Spring naar de content
bron: anp/marcel van den bergh

Het oordeel Gods

Op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee is de Bijbel Gods onfeilbaar Woord, en enig richtsnoer voor het leven. Tegelijk hield het coronavirus in de hechte gemeenschap meer huis dan elders. ‘Wij zijn allen zondaars, van één lap gescheurd.’  

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Willem Pekelder

Het is een drukke boel in de pastorie van dominee J.W. van Estrik. Een schoondochter is op bezoek met drie jonge kinderen, en tussendoor loopt een enorme hond. “Dat is een tosa-inu,” zegt de predikant. “Een Japanse vechthond, maar hij doet geen vlieg kwaad, hoor. Ik wilde ik hem Pastor noemen, vanwege zijn mooie, witte bef, maar mijn kinderen kozen voor Danger.”

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Van Estrik is dominee van de Hersteld Hervormde Kerk, een orthodox-protestants genootschap in het plaatsje Goedereede. De kerkelijke gemeente telt zo’n zeshonderd leden, die – vóór corona – bijeenkwamen in een voormalige boerenschuur, omgedoopt tot De Levensbron. “Zondags wandel ik in zwart pak met zwarte das hier over de dijk naar de kerk,” zegt Van Estrik (63), naar buiten wijzend. “De kerkenraad hecht zeer aan zwart, maar als ik elders preek, draag ik graag een grijze das.”

Het preken geschiedt sinds corona digitaal. “Zondagochtend en -avond preek ik vanuit onze eigen kerk,” legt Van Estrik uit, “en ’s middags rijd ik soms naar een andere gemeente. Pas nog naar Sint-Annaland in Zeeland. Ik vraag weleens: kan ik zo’n gastbeurt ook niet gewoon vanuit De Levens-bron doen, het is immers allemaal internet, maar goed, men wil het liever zo, en dan doe ik het zo.”

Een markant gezicht heeft hij, deze hersteld-hervormde dominee en SGP’er. Hij lijkt vrolijk bovendien. “Dat ben ik zeker, al heb ik mijn stemmingswisselingen. Maar los daarvan, het geloof geeft ons veel steun en troost. We weten dat we in Zijn hand zijn, ook in deze coronatijd.” Is dat loslaten? “Overgave zou ik het willen noemen. Overgave.”

Tien kinderen heeft hij, van wie er nog vier thuis wonen. Allen gezond. Met genegenheid spreekt hij over hen. “Een jongen en een meisje werken bij Albert Heijn in Ouddorp, en een ander meisje in de verpleging in Dirksland. Dat zijn contactberoepen, dus kunnen we elkaar niet meer de hand schudden of een kus geven. Dat is heel spijtig. Thuis bewaren we anderhalve meter afstand. Ja, als er een vaccin komt, ben ik zeker voor inenten. Zo’n vaccin komt door Gods voorzienigheid.”

En dan stel ik de vraag die al de hele tijd op mijn lippen brandt: is de coronacrisis volgens hem een straf van God? “Kijk”, zegt hij, “crisis betekent in het Grieks oordeel. Het is een straf in die zin dat God ons wil opvoeden. Ook de kerkmensen, hoor. Ik ga natuurlijk niet tegen een coronazieke zeggen: het is je eigen schuld. Maar het mensdom als geheel heeft God niet lief boven alles en zijn naaste niet als zichzelf. Kijk naar de politie. Die moet onder zware omstandigheden haar werk doen, maar wordt bespuwd. En let op hoe we omgaan met teer leven. Kinderen met het syndroom van Down zijn niet meer welkom. De Heere roept ons nu: kom terug bij Mij.”

De coronacrisis is een straf in die zin dat God ons wil opvoeden. Ook de kerkmensen, hoor.

dominee J.W. van Estrik

Had God geen zachtzinniger methode kunnen bedenken? “Geloof me, er zijn veel dingen die ook ik niet begrijp. Als je ziet wat de ziekte aanricht, gaat dat door merg en been. Aan de andere kant: de Heere had ons nog veel harder kunnen straffen, want ten diepste verdienen we het niet te leven. Maar uit liefde gaf Hij ons Zijn eniggeboren Zoon om ons te verlossen van onze zonden. Wat mijn eigen grootste zonde is? Nou, in mijn jeugd was ik geen brave Hendrik. En niet altijd oprecht. Ik was goed in tafeltennis en vroeg de Heere: als U mij kampioen maakt, dan word ik dominee. Maar dat laatste meende ik op dat moment niet. Dat is huichelachtig.”

