Peter Buwalda: ‘In bed werk ik gewoon door’

Berend Sommer 5 mrt 2019 Cultuur

Vandaag verschijnt Peter Buwalda’s langverwachte tweede roman, Otmars Zonen. HP/De Tijd sprak hem voor de rubriek boek van de week. “De mooiste zin is er niet. Als het boek een mooiste zin heeft, dan is er werk aan de winkel.”

Zeg, waar gaat dat Otmars zonen eigenlijk over?

“Poeh… over veel… Otmars zonen is een dik boek. Het gaat onder meer over de onzichtbare bedrading van verschillende karakters: verborgen motieven waarvan mensen zelf niet weten dat ze die najagen. Een van de verhaallijnen gaat over een vader en een zoon, die elkaar pas na 35 jaar leren kennen en dan veel met elkaar te maken krijgen. Ze hebben wel hetzelfde DNA, maar toch zijn ze totaal anders. Dat komt door een klein fysiologisch verschil.”

Uw debuut Bonita Avenue verscheen in 2010. Hoe heeft u uzelf als schrijver ontwikkeld?

“Als ik dit boek vergelijk met Bonita Avenue, is mijn aanpak psychologischer geworden. De handelingen zijn verplaatst naar de binnenwereld van de personages. De manier waarop ik schrijf, de stijl, is niet heel anders. Daar was ik al tevreden over. Ik ben ook vrij laat begonnen, dat kan daarvoor een reden zijn dat het hetzelfde is gebleven. Bij Bonita Avenue was ik ook al tevreden over hoe ik schreef. Mijn debuut is geen jeugdzonde waar ik me voor schaam.”

Heeft u Bonita Avenue naderhand nog eens gelezen?

“Nee! Ik heb het nooit gelezen. En dit boek ga ik ook nooit meer lezen. Daar heb ik ook geen interesse in: ik heb ook het al een keer of 38 doorgewerkt.”

Wat is de mooiste zin uit het boek?

“Die is er niet. Als het boek een mooiste zin heeft, dan is er werk aan de winkel. Ik heb wel een favoriete zin. Het gaat erover dat de vader wil dat zijn zoon – een briljante pianist – speelt op achttiende-eeuwse instrumenten. Want alleen dan kun je horen hoe het klonk als de componist het zelf opvoerde. Die zoon wil dat niet. Die wil spelen op een moderne Steinway. Ik zoek hem op, want ik kan mezelf helaas niet citeren. Nu komt de zin: ‘Dolf legde zijn verzekerde vingertoppen tegen elkaar. Van bepaalde sonates staat niet eens vast of ze van Haydn zijn of van de melkboer, maar Otmar Smit uit Venlo weet precies hoe ze klonken.’”

Wat is de lelijkste zin uit het boek?

“Die heb ik eruit gehaald. Ik hou erg van mooie zinnen, maar ze moeten ook weer niet te mooi zijn.”

Waar schrijft u mee?

“Ik schrijf op een laptop, met Word. Ik heb geen Apple, dus als mensen me zien werken denken ze: ‘Armoedzaaier’. Mijn laptop is ook iets te groot, bekruimeld ook. Dubbel gênant. Als je hem omdraait, heb je genoeg materiaal om me te kunnen klonen.”

Met welk personage zou u graag bivakkeren op een onbewoond eiland?

“Dat is een goede vraag, want een gedeelte van de roman speelt zich af op een eiland. Hoewel het niet echt onbewoond is. Er wordt daar naar olie geboord. Sakhalin heet het. Voor de hand ligt om met Isabelle op een onbewoond eiland te gaan zitten, maar die is niet te vertrouwen. Ik zou naar een eiland willen met Dolf Appelqvist. Die is stapelgek, dat lijkt me een interessant figuur om te observeren. Maar dat moet dan niet te lang duren.”

Hoe ziet een gemiddelde schrijfdag eruit?

“Eentonig. Zeker de afgelopen tweeënhalf jaar. Het begint zodra ik wakker word. Dan werk ik door tot ’s avonds laat. En in bed werk in nog steeds. Ik mail dan de schade van de afgelopen dag naar mezelf, en lees het op mijn telefoon. Dan maak ik aantekeningen, en plannen voor de komende dag. De dagen werden als een soort tunnel. Ik ben er echt obsessief mee bezig geweest.

En er komen nog twee delen.

“Ja, ik heb ook met de uitgeverij afgesproken dat de promotie niet te lang mag duren. Op een gegeven moment wordt de circustent weer afgebroken en ga ik weer verder schrijven.”

Wat verdient u met dit boek?

“Hoeveel geld, bedoel je? Geen idee. Het zou leuk zijn als ik net zoveel verdien als met het vorige. Maar het is ook niet echt belangrijk, want ik geef maar weinig uit: de opbrengst van mijn vorige boek heb ik ook nog lang niet uitgegeven. Met mijn Volkskrantcolumn kan ik al rondkomen.”

Wat is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?

“Thomas Rosenboom, daar ben ik een liefhebber van. Die heeft romans geschreven als De Nieuwe Man, Publieke Werken, Vriend van Verdienste, daar sta ik paf van. Daar kun je makkelijk de Nobelprijs mee winnen. Zeker als je ziet wie hem de laatste jaren hebben gewonnen. Bob Dylan, daar ben ik fan van. Maar die schrijft liedjes. Die kun je toch niet de Nobelprijs geven? Geef hem dan ook maar een Michelinster.”

Op het huis van welke schrijver zou u een precisiebombardement laten uitvoeren?

“Geen. Dat klinkt saai, en misschien had ik daar eerder anders op geantwoord, maar inmiddels ben ik doordrongen van solidariteit voor de beroepsgroep. Schrijvers zijn medestanders. De verkoop van boeken loopt terug. Schrijvers zitten in een verdomhoekje. De tijd van Reve en Hermans, dat schrijvers op een schild gehesen door de stad werden gedragen, die is voorbij. Dit bedacht ik me een uur geleden. Gisteren had ik misschien nog een ander antwoord gegeven.”

Otmars Zonen ligt vanaf 5 maart in de winkel. Het boek is uitgegeven bij de Bezige Bij.

Bron: De Bezige Bij
Reageer op artikel:
Peter Buwalda: ‘In bed werk ik gewoon door’
Sluiten