Later zal Franklin, naast haar artistieke rol, ook een enigszins financiële bijdrage leveren aan haar strijd. Door haar succesvolle carrière is ze geen onbemiddelde vrouw. Van het geld, wat haar naar eigen zeggen door ‘de zwarte mensen beschikbaar is gesteld’, biedt zij in 1970 aan om de borg van de gearresteerde activiste Angela Davis te betalen. Davis was opgepakt na (onterecht) te zijn beschuldigd van betrokkenheid bij een gewapende bestorming van een rechtszaal in Californië. “Angela Davis moet vrijuit gaan. Zwarte mensen zullen vrij zijn,” zie Franklin. Uiteindelijk wordt de beschuldiging aan het adres van Davis ingetrokken.

Hoewel onmisbaar en legendarisch is Franklin niet de enige zangeres die een bijdrage levert aan de burgerrechtenbeweging. Door de jukeboxen en radio’s uit de jaren zestig klinkt muziek van Nina Simone, Diana Ross, Mavis Staples en Curtis Mayfield, om er een paar te noemen. Het zijn artiesten die in de loop van de jaren zestig steeds politieker bewust worden en zich associëren met de burgerrechtenbeweging.

Aretha Franklin
Aretha Franklin en haar vader C.L. Franklin (midden) en zus Caroline (rechts). Beeld: ANP/AFP/New Bethel Baptist Church

R-E-S-P-E-C-T

Op straat, tijdens demonstraties, zingt men het door King geciteerde strijdlied We Shall Overcome. En naast Respect van Franklin wordt het nummer Say it loud! I’m black and I’m proud van James Brown gedraaid, dat een jaar na Respect wordt uitgebracht. “Muziek functioneerde zoals het al eeuwen had gefunctioneerd,” stelt Buelens, “namelijk door samenzang. Maar tegelijkertijd waren daar de jukeboxen en transistorradio’s. Voor het eerst in de geschiedenis kon men de radio’s met zich meedragen, de straat op.”

Het waren de stemmen van Ross, Staples en Simone die als soundtrack van het activistische jaren zestig dienden. Allen waren onmisbaar, maar het was Aretha die de hitlijsten domineerde met, zoals Buelens het omschrijft, ‘een waanzinnig goed gezongen lied.’ Respect.

Reageer op artikel:
Muziek als activisme: hoe Aretha Franklin Respect eiste
Sluiten