We nemen afscheid met de constatering dat het virus zijn kerkelijke gemeente tot nu toe goeddeels heeft gespaard.

Heel anders is dat vijftien kilometer verderop, in Sommelsdijk. Daar brak op zondag 8 maart in verpleeghuis Nieuw Rijsenburgh het coronavirus in alle hevigheid uit: 72 bewoners raakten uiteindelijk besmet, van wie er 22 overleden. Het virus verspreidde zich snel in de hechte Goereese gemeenschap. Inmiddels kent het eiland omgerekend per 100.000 inwoners 90 tot 130 ziekenhuisopnames. Alleen op sommige plekken in Zuid-Nederland is het – blijkens de RIVM-kaart – erger. 33 eilandbewoners zijn op het moment van schrijven aan Covid-19 bezweken. Dat zijn alleen de geregistreerde slachtoffers. Volgens het RIVM ligt het werkelijke aantal sterfgevallen aanzienlijk hoger.

Bij Nieuw Rijsenburgh tref ik dominee Leendert Jan Lingen, die die bewuste 8 maart voorging in de naastgelegen Lukaskapel, waarna de uitbraak begon. “Nee, ik voel me niet schuldig. Niemand kon er wat aan doen, ook ik niet,” zegt hij. De kapel mag inmiddels niet meer worden betreden. 

“Ik voel wel verdriet,” vervolgt ds. Lingen, “om de mensen die er niet meer zijn.” Voor hem is het nog altijd een raadsel hoe het die 8ste maart zo mis kon gaan. “Niemand in de kapel was ziek of had klachten. Overheidsvoorschriften waren er nog niet. Ondanks dat handelde ik zeer voorzichtig. Zo gebruikten we bij het avondmaal niet één kelk voor allen, maar had ieder zijn eigen bekertje. Een week eerder was ik al gestopt met handen schudden na de dienst.”

De tekst gaat onder de foto verder.

Dominee J.W. van Estrik

Daags na het interview wordt bekend dat de Lukaskapel niet de eerste besmettingshaard was op Goeree en ook niet de enige. Ongemerkt verspreidde het virus zich vermoedelijk al vanaf eind februari over het eiland. Een verlichting voor ds. Lingen? “Ja, in die zin dat er recht wordt gedaan aan de feiten. Maar de gestorvenen krijgen we er niet mee terug, dus het verdriet blijft.”

Naast verpleeghuisbewoners vielen ook leden van Lingens eigen kerk, die in de kapel te gast waren, aan het virus ten prooi. Die eigen kerk, de Emmaüsgemeente, staat enkele honderden meters verderop. Lingen (63) geeft een rondleiding door het gebouw. “Hier de beamerhoek. Alle liederen worden gebeamd op dat scherm daar. Links vooraan het doopvont, in het midden de liturgische tafel, en daar rechts de piano en het digitale orgel.”

Lingen vraagt zich in gemoede af of en wanneer hij ooit weer voor een volle kerk zal preken. Voorlopig doet hij dat voor een lege zaal. “Maar in mijn geest zie ik de vertrouwde gezichten dan wel voor me. Dat geeft steun.”

Vijf begrafenissen leidde hij, en ook zelf kreeg hij corona, gelukkig in een milde vorm. “Heel wonderlijk hoe deze hele geschiedenis zich afspeelde in de veertig-dagentijd voor Pasen,” blikt Lingen terug. “Quarantaine komt van het Venetiaanse woord voor ‘veertig dagen’. We zaten door het virus in quarantaine, en hadden de tijd om ons te bezinnen. Met Pasen vierden we de opstanding van Jezus. Maar ook van zieken die waren genezen. Een onderwijzeres, lid van mijn kerk, lag drie weken aan de beademing in het ziekenhuis in Dirksland. Precies op haar vijftigste verjaardag mocht ze van de ic. Dat is bijna letterlijk uit de doden opstaan.”

