Spring naar de content

Kleis Jager: ‘In Parijs wonen alleen nog rijken en gesubsidieerden’

Afgelopen maanden is Parijs strijdtoneel van rellen en de kraamkamer van politieke omwentelingen die tot aan Nederland reiken. Hoe gaat de Nederlandse pers om met het land van Emmanuel Macron? We spreken drie correspondenten vanuit standplaats Parijs. Vandaag deel 2: Kleis Jager over de gele hesjes, polarisatie en Frans-Algerijnse voetbalfans.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Robbert van Rijswijk

Op de brug over de Seine wijst Kleis Jager (1967) ter linkerhand op de toren van de Collégiale Notre-Dame, waar de Franse koning Saint Louis in de dertiende eeuw werd gedoopt, en ter rechterhand op een complex vaalgrijze fabriekshallen waarvan de dichtstbijzijnde B5 heet, de autofabriek van PSA Peugeot Citroën. We zijn in Poissy – vanaf het Parijse station Saint-Lazare in zo’n vijftien minuten te bereiken per trein – waarvandaan Jager als correspondent over Frankrijk schrijft voor Trouw en Het Financieele Dagblad. Opnieuw ter linkerzijde, in de Seine, liggen de resten van de in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerde Ancient Pont de Poissy.

Toen we elkaar eerder schreven, stelde u voor: ‘Kom naar Poissy, hier kom je nog gewone mensen tegen.’ Hoe zit dat?
“Poissy is in veel opzichten nog een gewone Franse stad met mensen van alle rangen en standen. In Parijs wonen eigenlijk alleen nog rijken en gesubsidieerden, een trend die bijvoorbeeld ook in Amsterdam gaande is.

“Volgens geograaf Christophe Guilluy is dat het resultaat van globalisering. Ons systeem heeft steeds meer behoefte aan een combinatie van hoog opgeleide mensen èn laag opgeleide mensen. Die groepen concentreren zich vervolgens in de grote steden, de motoren van het systeem. Ik vind het fascinerend dat wat Guilluy beschrijft zo goed te zien is in de metropool Parijs. In Parijs wonen de goed verdienende globaliseringsoptimisten – de ‘nieuwe bourgeoisie’ in de woorden van Guilluy – en hun personeel, degenen die nodig zijn voor leuke restaurants, de kinderopvang en de schoonmaak. De behoefte aan functies tussen de top en de bodem is er afgenomen, waardoor de middenklasse steeds meer uit het zicht verdwenen is. Globalisering leidt tot polarisatie.”

Hoe passen de gele hesjes precies in dit verhaal?
“Veel Fransen zijn door de logica van de onroerendgoedmarkt steeds verder verwijderd geraakt van de stad en de gemeenten daaromheen, daar waar het geld verdiend wordt. Bedenk daarbij dat het mediaan maandinkomen in Frankrijk 1760 euro is (ter vergelijking: het CBS berekende in 2017 een mediaan maandinkomen van ongeveer 2058 euro in Nederland – RvR) en dat de prijzen van levensmiddelen hier gemiddeld hoger liggen dan in Nederland. Ook Poissy is vaak al veel te duur voor een gezin met kinderen. In theorie kunnen zij zich wel aanmelden voor sociale huur rond de grote steden, maar die is gespecialiseerd in immigranten en daardoor geen aantrekkelijke optie als je geen etnische minderheid wil zijn.

“Veel gele hesjes wonen dan ook in de periferie, waartoe niet alleen landelijke gebieden maar ook middelgrote en kleine steden behoren. Deze gebieden zijn de afgelopen veertig jaar erg verzwakt. Vroeger zorgden landbouw en industrie er voor werkgelegenheid, maar die hebben enorme klappen gehad – in de industrie gingen de laatste veertig jaar 150 banen per dag verloren.

“Eigenlijk ben je in Frankrijk als kind van laagopgeleide ouders beter af als je in Seine-Saint-Denis opgroeit, een heel problematisch departement net te noorden van Parijs, dan ergens in de middle of nowhere. In die zin hebben de gele hesjes wel degelijk met immigratie en globalisering te maken.”

Je hoort vaak, soms kan je het zelfs lezen in de New York Times, dat de overheid mensen hier aan hun lot overlaat, dat het ‘mensen wegduwt  in ghetto’s en jihadogene flats’, maar dat is echt lulkoek.

Terwijl, in Seine-Saint-Denis leeft wel 42 procent van de inwoners onder de armoedegrens en ligt een aantal van de meest beruchte banlieues.
“Dat klopt, maar dat moet je toch echt relativeren. Daar is tenminste uitzicht op beter; ook de achterstandswijken profiteren namelijk van de globalisering. Het verloop is er enorm groot; de armen in de statistiek van het Insee, het Franse CBS, zijn niet per se die van morgen. In Seine-Saint-Denis ligt de universiteit om de hoek, en er is werk zat. Terwijl, in een provinciaal stadje als, ik noem maar wat, Marmande, in het zuidwesten, is gewoon echt helemaal niks te doen. En als de industrie die nog over is op de fles gaat, kom je niet meer weg. Macron kan dan wel zeggen ‘kom in beweging en verhuis honderdvijftig kilometer naar een stad met werkgelegenheid’, maar zie je huis maar eens te verkopen in zo’n onaantrekkelijke omgeving.

