‘Geen leugendetectie, maar wel zien wanneer het interessant wordt’

Journalisten vragen te weinig door, juist als ondervraagden onder spanning staan. Dat vinden Herman Ilgen en An Gaiser, managing partners van INSA consultancy. Aan hen werd onder meer gevraagd door het Openbaar Ministerie om bij verhoren te helpen om op het juiste moment de juiste vragen te stellen. HP/De Tijd ging bij hen langs.

Vertel, hoe stel je op het juiste moment de juiste vraag?
Ilgen: “Met de INSA-methode krijg je informatie over de persoonlijkheid en meet je spanning wanneer iemand spanning ervaart door naar kleine bewegingen in het gezicht te kijken. ‘Meten’ gebeurt zonder apparaat of iets dergelijks, je registreert zelf wat je ziet. We trainen ook mensen om dit zelf te gaan herkennen. Let wel, wij kunnen niet vaststellen of iemand liegt, we kunnen wel aanwijzen wanneer iemand spanning ervaart.”
Gaiser: “Ik gebruik de methode bijvoorbeeld in samenwerking met het OM. Ik vertel dan wanneer er spanning te zien is in zo’n verhoor. En waar spanning zit, dáár valt informatie te halen. Daar moet dus doorgevraagd worden. Een andere beroepsgroep die veel baat zou hebben bij de methode, zijn journalisten. Wij kunnen zo gefrustreerd raken als journalisten geen gebruik maken van wat ze zien aan de overkant van de tafel. De interviewer vraagt dingen, er gebeurt van alles aan de overkant en wij kunnen alleen maar denken: vraag nu door! Ik zie spanning, daar zit informatie! Maar, nee, volgende vraag. Er valt vaak zoveel meer uit zo’n interview te halen, maar daar blijkt dus uit dat journalisten vaak op voorhand al te veel bezig zijn met: dit is wat ik wil halen en daar kom ik voor.”

Hoe meet je die spanning dan?
Ilgen: “Iedereen kan het leren, het is alleen belangrijk dat je geen oordeel vormt. Ook dat leren wij aan mensen. Je hebt natuurlijk altijd een eerste indruk van iemand, ongeveer in 1/20evan een seconde. Na een aantal seconden begin je je hiervan bewust te worden. Wij leren mensen om die eerste indruk even te parkeren en gewoon een tijdje te gaan kijken en te registreren. Hoe vaak bewegen die wenkbrauwen, wat beweegt er in dat gezicht? Heel simpel eigenlijk: gewoon turven. Na zo’n 10 minuten gesprek heb ik dan een database. Er is dan geen sprake meer van ‘ik denk’ of ‘ik voel’ iets: ik heb gewoon geregistreerd wat er gebeurt. Dat eerste oordeel naar de achtergrond drukken is zo belangrijk. Ga eerst zo objectief mogelijk kijken naar mensen en gebruik de informatie over de persoonlijkheid die je krijgt uit het gezicht. Daarna ga je je aanpak en timing aanpassen in je gesprekstechnieken.”

Wat zagen we?
“Hij sluit zijn ogen vaak niet helemaal bij het knipperen en hij spant vaak zijn onderste oogleden aan. Deze repeterende bewegingen zeggen iets over hem als persoon. Ook over hoe hij het beste benaderd kan worden in een gesprek. Belangrijk zijn een rustige sfeer, aandacht voor details en een grondige voorbereiding van de interviewer.
Op een gegeven moment gaan de bovenlip en neusspieren omhoog. Hier hoeft niet perse een emotie aanwezig te zijn. Maar in dit geval maakt Snowden deze beweging telkens als hij praat over de NSA of over “mensen van de overheid”. Met doorvragen kan je ontdekken of je meer te weten kunt komen over de motieven van Snowden.
Later zie je dat hij vaak slikt of zijn tong naar buiten doet. De journalist zou op deze momenten door kunnen vragen over eventuele frustraties, irritaties. Het laat namelijk een verhoogd spanningsniveau zien.”

Hoe kwam de methode tot stand?
Ilgen
: “De fascinatie voor bewegingen in het gezicht kwam vanuit mij. Een aantal jaar geleden kwam ik een Amerikaan tegen die zich bezighield met wat er in gezichten gebeurt, dit relateerde hij weer aan bepaald gedrag van mensen. Dit fascineerde me en ik besloot een training bij hem te volgen. Zijn verhaal had toen nog een hoog goeroe-gehalte, maar vanuit mijn ervaring als onderhandelaar zag ik: hier zit iets in. Dit is het begin geweest van het onderzoeken van de zo genoemde ‘hoog repeterende kleine bewegingen in het gezicht’ en wat deze zeggen over een persoon. Wat daar grappig, maar ook lastig aan is, is dat wij de eerste ter wereld zijn die daar wetenschappelijk onderzoek naar doen. De wetenschap heeft zich voorheen vooral beziggehouden met de vraag of gezichten wel of niet iets zeggen over emoties. Denk aan: iemand die fronst, is boos. Althans, dat denken wij. Wij denken wel dat we emoties zien, maar is dat ook echt zo? Neem anders dit voorbeeld: wenkbrauwen optrekken. Men koppelt daar snel ‘verbazing’ aan. Maar hier bij INSA meten wij mensen. We kijken naar die wenkbrauwen: wat beweegt er? Dat houden we gedurende zo’n 10 minuten bij. Nou hoe vaak denk je dat ik in 10 minuten mijn wenkbrauwen optrek? In 10 minuten zit ik in de buurt van de 150 keer. En ik ben echt niet 150 keer verbaasd in die 10 minuten. Dus alleen al omdat deze bewegingen zo vaak voorkomen, is het nogal onwaarschijnlijk dat ze iets met emoties te maken hebben.”

En zo kun je merken dat iemand onder druk staat?
Gaiser
: Ik zal een voorbeeld noemen. Denk aan Mark Rutte. Iedereen zegt van hem toch: ‘hij glimlacht altijd, alsof hij iets achterhoudt’. Hij glimlacht dus omdat hij spanning ervaart. We kunnen niet stellen waarom, alleen dát hij spanning ervaart. Het herkennen van deze spanning kan belangrijk zijn. Denk aan een verhoor bij de politie, of die tip voor journalisten. Door te weten bij welke vraag iemand spanning ervaart, weet je hoe en wanneer je door moet vragen.”

Wat willen jullie hiermee bereiken?
Ilgen
: Dat dit een vak wordt op de middelbare school, dat jonge mensen dit in de basis gaan leren. Dat zou toch een hele hoop gedoe schelen, als mensen zo naar elkaar gaan kijken? Onze missie is namelijk dat mensen elkaar beter begrijpen in de interactie. Als je leert hoe je zonder oordeel naar een ander kunt kijken, ontstaat er dus ook meer begrip over de intenties van mensen. Verder willen we de methode de hele wereld over krijgen en verder valideren. Wij willen mensen blijven opleiden, zodat de kwaliteit van het instrument in stand gehouden wordt. Mensen moeten dan ook een licentie bij ons halen als ze er zelf mee aan de slag willen. We willen goed nadenken hoe we bij kunnen dragen aan de integriteit en de veiligheid van de maatschappij, dat is voor ons het belangrijkste.”

Meer lezen?

Reageer op artikel:
‘Geen leugendetectie, maar wel zien wanneer het interessant wordt’
Sluiten