Om nog maar te zwijgen van de wonderbaarlijke verrijzenis van Cornelia Ras, 107 jaar oud, een van de getroffenen uit verpleeghuis Nieuw Rijsenburgh. Lingen, opgetogen: “Zij is de oudste ter wereld die corona heeft overleefd. Toen ik haar belde, zei ze dat de ziekte haar was meegevallen. Ach, op Goeree piept men niet gauw, men rooit het wel. De Watersnood staat hier nog in het geheugen gegrift.”

Aan duiding van de coronacrisis doet de predikant niet (“Job deed in de Bijbel ook niet aan duiding”), laat staan dat hij rept van de straffende hand Gods. “Maar ik heb wel een aantal conclusies getrokken. Dat we kwetsbaar zijn en geen torens tot in de hemel kunnen bouwen, dat het milieu er sinds de lockdown flink op vooruit is gegaan, dat we een economie hebben die ontzettend veel uitbesteedt – mondkapjes uit China – en dat we het op het platteland met al zijn natuur en ruimte goed hebben getroffen vergeleken met mensen op een flatje in de stad, die verplicht binnen moeten blijven.”

Geen duiding van de plaag, wel een beamer in de kerk. We hebben hier, dat moge duidelijk zijn, te maken met een luchten domenee, zoals ze op het Zuid-Hollandse eiland zeggen. Daar zijn er niet veel van op Goeree, waarmee we arriveren bij het weerbarstige hoofdstuk kerkelijke kaart. Het eiland, met z’n 50.000 inwoners, telt een lappendeken aan orthodox-protestantse kerkgenootschappen, waarvan de behoudende Gereformeerde Bond veruit de grootste en invloedrijkste is. Anders dan de naam doet vermoeden is de Bond een stroming binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. In 2004, toen de landelijke hervormde kerk samen met de gereformeerde en lutherse kerk fuseerde tot de Protestantse Kerk in Neder-land (PKN), viel de Bond, ook op Goeree, uiteen. Een deel ging mee met de PKN, een ander deel deed dat, uit vrees voor vrijzinnigheid, niet. En zo ontstond de Hersteld Hervormde Kerk, die veel aanhang heeft op het eiland.

Het CBS becijferde dat 39,3 procent van de eilandbewoners geregeld naar de kerk gaat, tegen 16,9 procent landelijk, waarmee Goeree-Overflakkee zich mag rekenen tot de Biblebelt. Elke zondag kunnen de eilanders kiezen uit 57 verschillende plaatsen van samenkomst.

Ouddorp is veruit het kerkelijkste dorp van het hele gebied. Het is geen uitzondering dat zo’n vijftig procent van de bewoners hier SGP stemt, meer dan in Staphorst en Urk. Hoe zou corona hier worden beleefd? Ik rijd naar het badplaatsje toe met als gids Het eiland Goeree-Overflakkee van wijlen F. den Eerzamen. Nog altijd een standaardwerk en, ofschoon daterend van 1966, verrassend actueel. “Ouddorpers zijn in wezen goedhartig en gastvrij,” schrijft de lokale oud-onderwijzer. Om te vervolgen met: “De vrouwen zijn er tuk op nieuwtjes, en de dameskapsalon is er niet alleen meer voor de vreemdelingen.”

Een onderwijzeres mocht precies op haar vijftigste verjaardag van de ic. Dat is bijna letterlijk uit de doden opstaan.

dominee Leendert Jan Lingen

En verdraaid, met één bezoek aan de plaatselijke boekhandel Akershoek worden alle observaties van Den Eerzamen bevestigd. “Lekker naar de kapper geweest?”, vraagt de eigenaresse aan een Ouddorpse. “Ja, meteen gisteren, zodra het kon vanwege corona,” glundert de vrouw. Als ik even later informeer hoe het met de nering staat, volgt een openhartig antwoord. “Mijn man heeft in augustus een hartinfarct gekregen en daardoor maakte ik me ontzettend zorgen of ik het wel in mijn eentje zou redden in het toeristenseizoen,” vertelt eigenaresse Lijnie Akershoek. “Maar kijk om u heen, door het virus is het helemaal stil. Al mijn zorgen op dat vlak zijn voor niets geweest.”

En de financiën dan? “De Heer zal uitkomst geven, psalm 42,” antwoordt de winkelierster. Ja, heilige teksten zijn nooit ver weg in deze winkel, waar een indrukwekkend assortiment aan bijbels staat uitgestald: een basisbijbel, een vrouwenbijbel en zelfs een groene bijbel.

