Spring naar de content
bron: ANP

Roomse carrièremakers kunnen zich nét wat meer permitteren

Niet Mykonos, niet San Francisco, niet Tel Aviv, maar het Vaticaan is ‘the gay capital of the world’. Althans, als we het onderzoek van de Franse socioloog en journalist Frédéric Martel mogen geloven. Hij interviewde gedurende vijf jaar honderden roomse geestelijken. Saillant is het geschatte percentage homoseksuele priesters in de kerk die homoseksualiteit zo stellig verbiedt: 70 tot 80 procent. 

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Kevin van Vliet

Martel interviewde 41 kardinalen, 52 bisschoppen en ruim tweehonderd priesters en seminaristen. Het vuistdikke resultaat van zijn onderzoek, In the Closet of the Vatican, is inmiddels in acht talen verkrijgbaar. De Nederlandse vertaling, Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, ligt sinds deze week in de winkel. 676 pagina’s vol smeuïge details over ‘sacristienichten’, ‘liturgiequeens’, ‘chem sex parties’ en jonge zichzelf prostituerende moslimmannen in Rome. En dat alles in een klimaat van geheimhouding waarin het seksueel misbruik van minderjarigen decennialang stil kon worden gehouden.

Zo intolerant als het Vaticaan naar buiten toe is jegens homo’s, lesbiennes en biseksuelen, zo tolerant is het klimaat binnenin. En hoe hoger in de hiërarchie, schrijft Martel, des te meer homo’s. De personificatie van die paradox is volgens hem de in 2008 overleden Colombiaanse kardinaal Alfonso López Trujillo – in functie een fel tegenstander van condooms (zet alleen maar aan tot promiscuïteit), in de slaapkamer een veelgebruiker van mannelijke prostituées. Tegenover NRC Handelsblad beweerde Martel afgelopen vrijdag: “Een belangrijk deel van de entourage van Johannes Paulus II was homoseksueel, en dat heeft een rol gespeeld in de houding tegenover aids.” De kerk verbiedt nog altijd het gebruik van condooms, ook in de strijd tegen aids.

In datzelfde interviewde zei hij: “Het gaat er mij niet om mensen te outen. Ik wilde een systeem in kaart brengen.” Twee gebreken: Martels bronnen zijn onzichtbare bronnen, en statistieken ontbreken.

Maar Martels beweringen komen niet uit de lucht vallen. In 2015 schatte de Poolse ex-priester Krzysztof Charamsa (na een lange carrière binnen het rooms-katholieke bedrijf) dat de helft van de geestelijken in het Vaticaan homo is. En ook vorig jaar was er rook. De Spaanse priester Fernando Prado sprak vier uur met paus Fransiscus, en baseerde daarop zijn La fuerza de la vocación (Nederlandse vertaling: De kracht van de roeping). De paus erkende tegenover Prado dat er homoseksuele priesters rondlopen in de katholieke kerk, en vindt het geen goede zaak. Bovendien vindt hij homoseksualiteit een ‘een modeverschijnsel in onze samenleving’.

Opmerkelijk, want diezelfde paus – de Argentijn Jorge Mario Bergoglio – noemde het homohuwelijk in Argentinië ‘een destructieve aanval op het plan van God’ (2010), riep de r.k. kerk vervolgens op excuses te maken aan gekwetste homo’s (2013) en vertelde vorig jaar een Chileense homoseksueel – publiekelijk – dat God hem heeft gemaakt zoals hij is en van hem houdt zoals hij is.

Sodoma verschijnt op een cruciaal moment voor het Vaticaan. Niet alleen loopt er een juridisch onderzoek tegen de vertegenwoordiger van de paus in Frankrijk (de Italiaanse aartsbisschop Luigi Ventura wordt ervan verdacht een man onzedelijk te hebben betast): morgen begint een bisschopsconferentie in Rome rondom kindermisbruik binnen de kerk.

Stephan Sanders, schrijver en columnist, schreef eind vorig jaar in De Groene Amsterdammer – nog voor de onthullingen van Martel – over de ‘ernstige morele crises’ van de rooms-katholieke kerk. Sanders, zelf belijdend katholiek en homoseksueel, is niet verbaasd door de verhalen die de afgelopen dagen door de media echoden. “Maar wel door die enorm hoge aantallen die ik zelf niet zou durven verzinnen. 70 en 80 procent van de priesters. Maar nee, ik ben niet verbaasd door wat deze meneer Martel schrijft over de hoge geestelijken die homoseksueel zouden zijn: dat zij die het felst zijn in het omlaag halen van homoseksuelen in de maatschappij. In 2015 kwam de Poolse priester Charamsa uit voor zijn homoseksuele liefde voor zijn vriend, in de krant. Hij was een priester, gepromoveerd, lid van de Romeinse Curie. De volgende dag werd hij ontslagen vanwege het verbreken van de celibataire belofte. En toen schreef hij een boek, waarin hij schat dat ongeveer de helft van de hoge Vaticaanse geestelijken homoseksueel is, enkel en alleen gebaseerd op zijn ervaringen.”

Kunt u die aantallen verklaren?
“Het Vaticaan is een broedplaats van alle belangrijke katholieken van de wereld bij elkaar, waar mannen met mannen verkeren, en vrouwen met vrouwen. Tegelijkertijd is de kerk ongelooflijk streng in zijn celibataire regels voor priesters. Dat geldt ook voor homoseksuele handelingen. Dus enerzijds creëert de kerk een homosociale omgeving, en anderzijds wordt homoseksualiteit verboden. En de carrièremakers in het Vaticaan, want die zijn er, kunnen zich net wat meer permitteren.
“De kerk heeft een enorme aantrekkingskracht op bepaalde jongens en bepaalde meisjes, die vaak heel jong zijn als ze binnenkomen. En er is daar geen ruimte is voor enige seksuele ervaring. Hun seksualiteit komt in de wachtruimte. En dan komen, op een zeker moment, de genegenheden.”

Is dat, denkt u, anders in Nederland?
“Ik heb er geen kijk op, maar ik heb het idee dat dit in Nederland veel minder het geval is. Er zijn hier nauwelijks broedplaatsen, en dat is een voorwaarde, een sociologische voorwaarde, om een clubgevoel in stand te kunnen houden. Seminaries zijn er bijvoorbeeld nog amper in Nederland."

Prostituees in het Vaticaan, ‘chem sex parties’, liaisons met kamerdienaren en gardisten. Vindt u het niet ontluisterend?
“Het is ontluisterend. Maar ik ben ook weer niet zo naïef dat ik nooit heb gedacht dat het zou kunnen plaatsvinden. Het ontluisterende is en blijft: het misbruik van minderjarigen. Dat is de echte ontluistering. Dat er geheime clubs van homoseksuele mannen bestaan, dat komt voor in alle genootschappen, waar de seks ten zeerste wordt geproblematiseerd en verboden. Sociologisch gezien is het niet heel erg verwonderlijk. Alleen zou je verwachten dat deze heren er wat meer onthechte standaarden op nahielden.”