Spring naar de content
bron: ANP

Vrije meningsuiting vervalt niet omdat jij moet huilen om een prentje

Op 1 juli is het zover, schrijft Roderik Six: dan wordt er een nieuw kluitje aarde op de kist van de persvrijheid gegooid.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Roderik Six

Vanaf die rouwdag zullen er geen cartoons meer verschijnen in de internationale editie van The New York Times. De aanleiding is onderhand bekend – een politieke cartoon waarin Donald Trump blind achter Benjamin Netanyahu in hondsgedaante aansjokt, werd als antisemitisch bestempeld en liever dan de cartoonist te verdedigen, zoals het een zichzelf respecterende krant betaamt, besloot NYT maar volledig te kappen met cartoons.

Ik had een storm van protest verwacht. Het werd een stille wake. Hier en daar schreef een hoofdredacteur een berispend stukje maar de toon bleef zeer gematigd. In veel redactielokalen wordt de New York Times als de beste krant ter wereld beschouwd en tig journalisten zullen hun artikelen ongetwijfeld al eens in het iconische lettertype omgezet hebben, dagdromend van Pulitzers, geilend op documentaires à la The Fourth Estate. Teveel idolatrie kan echter verblinden, en het respect voor de Times is blijkbaar te groot om hen aan de schandpaal te nagelen. Maar het blijft een laffe beslissing; de Times is bang om zijn publiek – nou ja, de moralistische meute op sociale media – voor het hoofd te stoten en doet aan zelfcensuur. Zo begint het: kritische stemmen die zichzelf vrijwillig muilkorven omdat ze het online gesar beu zijn.

Zo begint het: kritische stemmen die zichzelf vrijwillig muilkorven omdat ze het online gesar beu zijn.

Wat ik echter niet had verwacht, is dat iemand de beslissing zou toejuichen. In haar column voor De Morgen schoof Julie Cafmeyer de schuld in de schoenen van de cartoonisten. Moeten ze maar niet zo kwetsend tekenen. Volgens Cafmeyer belemmeren spotprenten zelfs de identiteitsontwikkeling van haar vele vrienden: ‘Ik heb vrienden van kleur die het moe zijn dat ze steeds op een stereotype manier in beeld worden gebracht. Ik heb vrienden die geloven in andere goden en het moe zijn om bespot te worden om hun geloof. Ik heb homoseksuele vrienden die het moe zijn dat er gelachen wordt met hun geaardheid. En ikzelf ben het als vrouw moe dat ik zo vaak louter als een seksueel of dom en hulpeloos wezen in beeld wordt gebracht. Is het grappig dat Charlie Hebdo in zijn laatste nummer vrouwenvoetbal reduceert tot een kut?’

Amper vier jaar na #jesuischarlie danst Cafmeyer op het graf van twaalf redactieleden die genadeloos werden neergekogeld omdat ze tekeningetjes maakten. Omdat iemand zich beschimpt voelde door een afbeelding.

Ik voel me beledigd, dus jij moet zwijgen.

En als je dat niet doet, dan leg ik je het zwijgen op. Soms met kalasjnikovs, meestal met hysterisch getier.

Tergend dat je millennials keer op keer moet uitleggen waarom persvrijheid zo belangrijk is, waarom het zo essentieel is dat je met andere meningen geconfronteerd wordt, waarom het recht op vrije meningsuiting niet plots vervalt omdat jij moet huilen om een prentje.

Trouwens, als je identiteit wankelt omdat iemand iets onaardigs tegen je zegt, dan heeft dat meer te maken met je gebrek aan ruggengraat dan met je levensovertuiging. Ocharme, je bent het zat dat je je beledigd voelt? Train je mentale weerstand, kweek wat olifantenvel, leer omgaan met de opinie van een ander, hoe aberrant die ook moge zijn. Want op een dag kan het jouw mening zijn die buiten de gratie van vijf weldenkenden valt.

Nu hoor ik u denken: who the fuck is Julie Cafmeyer.

Cafmeyer en haar teergevoelige vrienden moeten ook eens leren om zaken in context te zien. Bij spotprenten over Israël wordt al te snel verwezen naar de antisemitische karikaturen die opmars maakten in de jaren dertig. Het verschil: een kritische prent over het Israëlisch-Palestijns conflict stemt tot nadenken, de haakneus-karikaturen waren onderdeel van een mensonterende propaganda om een bevolkingsgroep te stigmatiseren. Wie stuurt de spotprent aan? Geert Wilders mág een Mohammed-cartoonwedstrijd organiseren maar het is duidelijk dat hij daarmee niet zozeer de vrije meningsuiting verdedigt als wel een islamofobe agenda propageert. Je kan de redacteurs van Charlie Hebdo moeilijk van moslimhaat beschuldigen; zij nemen iedereen op de korrel en blinken vaak uit in bijtende zelfspot.

Nu hoor ik u denken: who the fuck is Julie Cafmeyer? Wel, hou u vast voor een bootlading ironie: Cafmeyer is een theatermaker. Ze doet aan zelfexpressie op de bühne. Ze teert op de artistieke vrijheid die ze haar penseelcollega’s wil ontzeggen. Misschien moet ik eens gaan kijken. Misschien zal ik me ook beledigd voelen door haar capriolen op de planken. Misschien loop ik halverwege de voorstelling de zaal uit, onnoemelijk diep gekwetst, ontroostbaar kermend op de straatstenen, twijfelend aan mijn menselijk bestaan, amper nog bij machte om mijn therapeut te bellen. Misschien moeten we haar werk dan ook maar censureren.

Tegen zoveel domheid is geen cartoon opgewassen.

Onderwerpen