Op de valreep wordt ook het door Den Eerzamen beloofde nieuwtje bewaarheid. “Het zou heel goed kunnen dat de besmettingen in het Toppershoedje zijn begonnen”, zegt Lijnie Akershoek. “Dat is een vakantiepark hier op Ouddorp. Daar zijn Brabanders geweest.” Haar man, die inmiddels de winkel is binnengelopen: “Carnavalsvierders. Die hebben het virus hier gebracht.” Zij: “Heel wrang dat de Lukaskapel de schuld kreeg.”

Naar buiten lopend bedenk ik me het cultuurverschil: katholieken krijgen corona door carnaval, protestanten door kerkgang. Maar de dorpskerk op Ouddorp zit al weken potdicht. Evenals de restaurants eromheen. De kerk kan zich haar jaarlijkse oproep aan de horeca om op zondag niet open te gaan ditmaal besparen. Wel is het weekmarkt vandaag. De cranberry’s, Turkse vijgen en abrikozen kijken de schaarse bezoeker smekend aan. Al wat je hoort is het gekoer van duiven. 

In Ouddorp heeft het virus, mede vanwege de sterke gemeenschapsbanden, flink toegeslagen. Lijnie Akershoek vertelde over een klant van rond de 75 die in een mum van tijd zes kennissen besmet zag raken met corona.

Is het de eindtijd, waarover J.W. van Estrik sprak? Hij had het Bijbelboek Openbaring opengeslagen – de Statenvertaling uit oorspronkelijk 1637 – en las: “En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood, en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard en met honger en met den dood en door de wilde beesten der aarde.”

Na de Schriftlezing had hij gezegd: “Jazeker, corona maakt deel uit van de eindtijd. We hebben aardbevingen gehad, tsunami’s, de bankencrisis, en nu het virus. Rampen volgen elkaar in een steeds sneller tempo op. De wereld zal vergaan, dat is zeker. Daarna komt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Alleen wanneer, dat weet slechts de Vader.”

Buiten hing het grijs-zwarte zwerk boven het geplaagde land. De vrouw van de dominee liep in wapperende, zwarte jas voorbij met Danger, de pontificale pastoriehond. Een surrealistisch tafereel.

De tekst gaat onder de foto verder.

Dominee Leendert Jan Lingen

Maar nu ben ik in Ouddorp, en op weg naar Hendrik Herweijer, fractievoorzitter van de SGP, met zeven zetels de grootste partij in de raad van Goeree-Overflakkee. Ik tuf door de vlakke polder met zijn dijken en vruchtbare akkers, zijn weidse vergezichten en her en der opdoemende kerktorentjes. Het is een streng landschap, ooit domein van louter boeren, tuinders en vissers, maar er heerst toch ook een zekere gemoedelijkheid. In de zomer verkopen bewoners van Goedereede sterappels in stalletjes voor hun woning, waarbij de klant zichzelf bedient, en wisselgeld mag pakken uit een geopend Kwatta-blik.

En zeker, J.W. van Estrik had pittige woorden gesproken, maar hij toonde toch evengoed trots en ontroerd een mooie zwart-witfoto van zijn vrouw in haar jonge jaren. “Ze lijkt op prinses Diana,” had ik gestameld. “Goed bekeken, hè, van deze jongen”, had hij schalks knipogend geantwoord. 

In de SGP-fractiekamer in Middelharnis serveert Hendrik Herweijer, fris gekapt en in blauw pak, een kop thee. Hij behoort tot de Gereformeerde Gemeente, een bevindelijke stroming waarin het draait om de persoonlijke ervaring met God. Herweijer: “Je dient zélf deel te krijgen aan de Opstanding van Jezus Christus; dat wil zeggen dat je moet worden stilgezet door God om op het goede pad te raken. Dat ingrijpen mag je een wonder noemen.”

Mijn gedachten gaan uit naar Knielen op een bed violen, waarin Jan Siebelink zo beeldend beschrijft hoe de vrome bloementeler Hans Sievez wordt stilgezet. “Hij werd opgenomen als een door de wind meegevoerd blad en naderde de donkerheid waarin God was. In die donkere stilte de vuurkolom (–) en in de vuurkolom een stem. Die stem. ‘Hans Sievez.’ (–) ‘Ja, Heere, hier ben ik!’ Hij kreeg antwoord. ‘Wees voortaan mijn knecht.’”

