Het parallelle universum van Paul Polman

Jan Smit 28 nov 2018 Mening

Interviews met CEO’s van multinationals: ik was – voorzichtig uitgedrukt – geen liefhebber van het genre. Ze bevatten zelden een onvertogen woord. Een goed beeld van de mens achter de grote roerganger kreeg de lezer evenmin. Met dank aan het almaar uitdijende leger voorlichters – ‘voorliegers’, dixit: voormalig collega Ed Croonenberg -, die hun patron voor iedere faux pas probeerden te behoeden. Een disclaimer onderaan het interview (‘Newco aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor directe of indirecte schade ontstaan door de inhoud van deze publicatie’) ontbrak er nog net aan.

Echter, er waait een nieuwe wind door de bestuurskamers. CEO’s laten zich niet langer de mond snoeren. Wie hen of hun bedrijf bekritiseert of het waagt hen ook maar een strobreed in de weg te leggen, krijgt lik op stuk.

Onconventioneel

Michael O’Leary verstaat die kunst als geen ander. De topman van budgetmaatschappij Ryanair schopt graag tegen schenen. Is het niet met onconventionele ideeën – staplaatsen, betaald naar de wc – dan wel met provocaties richting concurrenten, klanten (“U krijgt uw geld niet terug, dus **** op!”), personeel (“Hoe ik ervoor zorg dat mijn personeel vrolijk en tevreden is? Angst.”), directies van luchthavens en andere autoriteiten.

CEO’s laten zich niet langer de mond snoeren. Wie hen of hun bedrijf  bekritiseert of het waagt hen ook maar een strobreed in de weg te leggen, krijgt lik op stuk.

De Tweede Kamer kan daar inmiddels over meepraten. Een uitnodiging om aan te schuiven bij een rondetafelgesprek schoof O’Leary de vorige week met een handveeg terzijde. Volgens de Ryanair-CEO diende deze ‘onzinbijeenkomst’ louter om Ryanair aan de schandpaal te nagelen. Hij refereerde hiermee aan het tumult rondom de sluiting van de vestiging in Eindhoven.

Ook Elon Musk, de man achter SpaceX en het succes van PayPal en Tesla, kan er wat van. Een duiker die was betrokken bij de bevrijding van de Thaise voetballertjes uit een ondergelopen grot zette hij weg als pedofiel. De man had het gewaagd om kritiek te leveren op Musk’s plan om de jongens te redden. Twee maanden later kreeg de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC (“Shortsellers Enrichment Commission”) er publiekelijk van langs.

En afgelopen zaterdag was het de beurt aan Unilever-baas Paul Polman, de laatste maanden vooral in de publiciteit vanwege de discussie rondom de afschaffing van de dividendbelasting.

Het AD had hem weten te strikken. Op zich niet zo’n prestatie: Rutte had Polman en de andere CEO’s van grote bedrijven geadviseerd vaker de dialoog aan te gaan met de samenleving. Middels dit interview pakte Polman de handschoen op – al zal Rutte zich inmiddels afvragen of de Unilever-topman zijn boodschap wel heeft begrepen.

Kijkje in de ziel

Want het resultaat was even fascinerend als ontluisterend – een Tegel, de jaarlijkse prijs voor de beste journalistieke producties, waardig. In tweeërlei opzicht: het vraaggesprek bevatte nieuws – Unilever had de afschaffing van de dividendbelasting wel degelijk als harde voorwaarde gesteld voor de verhuizing van het hoofdkantoor van Londen naar Rotterdam – en bood een uitstekend kijkje in de ziel van deze CEO. Al direct vanaf het begin, wanneer de interviewers Polman vragen naar het sms’je waarin hij premier Rutte liet weten dat Unilever zijn hoofdkantoor toch niet verhuist – voor het kabinet aanleiding zijn plan om de dividendbelasting te schrappen in te trekken.

Het AD-interview met Unilever-topman Polman was even fascinerend als ontluisterend – een Tegel, de jaarlijkse prijs voor de beste journalistieke producties, waardig

Polman: “Sorry, waar komt die sms vandaan?”

Verslaggevers: “Diverse kranten meldden dat.”

Polman: “Jij gelooft wat er in de kranten staat?”

Verslaggevers: “Ging het zo?”

Polman: “Waar komt dat vandaan? Omdat de kranten het schrijven?’’

Verslaggevers: “Daarom vragen wij het. Ging het zo?”

Polman, voor de derde keer: “Ik vraag jou: waar komt dat vandaan?’’

Verslaggevers: “Diverse kranten schreven dat er een sms’je was.”

Polman: “Dus jij denkt dat er een sms’je was. Omdat tien kranten het schrijven, geloven mensen het. Dit is Trump. Zo is de democratie op dit moment.”

De verslaggevers, voor de vierde keer: “Onze vraag is: was er een sms’je?”

Polman, sans gene: “Om 06.00 uur heb ik gesms’t: ‘Mark, ben je wakker, want ik wil met je praten.’ Bel je iemand op om zes uur ’s ochtends? (-) Dan stuur ik eerst een sms’je. (-) Ik kreeg Mark meteen aan de telefoon. Dat moet ik hem nageven, hij antwoordt na twee minuten. Altijd. We hebben een uur aan de telefoon gehangen. Het was een goed gesprek.’’

En even later, op de suggestie dat Polman, na alles wat hij heeft bereikt qua duurzaamheid in Nederland, misschien de geschiedenisboeken ingaat als de man die een belasting voor buitenlandse aandeelhouders wilde afschaffen: “Dat is toch volledig belachelijk. Ik denk dat jij in een te klein land woont en te klein denkt. Ik denk dat de meeste mensen in de wereld wel zien wat wij als bedrijf aan het doen zijn. Ik denk niet dat ik me ergens voor hoef te verontschuldigen.”

Polman tegen de verslaggever: “Ik denk dat jij in een te klein land woont en te klein denkt. Ik denk dat de meeste mensen in de wereld wel zien wat wij als bedrijf aan het doen zijn.”

Zo schuurt dit bizarre vraaggesprek nog 2500 woorden door.

Waar deze CEO’s hun inspiratie vandaan halen? Een link naar de herrijzenis van de ‘sterke’ politieke leider – Trump met zijn spierballentaal, Poetin de krachtpatser, Erdogan die niet met zich laten sollen – is onvermijdelijk. Polman noemt de naam van de Amerikaanse president (“Dit is Trump.”) – sinds zijn inauguratie goed voor gemiddeld 4,4 onwaarheden per dag – zelfs expliciet.

Politiek mandaat

Maar die vergelijking gaat mank. Binnen de Europese Unie mogen sterke leiders als Trump, Poetin en Erdogan dan veel weerstand oproepen, ze zijn door het volk gekozen, ze hebben een politiek mandaat. Daar kunnen O’Leary, Musk en zeker Polman niet aan tippen. Slechts de aandeelhouders en de commissarissen houden hen in het zadel. De harten van andere stakeholders moeten keer op keer worden veroverd – burgers annex kiezers annex klanten voorop.

Een multinational zonder klanten is als een walvis op het droge.

Zeker van Polman had ik meer verwacht.

 

Reageer op artikel:
Het parallelle universum van Paul Polman
Sluiten