Spring naar de content
bron: ANP

Hoe minder religieus Nederland wordt, hoe meer behoefte aan passies

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Max Pam

Er zijn natuurwetten die zich telkens weer laten gelden:

  1. Voetbal is een eenvoudig spel: 22 mannen lopen 90 minuten achter een bal aan en op het eind winnen de Duitsers.
  2. Oorlog is een strijd tussen twee of meer landen en op het eind hebben de Joden het gedaan.

Ik ging in het Concertgebouw naar de Johannes Passion van Johann Sebastian Bach. Ik kende het verhaal ergens van, maar toch was dit iets anders dan de Matthäus Passion van dezelfde componist.

Tegen Pasen wordt iedereen in Nederland zenuwachtig. Er wordt gevraagd of je al een kaartje hebt. In mijn jeugd was dat niet zo en ik vermoed dat hier een andere wetmatigheid geldt: hoe minder religieus de Hollandse natie wordt, hoe meer er behoefte ontstaat aan passies. En niet alleen aan die van Bach, ook aan die van de Evangelische Omroep. Mijn oudste vriend, een acteur van mijn leeftijd, is een van grootste godsloochenaars die ik ken. Komt uit een communistisch gezin. Hij speelde als Pilatus mee in The Passion van de EO, een Nederlandse omroepvereniging waar ze denken dat Jezus en zijn discipelen Engels hebben gesproken en gezongen. Van die hele cast geloofde vrijwel niemand meer. Maar intussen is het wel het populairste programma van de EO geworden. Al die ongelovige acteurs moeten het christelijk geloof terugbrengen naar het gewone volk.

Ha, berg je dan maar!

Intussen zat ik in het Concertgebouw en luisterde naar de Johannes Passion. Mooie muziek, Bach. Haalt niet bij de Matthäus, maar de laatste tijd wordt de kortere Johannes Passion steeds populairder. Ik kijk eens om me heen, de zaal zit vol met muziekliefhebbers. Boven bij het orgel is een display bevestigd, waarop steeds de tekst van het gezongene verschijnt. Verschillende malen zie ik “de Joden” langskomen.

Zou het publiek in de gaten dat er een onversneden antisemitisme spreekt uit de Johannes Passion? Vermoedelijk niet. Toch wordt het Evangelie van Johannes, zoals in het Nieuwe Testament is vastgelegd, niet zonder reden gezien als de wortel van het Europees antisemitisme. Daar komt het allemaal vandaan. Ik ben niet de enige die dat zegt. Zelfs de historicus Loe de Jong die meende dat het christendom grotendeels verantwoordelijk is geweest voor de Holocaust, was niet de enige toen hij er na de oorlog over begon. Dat de Heiland door de Joden is vermoord, is een opvatting die niet alleen door Luther en Calvijn is verkondigd als een onbetwistbare waarheid, maar ook door menig paus, dominee of pater.

Een waarheid die gewroken moest worden.

Ik weet nog dat ik als kind ermee ben lastiggevallen. Ik voetbalde met ons katholieke buurjongetje en hoorde hem ineens verkondigen dat de Joden Jezus hadden vermoord. Ik vroeg aan mijn vader of dat waar was. “Jazeker”, zei hij, “natuurlijk hebben de Joden Christus vermoord, en daar kunnen zij best een beetje trots op zijn.” Dat is sindsdien ook mijn standaardopmerking als de kwestie weer eens wordt besproken.

Van Bach weten wij inmiddels dat hij een boekenkast vol had staan met antisemitische lectuur. Zeker, dat moeten wij ‘in de tijd zien’. Maar als God werkelijk via de muziek van Bach tot ons spreekt, dan moet God wel een antisemiet zijn en dan hebben die pausen, Luther en Calvijn vanuit hun christelijkheid gewoon gelijk.

Intussen zongen ze in het Concertgebouw gewoon verder. Steeds mooier werd de muziek, terwijl de suffe Barabas door die stomme Joden (via Pilatus) werd vrijgelaten en Jezus naar het kruis werd gebonjourd. Ja, pappa, daar kunnen wij trots op zijn. Drama! Waren er maar meer van zulke volksgerichten!

Op het eerste balkon schuifelde ik een beetje heen en weer, terwijl ik schuin tegenover mij Anna Enquist ingespannen zag luisteren. Ik moest denken aan het gesprek dat ik een paar dagen eerder had gehad met Lawrence Douglas in Grand Café Luxembourg. Lawrence had ik in 2010 ontmoet bij het Demjanjuk-proces in München. Tegenwoordig is hij jurist en hoogleraar. Toen volgde hij het proces voor verschillende Amerikaanse kranten en schreef er een boek over: The Right Wrong Man. Nog altijd is hij vaste medewerker van The Guardian.

Lawrence was in Amsterdam om een lezing te houden in het Holocaust Museum tegenover de Hollandse Schouwburg: The Camera as a Witness: Photography and Memory. Hij had acht iconische foto’s uit de oorlog uitgezocht.

“Ik hoop voor je dat er publiek komt,” zei ik.

“Hoezo?”

“Op die avond speelt Ajax tegen Juventus. Dan zijn de straten in Amsterdam uitgestorven.”

“Jezus!”

Inderdaad was er niemand op straat. Juventus werd door Ajax gekruisigd. De Griekse God versloeg de Romeinen. Het breed uitgemeten in de kranten, maar toen zat Lawrence alweer in het vliegtuig naar Boston. Zelf stapte ik die dag uit bed en haalde beneden de krant uit de bus.

Daar stond het groot in de VolkskrantHolocaustmuseum in Amsterdam weert Auschwitz-foto’s van tentoonstelling. Vier foto’s waarop lijken worden verbrand, beschouwd als het duidelijkste bewijs van de Holocaust, waren afgeplakt. Er was over de foto’s gediscussieerd. De ene partij vond dat men alles moest laten zien, hoe gruwelijk ook. De andere partij vond het ongepast om slachtoffers zo exposeren.

De foto’s werden genomen door een Griekse fotograaf Alberto Errera en in een tube tandpasta het kamp uitgesmokkeld. Errera zelf werd later door een SS’er doodgeslagen.

Erbarme dich, Mein Gott.

Gelukkig had Lawrence daar allemaal niets mee te maken. Hij zou inmiddels wel zijn aangekomen. Misschien lag hij al in bed. Ook namens hem wens ik u fijne Paasdagen.

Onderwerpen