En als je niet bent stilgezet, en je sterft bijvoorbeeld aan corona, wat dan? “Dat kan heel zwaar zijn.”

Want, dan kom je niet in de hemel? 

Na een denkpauze: “Nee, al ga ik daar niet over.”

Is hij zelf stilgezet? 

“Ik hoop erop, maar durf die vraag niet met ‘ja’ te beantwoorden.” 

Is dat geen angstig gevoel?

“Ja, hoe zou ik volkomen rustig door het leven kunnen gaan, als ik uw vorige vraag niet heb kunnen beamen?”

De 32-jarige fractieleider, woonachtig bij zijn ouders in Dirksland en jurist bij de Raad van State, ziet de coronacrisis als een alarmroep van God. “We plegen roofbouw op de Schepping en leven zonder God. Ik betrek het ook op mijn eigen leven. Ik denk het allemaal zelf wel te kunnen zonder Hem. Alles zelf uitstippelen en dan maar hopen dat God met je meegaat.”

Is het, volgens hem, ook een straf op abortus, zoals J.W. van Estrik denkt? “Abortus gaat in tegen Gods wil, en daar kan dus geen zegen op rusten. Maar ik vind het te makkelijk om een lijn met corona te trekken. Dan zou ik het buiten de gelovige gemeenschap plaatsen, terwijl we allen zondaar zijn, kerkelijk of niet. We zijn van één lap gescheurd.”

Als er straks een vaccin is tegen corona, hoe zou dat worden ontvangen door de SGP? “Daar wordt in onze achterban verschillend over gedacht. Zelf ben ik nooit ergens tegen ingeënt, en ik weet nog niet of ik dat tegen corona wel zou doen. Als mijn reden zou zijn om zelf de touwtjes in handen te nemen, dan is dat verkeerd. Ik wil leven in afhankelijkheid van Hem.”

Maar wie zich niet vaccineert, kan toch ook anderen besmetten? “Dat is zeker waar. Daarom zal ik als niet-gevaccineerde straks nóg meer voorzorgsmaatregelen nemen dan ik nu al doe. Het punt is dat je door een vaccin een stukje van de ziekte inbrengt in je eigen lichaam. Ik zie dat als God een stapje voor willen zijn. Dat gaat mij te ver. Ik snap dat niet iedereen dat zal begrijpen.”

En de burgemeester, gaat die straks inpraten op de SGP, wanneer er een vaccin is? “Nee,” schudt Ada Grootenboer (CDA) haar rijke bos krullen. “Dat is politiek bedrijven en dat behoort niet tot mijn taak als burgemeester. Bovendien is het een grondrecht om je al dan niet te laten inenten. Ik zal sterk adviseren om dat wel te doen, en daarbij hopen op een zo hoog mogelijke dekkingsgraad, zodat ook voor niet-gevaccineerden immuniteit ontstaat.”

Als mijn reden voor inenting zou zijn om zelf de touwtjes in handen te nemen, dan is dat verkeerd. Ik wil leven in afhankelijkheid van Hem.

Hendrik Herweijer, fractievoorzitter SGP Goeree-Overflakkee

Met trots vertelt Grootenboer (55) over de veerkracht van de eilandbewoners en hun moed. “Het zijn sterke mensen. Ze hebben veel meegemaakt. De Watersnood is nog steeds een ijkpunt. Ze hebben het hier over voor en na de ramp, veel meer dan over voor en na de oorlog. In Oude-Tonge zijn in 1953 meer dan driehonderd mensen verdronken. Daardoor is in die plaats, maar ook elders op het eiland, een hechte band ontstaan tussen de bewoners. Iedereen op het eiland kent wel iemand die met corona is besmet, en je ziet hoe men elkaar vasthoudt en naar elkaar omziet.” 

Zelf steekt ze met onder meer een column in Eilanden-Nieuws de bewoners een hart onder de riem. En die wordt gelezen, want de burgemeester geldt op Goeree, samen met de dokter en de dominee, nog altijd als notabel.

Ze is lid van de PKN, als ‘onregelmatig kerkganger’, en bidt voor haar bevolking. “Dat doe ik niet pas sinds corona. Ik bid al mijn hele leven. Bidden geeft rust.”

Word lid van HP/De Tijd