Spring naar de content
bron: Gabriël Kousbroek

G.H.B. Hiltermann over de lobby in Straatsburg

In het Europees Parlement loopt G.H.B. zonder kloppen binnen, om bijvoorbeeld de rokersbelangen te verdedigen. Zijn verblijf in Straatsburg herinnert hem weer aan een voorval met de toenmalige Eurocommissaris Vredeling.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: G.H.B. Hiltermann

Amicae amicique, ik was uitgenodigd om een praatje over brexit te houden in het filiaal van het Europees Parlement in Straatsburg. Nu hoor ik u denken: onze meester G.H.B. heeft ook maar een luizenleventje. Die komt tenminste nog eens ergens.

Welnu, het had niet veel gescheeld of ik was er niet gekomen.

Wat is dat vliegen toch een crime geworden, mensen. Ik moest eerst naar Brussel voor een lichte dis met een paar vrinden van de European Cigar Manufacturers Association, bij Comme Chez Soi.

Zij weten dat ik zonder kloppen binnenloop bij decision makers in het Brusselse en dat ik als progressieve, liberale cultuurdemocraat daar met alle pleizier de rokersbelangen verdedig.

Het is toch van de gekke dat ik na een uitmuntend zevengangendiner op straat in de stromende regen mijn Cohiba Behike moet roken, al dan niet gechaperonneerd door een casserolier of een commis de cuisine met een paraplu.

Vliegen is tegenwoordig, net als het tabaksgebeuren, geen sinecure. Op Schiphol werd ik op hardhandige wijze gefouilleerd door een meneer die ik amper kon verstaan. Hij mompelde iets van: roestig blijven, ouwe, en toen ik mij permitteerde schalks op te merken dat het vliegen ‘dankzij jullie’ zo veilig is geworden, kwam er een lomperik van een vent die toevallig ook Mo heette naar me toe en blafte: “Jij wilt toch niet je vlucht missen, opa? Dan zou ik maar effe snel dimmen.”

De businessclass van KLM is ook geen feest meer. Ik wist überhaupt niet dat baby’s daar zijn toegestaan. Het verhaal is nog niet klaar, want de nouveau riche-moeder ontblootte kort na het opstijgen haar roomwitte, met blauwe aderen doorkliefde boezem en begon de boreling te zogen. Zelfs de steward van dienst had zulks nog nooit meegemaakt en slaakte een gilletje van ontzetting.

Als troost kreeg ik De Witte Os, maar daar heb ik er al drie van in mijn Delfts blauwe huisjes-collectie. Dat was -natuurlijk aardig, want de goede man mag die snuisterijen helemaal niet weggeven op continentale vluchten. Maar ik had liever gehad dat hij met huisje nummer twee, restaurant d’Vijff Vlieghen, op de proppen was gekomen, want dat is gesneuveld tijdens het afstoffen.

Mijn dierbare huishoudster Agaath had me nog gewaarschuwd: G.H.B., ik las laatst in de Libelle dat met de trein reizen veel beter is voor het milieu. Ja, zei ik, maar niet beter voor mijn eigendommen, want je hebt geen idee wat er tegenwoordig voor schorriemorrie rondscharrelt in de trein. Een fatsoenlijk mens zou bijna heimwee krijgen naar de tijden van het ouderwetse dievengilde, mannen van stavast die noodgedwongen in het holst van de nacht de hort op moesten om hun talrijk kroost van brood te kunnen voorzien.

De vlucht naar Straatsburg heb ik ’s anderendaags bijna gemist, omdat de taxichauffeur mij ‘verkeerd begrepen had’ en dacht dat ik vanaf Charles de Gaulle in Parijs naar Straatsburg zou vliegen, en niet vanaf Zaventem, wat toch meer voor de hand ligt. Misschien had de beste man nooit aardrijkskunde genoten bij de Witte Paters in de Belgische overzeese gebieden, maar gelukkig kwam ik reeds ter hoogte van Charleroi achter het ‘misverstand’.

Zo ziet u maar dat het niet alleen maar rozengeur en maneschijn is in het veronderstelde luizenleventje van G.H.B. Al dit gedoe is toch niets voor een heer van stand. Daarom is het tijd voor een geestige anekdote, want de boog kan niet altijd gespannen staan.

Ik logeer in Straatsburg in het Sofitel. Mijn keuze is het niet, maar ik heb van mijn moeder geleerd dat je een gegeven paard niet in de bek moet kijken. Ik was voor het laatst in het Sofitel op 5 november 1979, om precies te zijn in de bar. Daar zat toenmalig Europees Commissaris Henk Vredeling – ook wel bekend als Henk Vrageling – in ijltempo een fles whisky burgemeester te maken.

Ik was in gezelschap van Jim Janssen van Raaij, die ik nog ken van jappenkamp Tjihapit in ons Indië. Jimmy was Europarlementariër en ik gaf hem – als een vriendendienst – adviezen over zijn pensioenfonds voor voetballers.

Het verhaal wil dat Vredeling ons begon uit te schelden voor rechtse rukkers, ijzervreters, bunkerbouwers en wat dies meer zij, en vervolgens een loodzware marmeren asbak naar mijn hoofd wierp. Ik heb voor hetere vuren gestaan en bukte. De grote spiegelwand achter de bar lag vervolgens in gruzelementen.

Ene Henk Beereboom was destijds werkzaam op het kabinet van commissaris Vredeling en kwam tien minuten na het delict de zaak voor zijn baas ‘afhandelen’.

In de nieuwe versie werd het: het was geen spiegel achter de bar, maar een doodgewone spiegelruit in de lobby, het was geen asbak maar een lege whiskyfles, en de actie was niet gericht tegen mr. G.H.B. Hiltermann, maar tegen de Britse Eurocommissaris Roy Jenkins, aan wie Vredeling zich eerder die dag tijdens een vergadering enorm geërgerd had. Nou had ik die hele meneer Jenkins niet gezien in de Sofitel-bar, maar dit terzijde. Barkeeper Pippo, die er nog steeds werkt, heeft toen op mijn instigatie het echte verhaal enkele weken later aan Italiaanse journalisten verteld. Volgens Pippo was de totale schade 25.000 gulden en die heeft de PvdA vergoed, plus Henks bonnetje dat nog openstond bij de bar.

De manager van het Sofitel klopte zojuist op mijn deur, want hij had het asbakdrama van Pippo vernomen. “Kan ik iets voor u betekenen, monsieur Ieltermann?” “Ja,” antwoordde ik, “u kunt een taxi regelen naar Auberge de l’Ill in Illhaeusern. Ik heb daar een ontmoeting met l’Association des Producteurs-Gaveurs de Foie Gras d’Alsace, die wil dat ik in het EP een goed woordje voor ze doe.”

Dat kon de manager wel regelen, en hij voegde daaraan toe: vergeet vooral niet la terrine de foie gras d’oie en la mousseline de grenouilles te proeven, monsieur Ieltermann. Ik knipoogde en zei: “Bien sûr, mon vieux: après nous, le déluge.”  

Onderwerpen