Biograaf Harmsen van Beek: ‘Het moet afgelopen zijn met dat ge-Fritzi’

Nico Hofstra 6 nov 2018 Cultuur

Ze was een diva, mannenverslindster en zuipschuit die zich met een entourage aan hitsige schrijvers verschanste achter de muren van haar vervallen landhuis Jagtlust. Dit is de mythe van Frederike Harmsen van Beek, zoals die decennialang in de media bleef circuleren. Zwaar overtrokken, blijkt uit een pas verschenen biografie over deze dichteres. 

De mythe rond Frederike Harmsen van Beek begint en eindigt bij de Haagsche Post. Het is oktober 1965 wanneer Harmsen van Beek net heeft gedebuteerd met haar eerste dichtbundel ‘Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten’. Journaliste Betty van Garrel wordt op pad gestuurd om een portret van de dichteres te maken. Van Garrel spreekt met broer Hein en put uit de correspondentie van Gerard Reve. Harmsen van Beek zelf weigert mee te werken: “Ik voel er niets voor om mijn privéleven met een vreemde te bespreken.”

Het portret van Van Garrel zou een onuitwisbare stempel drukken op de mythevorming rond Harmsen van Beek. Voor het eerst wordt er gesproken van ‘Fritzi’, een koosnaampje voor intimi. Tot haar grote ergernis zou ze nooit meer van de bijnaam afkomen. Verder gaat Van Garrel vooral door over de bohemienne levensstijl van Fritzi. Over de gedichten gaat het artikel niet: als kind maakt Fritzi ‘jurkjes voor de muizen’, later wordt ze een diva die wilde feesten geeft op haar vervallen landgoed Jagtlust. “Borrelpraat,” noemt biograaf Maaike Meijer het artikel.

Jagtlust

‘Fritzi’ blijft de rest van haar leven een interessant onderwerp voor de media, al geeft ze niet veel interviews en blijft ze liever uit spotlights. Dan, in 1998, verschijnt het boek Jagtlust van de bekroonde schrijfster en historica Annejet van der Zijl. Volgens Meijer was Harmsen van Beek tegen die tijd al een angstig persoon, maar na Jagtlust durft ze zelfs de straat niet meer op. “Ze kreeg een acute depressie en voelde zich door het slijk gehaald. Een normaal persoon zou een rechtszaak wegens smaad aanspannen. Dat durfde ze niet, uit angst dat ze alles erger zou maken,” aldus Meijer aan HP/De Tijd.

Het sensationele beeld zoals dat in Jagtlust beschreven, van de aanhoudende wilde feesten, is totaal overtrokken, blijkt uit de biografie van Meijer. Die feestjes waren er wel, maar niet bij schering en inslag. Met name tochtig en koud, zo omschrijft familievriend Vincent Steinmetz het landhuis tijdens de boekpresentatie van ‘Hemelse mevrouw Frederike’ begin deze week. “Er waren wel feestjes, maar ik herinner me Jagtlust vooral als erg leeg en eenzaam.”

Het beeld van het met beschonken schrijvers afgeladen landhuis is overigens niet zozeer de schuld van Annejet van der Zijl, zegt Meijer: “Zij beschikte nou eenmaal niet over alle bronnen.” Zelf was Meijer de eerste die volledige toegang had tot het archief van Harmsen van Beek. De gigantische literaire nalatenschap bestaat uit tientallen dozen, waarvan alleen al elf dozen met honderden brieven, bijvoorbeeld van Charlotte Mutsaers, Cees Nooteboom en Gerard Reve. Ruim twee jaar was Meijer wekelijks te vinden in het Literatuurmuseum om te spitten in de correspondentie en aantekeningen van de dichter.

Getemde naaktslak

Dat Harmsen van Beek een multitalent was, – ze was naast dichter ook tekenaar –, blijkt wel uit de intensieve naspeuringen van Meijer. In het archief vond zij prachtige gedecoreerde en kleurrijke brieven, geschreven in de vorm van een vlinder of een grasveldje, met zinnen geschreven als vleugels of grashalmen. Daarnaast maakte Harmsen van Beek een paar minuscule kunstwerkjes die ze aan de binnenkant van een walnoot plaatste. Haar fijngevoeligheid blijkt ook wel uit een zeldzaam televisie-interview, waarin zij spreekt over de getemde naaktslak die, tot haar ontsteltenis, zeer onregelmatig langskomt. Ze voert het dier komkommer en merkt op dat het luidruchtig kan kauwen.

Nu Meijer haar biografie heeft geschreven moet het naar eigen zeggen maar eens afgelopen zijn met de hardnekkige mythe rond Harmsen van Beek, evenals met dat ‘ge-Fritzi’. “Ondanks pogingen van haar kant bleef men haar in de media als ‘Fritzi’ aanduiden. Dat gebeurt wel vaker met vrouwen die op deze manier worden gereduceerd tot ‘Mientje van hiernaast’. Met dit boek wil ik haar de naam Frederike teruggeven,” zegt Meijer. De biografe onderstreept haar standpunt nog eens met de titel van het boek: ‘Hemelse mevrouw Frederike’, gebaseerd op het bekende gedicht ‘Goedemorgen, hemelse mevrouw Ping’.

Zoals gezegd begon de mythe van Harmsen van Beek met de Haagsche Post. Het einde van een tijdperk wordt op diezelfde spectaculaire wijze ingeluid en wel in datzelfde blad. Zo wordt het laatst bekende interview met Harmsen van Beek in 1989 afgenomen door Haagse Post-journaliste Gerda Meijerink. Harmsen van Beek, normaal erg gesloten, trekt van leer tegen Charlotte Mutsaers, die werd beticht van plagiaat in haar boek De Markiezin (1988).

Telefoongesprekken met ‘Fritzi’ zou Mutsaers hebben opgenomen en letterlijk hebben opgeschreven in haar boek. Wat lijkt op opgekropte frustratie komt er eindelijk uit: haar vriendschap met Mutsaers voelde al vanaf het begin onoprecht. “Ik was een soort hebbedingetje,” zegt ze.

Hemelse mevrouw Frederike, biografie van F. Harmsen van Beek van Maaike Meijer (De Bezige Bij) ligt sinds deze week in de winkel.

Reageer op artikel:
Biograaf Harmsen van Beek: ‘Het moet afgelopen zijn met dat ge-Fritzi’
Sluiten