Het sarrismo van Maurizio Sarri, ex-voetbaltrainer

Frank Heinen 25 feb 2019 Mening

Een paar (ongeveer twintig) jaar geleden speelde ik een zaalvoetbaltoernooitje in Huizen. Tijdens een wedstrijd tegen SV Zuidvogels, jongens van onze leeftijd en de lengte van onze vaders, werd onze trainer gebeld. Onze trainer verscheen altijd op de club met zo’n eerstegeneratietelefoon in een eerstegeneratietelefoonhouder aan zijn riem. Hij werd zelden gebeld, want bellen naar een mobiel nummer was destijds vergelijkbaar met het plaatsnemen in het vierzittertje met drie halveliters hakkende corpsballen in een verder lege treincoupé: het kon, maar je deed het niet.
Al bellend verliet de trainer de hol echoënde sporthal. Als ik het me goed herinner, werkte hij in de drukinktbusiness. Familieonderneming. Vermoedelijk was er een crisis. Inkt op, of zo. Voor hij was weggelopen, wierp hij een blik op de sporthalklok, en zei tegen mij: op 15 mag je er in, voor X.

Ik bevond me onmiddellijk weer in die sporthal toen ik gisteravond Chelsea-keeper Kepa Arrizetcetera zag weigeren het veld te verlaten toen hij gewisseld werd. Het waren de laatste minuten van de finale van een of ander Engels bekertoernooi en Kepa had al een paar keer met zijn been getrokken. Nu, vlak voor de penaltyreeks, stond hij op het punt vervangen te worden door een kale man van middelbare leeftijd die langs de lijn oefeningen stond te doen als iemand die elk moment een alle leven op aarde verwoestend stuk meteoriet uit de kruising moet gaan plukken. Ernaast stond Maurizio Sarri, de Italiaanse trainer van Chelsea. Het gaat niet goed met Sarri bij Chelsea, omdat hij zich weigert aan te passen aan de oude clubtraditie: alle dure spelers opstellen, een paar getikte verdedigers ernaast en dan maar zien. Sarri is een intellectueel – dat wil zeggen: hij draagt een bril – en een tactisch meesterbrein en hij doet me altijd denken aan de mafketelige professor in De Zeemeerman, de volgens algemeen decreet allerberoerdste Nederlandse film aller tijden, waarin een wetenschapper (geassisteerd door Katja Schuurman in een laag uitgesneden doktersjas) een medisch experiment in het honderd laat lopen, waardoor Daniël Boissevain de rest van zijn leven indringend naar vis ruikt. Wat een premisse.

Maar goed, Sarri dus. Hij wilde zijn doelman wisselen vlak voor de penaltyreeks. Caballero, de haarloze invaller, had ooit, jaren terug, vast in de tijd dat Kees Jansma nog een paardenstaart droeg, een paar strafschoppen gestopt. Sarri wist dat. Sarri weet altijd alles – een grote handicap voor een voetbaltrainer.
Kepa – haar opgeschoren, kindergezicht en de blik van een kind dat na een Sint-Maarten zangsessie een mandarijntje krijgt – ging niet.
Hij bleef gewoon staan.
‘A war of wills at the moment,’ zei de commentator op zijn allerBritst. (Toen in een herhaling werd getoond hoe Jan Wouters Paul Gascoignes gezicht in stukjes en beetjes elleboogde, zei de BBC-verslaggever: ‘Ouch. That’s not the fairest challenge I’ve seen today.’)
Sarri ging alvast zitten en noteerde de wissel op een velletje papier. Misschien, dacht hij, als ik het opschrijf, wordt het vanzelf waar. Maar er gebeurde niks. Een heel legertje bebrilde secondanten stond erbij en staarde wezenloos naar de smeulende resten van wat ooit een autoriteit moest zijn geweest. Sarri dribbelde op en neer, trok aan zijn trainingsjack, verliet het veld, keerde terug. Wat moest hij doen? Het veld in lopen en Kepa aan zijn oor eruit trekken? Huilen? Naar huis en ineens door naar bed? Radeloos dribbelde hij voor de dug-out op en neer, als het familielid bij Miljoenenjacht dat nogal dwingend had aangeraden om te stoppen en nu ziet hoe de koffer met vijf miljoen wordt opengetrokken, als de generaal die de vijand over de vijand hoort naderen en ziet hoe zijn garnizoen het gourmetstel klaarzet.
Nog even en de radeloosheid zou hem teveel worden. Wat zou er gebeuren? Zou hij een kip nadoen, zichzelf in een shredder werpen of gewoon ontploffen? Letterlijk, zodat er een schoonmaakteam zou moeten komen om de stukjes Italiaanse topcoach van het veld te vegen?

Sarrismo
Ik weet niet of er een Italiaans woord bestaat voor de omstandigheid waarin je volkomen gelijk hebt maar het niet krijgt, maar ik stel voor dat we het vanaf vandaag ‘sarrismo’ noemen. Sarrismo. Gevoel van existentiële frustratie waarin ook miskenning en vernedering herkenbaar zijn. Naar Maurizio Sarri, krankzinnig geworden ex-voetbaltrainer. Het gevoel dat me destijds bekroop, in Huizen, twintig jaar geleden, toen X de hele verdere wedstrijd deed of-ie me niet hoorde en de trainer maar wegbleef, dat gevoel waarvan zich nog steeds restjes in mijn lijf bevinden, blijkt dus gewoon sarrisme avant la lettre te zijn geweest.

Reageer op artikel:
Het sarrismo van Maurizio Sarri, ex-voetbaltrainer
Sluiten