Herinneringen ophalen aan Willem Wilmink

Nico Hofstra 22 jan 2019 Cultuur

“Ik kan er zo wel honderd opzeggen,” zegt zangeres en actrice Wieteke van Dort (75) over de liedjes die dichter Willem Wilmink (1936-2003) voor haar schreef. Jarenlang werkten ze samen, eerst in de bekende Stratemakeropzeeshow, daarna in J.J. De Bom voorheen De Kindervriend en Het Klokhuis. Wilmink schreef de liedjes, Van Dort zong ze.

Het VARA-kinderprogramma Stratemakeropzeeshow wordt twee jaar lang uitgezonden vanaf 1972. Het halfuur-durende programma, waarin kinderen de baas zijn, was een idee van Aart Staartjes, die zelf de rol van de Stratemaker op zich neemt. Joost Prinsen is Erik Engerd en Wieteke van Dort speelt de deftige dame. De liedjes, op muziek van Harry Bannink, worden geschreven door een schrijverscollectief, bestaande uit onder andere Karel Eykman, Hans Dorrestijn, Jan Riem en Willem Wilmink. Deze  periode wordt levendig beschreven in de nieuwe biografie ‘In de man zit nog een jongen’ van Elsbeth Etty.

“We zagen elkaar uitgebreid bij de vergaderingen van het schrijverscollectief,” vertelt Van Dort, die kort tevoren te zien was geweest in het KRO-programma Oebele. “In die tijd mochten wij als acteurs nog aanwezig zijn bij die vergaderingen, later deed regisseur Frans Boelen dat zelf. In het begin had nog helemaal niet zo’n beeld van wie Wilmink was. Ik vond dat iedereen, ook Hans en Jan, geweldige ideeën had, daar zat ik met open mond naar te luisteren.”

Een van de eerste liedjes die Van Dort van Wilmink zingt is Het Driftige Kind:

“Ze zeggen dat ik een driftkikker ben
en het is misschien wel waar.
Ze zeggen dat ik een driftkikker ben,
maar ze maken het ernaar”

Van Dort verzamelt de liedjes van Wilmink, ook wanneer ze door Staartjes of Prinsen gezongen worden. “Ik vroeg een vriend, drummer Gildo Del Mistro die ook arrangeerde, of hij het liedje wilde aanvragen bij de muziekbibliotheek en het twee tonen lager kon zetten. Dat vond ik leuk om op het repertoire te hebben.” Ook persoonlijke favorieten, die Van Dort nog steeds zingt, komen oorspronkelijk van ‘De Stratemaker’, zoals Visite uit de Hemel en Oom Jan.

Het programma blijkt succesvol en in 1975 zijn er reeds twee platen verschenen met liedjes van De Stratemakeropzeeshow. Het is Willem Barents, directeur van platenmaatschappij Phonogram, die graag een derde plaat wil opnemen. “Aart en Joost hadden nee gezegd, maar wezen naar mij: ‘zij wil graag’. Ik vroeg Willem een paar liedjes te schrijven, omdat ik hem het allerbest vond.” Het resultaat werd een liedje in het plat Haags, Harry blijf Thuis, Arie op Safari, dat met een Amsterdams accent gezongen kon worden en Mijn Vriendinnetje, gezongen vanuit een kind:

“Mijn vriendinnetje is lang niet zo deftig als ik.
Moeder zegt: ‘Ja, ‘t is wel sneu, hoor,
en hij kan er best heel aardig om zijn,
maar hij komt uit een ander milieu, hoor.’”

Speciaal door Wilmink geschreven is ook het bekende Arm Den Haag, door Van Dort ten gehore gebracht in haar bekende rol als Tante Lien. Wilmink gaat er met Harry Bannink inspiratie voor opdoen op de Haagse Pasar Malam Besar (tegenwoordig de Tong Tong Fair), een festival over de Indische cultuur met eten, dans en zang. De opgedane inspiratie komt veelvuldig terug in de tekst, waarin wordt gesproken over ‘Sambal goreng telor, lontong, tahoe pedis’ en ‘allerlei varens’ zoals ‘canna’s, gerbera’s, orchideeën’.

“Er zat altijd een soort humor in de liedjes van Willem, een diepere betekenis, terwijl het een gewoon beeldig liedje leek,” herinnert actrice Carry Tefsen zich. “Het was een vreselijk gevoelige en kwetsbare man, had van die gevoelsmatige stemmingen, dat hij opeens heel triest, boos of romantisch kon worden. Hij beleefde alles veel intenser. Ik denk dat daardoor die liedjes ook een humoristische en vaak diepere laag hadden.”

Tefsen zingt begin jaren ’80 in het TELEAC-programma De Taalstraat, samen met Gerard Cox en Simone Kleinsma. Opnieuw geregisseerd door Frans Boelen en op muziek van Harry Bannink, schrijft Wilmink voor dit programma wekelijks een educatief liedje over de Nederlandse taal. “Ik kan me een liedje herinneren over de Wallen – in een taalprogramma, moet je nagaan,” vertelt Tefsen. “Of over een gescheiden vrouw die ongerust was dat de man niet zonder haar kon.” Het zijn teksten met titels als Zeemansbrief, De Klinkerwals en Mijn en Dijn, deze laatste geschreven door Wilmink:

“Veel van het mijne werd het jouwe
Een ander deel bleef toch het mijne
Want ik wil niet zoals veel vrouwen
In iemand opgaan en verdwijnen”

Nog lang schrijft Wilmink teksten voor Wieteke van Dort. Soms doet ze zelf een suggestie voor een onderwerp, bijvoorbeeld over de achterstallige salarissen van soldaten uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Lied van de Schuld, wordt het genoemd. Tijdens een demonstratie mag Van Dort het in de Tweede Kamer zingen, de eerste keer dat hier een lied mag worden gezongen.

Later, wanneer Van Dort zich inzet voor de Natuurwetpartij, vraagt ze hem een lied te schrijven over ‘mediteren voor wereldvrede’. Dat onderwerp blijkt toch lastiger, getuige de reactie van Wilmink. “Hij stuurde me terug: ‘De Natuurwetpartij, daar kan ik met mijn pet niet bij. Liever had ik nog eens gedacht, aan de gordel van smaragd.'”

‘In de man zit nog een jongen. Willem Wilmink – de biografie’ (Nijgh & Van Ditmar) van Elsbeth Etty ligt in de winkel 

Reageer op artikel:
Herinneringen ophalen aan Willem Wilmink
Sluiten