“De beweging van de gele hesjes begon natuurlijk als protest tegen de groene taks op diesel en benzine. Mensen uit de periferie moeten elke dag veel kilometers naar hun werk maken. Het is daarom niet verbazingwekkend dat de mensen uit immigrantenwijken in de grote stad zich niet hebben aangesloten bij de gele hesjes. Daar zijn mogelijkheden genoeg en gaat het om andere problemen. Autochtone achterstandsgebieden, zoals die van de gele hesjes, zijn een internationaal fenomeen. Het zijn dezelfde krachten die Trump hebben geproduceerd, of de Brexit. Maar, en dat is belangrijk om te onthouden, de gele hesjes zijn ook weer geen witte volksbeweging; er zitten wel degelijk mensen met een migratie-achtergrond tussen, die met dezelfde problemen kampen. Een van de initiatiefnemers van de gele hesjes is een zwart Antilliaans meisje.”

Autochtone achterstandsgebieden, zoals die van de gele hesjes, zijn een internationaal fenomeen.

Welke andere problemen spelen er dan in de immigrantenwijken?
“De eerste minister van Binnenlandse Zaken van Macron – Gérard Collomb – zei bij zijn afscheid eind 2018 dat hij na een ronde langs de belangrijkste probleemzones moest vaststellen dat de toestand er is verslechterd. Volgens hem is er een ‘herovering’, dat zei hij letterlijk, van deze gebieden nodig, omdat nu dealers en salafisten de dienst uitmaken.

“Tegelijk zien veel wijken er fysiek in ieder geval veel beter uit dan een tijdje terug. Je hoort vaak, soms kan je het zelfs lezen in de New York Times, dat de overheid mensen hier aan hun lot overlaat, dat het ‘mensen wegduwt  in ghetto’s en jihadogene flats’, maar dat is echt lulkoek. De afgelopen vijftien jaar is er bijna 50 miljard euro uitgegeven aan opknapbeurten en nieuwbouw, met zichtbaar resultaat. In sommige delen zijn de huizen inderdaad verwaarloosd, maar dat geldt voor woningen die tot de vrije sector behoren.

“Ook is er relatief veel werkloosheid en schooluitval. Macron heeft vorig jaar beloofd 15 miljard euro te investeren in onderwijs en de aanpak van werkloosheid. Eén van zijn beste maatregelen tot dusver is de klassenverkleining op scholen. Er zijn achterstandsgebieden geconstateerd en daarin zijn de klassen van groep 3 en 4 gehalveerd.

“Het is niet alleen een kwestie van beleid, maar vooral van cultuur en mentaliteit. Alles staat of valt met de ouders. Scholen kunnen alleen goed werken als ouders er voor zorgen dat aan de randvoorwaarden is voldaan: kinderen moeten bijvoorbeeld met een ontbijt achter de kiezen arriveren en geleerd hebben dat ze moeten luisteren. Als dat niet vanzelf spreekt, is de kans op succes niet groot. De middenklasse-discipline die veel mensen vanzelfsprekend vinden, ontbreekt in deze milieus.”

De rellen van 2005 worden doorgaans gezien als toppunt van de problemen in de Franse banlieues met jongeren met vooral Afrikaanse wortels. Vorige week werden na de overwinningen van het Algerijnse voetbalelftal op het Afrikaans voetbalkampioenschap onder meer winkels geplunderd en werden in het hele land in totaal honderden mensen aangehouden. In die manier van feestvieren is nog steeds een zeker ressentiment te herkennen.
“Het mentaliteitsprobleem van bewoners van immigrantenwijken waarover ik het net had, zie je inderdaad terug in zo’n uitbarsting. Deze jongens vereenzelvigen zich met een land waar ze nooit zouden willen wonen als ze voor de keus zouden staan, maar dat ze toch ophemelen. Bij deze rellen profiteren ze van het koloniale complex dat Frankrijk heeft. Er zijn veel gele hesjes hard aangepakt voor vernielingen en geweldpleging, maar ik vermoed niet dat de jongens die nu zijn aangehouden veel hoeven te vrezen van justitie. Alsof er voor hen bijzondere verzachtende omstandigheden gelden die door het verleden worden gedicteerd. Na de finale van vrijdag heeft iedereen geconcludeerd dat alles goed – er waren nu natuurlijk wel maatregelen genomen – is verlopen. Er waren evengoed nog tweehonderd aanhoudingen en incidenten die te denken geven. Zo zie je op een video jongens stenen gooien naar ‘hoeren’ die op straat dansen en ‘binnen hadden moeten blijven’. Veel Franco-Algériens zien met afschuw hoe dit soort dingen uit de hand loopt, die schamen zich kapot, weet ik van ze.

“Je kunt je bijvoorbeeld afvragen waarom Portugezen de boel niet afbreken als ze iets hebben gewonnen. Er wonen in de regio rond Parijs bijvoorbeeld ontzettend veel Fransen met Portugese wortels, ongeveer 700.000. Je herkent ze aan hun naam, natuurlijk, of aan de vele cafés hier met Sagres of Super Bock op de tap. In 2016 werd Portugal Europees kampioen voetbal, maar de Champs-Élysées bleef leeg. Dat heeft te maken met de succesvolle integratie van Portugezen. De rellen en plunderingen van deze week zijn daarentegen het symbool van de mislukte integratie van een deel van de Algerijnen – dat zeg ik met nadruk, want we stigmatiseren niemand en generaliseren niet.”

Tot slot: waar in Frankrijk bevindt zich uw dierbaarste vakantiebestemming?
“Marseille en de kust met lagunes daaromheen is prachtig. Het is er ook niet toeristisch.”

En waar wilt u nog niet dood gevonden worden?
“Ik heb een tijdje het idee gehad om een reisgids te maken met de achterkant van het decor, de lelijke plekken van Frankrijk. Misschien ga ik dat nog wel doen. Vooral in het oosten zijn er een heleboel desolate oorden. Bijvoorbeeld Forbach, bij de grens met Duitsland. Ze spreken er een soort Duits dialect en in de kroegen klinkt schlagermuziek.”

Lees hier deel 1 met Marijn Kruk.