Filosofenrel

Rumoer in de normaal gesproken zo rustige wereld der filosofen. Aanstichter is Menno Lievers. De docent theoretische filosofie aan de Universiteit Utrecht geeft tijdens de Maand van de Filosofie zijn eigen interpretatie aan het thema ‘verzoening’.

Herman Philipse? Deugt niet. Rob Wijnberg? Deugt ook niet. Hans Achterhuis? Deugt nog veel minder. Aldus Lievers. De filosofenruzie begon op 12 april in NRC Handelsblad met een artikel van Lievers. Hij hekelde het zijns inziens veel te lage soortelijk gewicht van de Nacht van de Filosofie. Volgens Lievers serveren Philipse, Wijnberg en Achterhuis filosofie-light. Daar houdt hij niet van. De jonge en populaire filosoof Wijnberg (nrc.next) schrijft, zegt Lievers, ‘weleens een aardig stuk, maar als het om filosofie gaat is het wel erg mager’. “Daarnaast klopt het vaak niet of net niet. Eén stuk vond ik zelfs zo slecht dat ik me bijna schaam dat ik voor dezelfde krant schrijf.” Volgens Lievers schopte Philipse het enkel en alleen door zijn liaison met Ayaan Hirsi Ali tot universiteitshoogleraar in Utrecht. “Die verhouding kreeg veel media-aandacht. Daardoor dacht het college van bestuur dat Philipse dan wel een goede filosoof moest zijn. In academisch-filosofische kringen wordt hij echter gezien als een schertsfiguur, een snoeshaan.” Achterhuis kreeg voor zijn boek Met alle geweld de Socrates-wisselbeker tijdens de Nacht van de Filosofie. Lievers vindt het boek onwetenschappelijk. “Achterhuis wordt door academische filosofen niet serieus genomen.” Laten genoemde drie filosofen dit zich zomaar allemaal zeggen? Uiteraard niet. Philipse betitelt de uitspraken van Lievers als ‘uit frustratie geboren laster’. Wijnberg: “Menno Lievers is een merkwaardig geval. Ik moet je eerlijk zeggen: hij geeft weleens een aardig interview, maar als het om journalistiek gaat, is het wel erg mager. Want zijn citaten kloppen vaak niet of net niet. Soms zijn z’n citaten echte onzin.” Achterhuis verwijt Lievers ‘hypocrisie’. “Lievers geeft af op het populariseren van filosofie, terwijl hij dat zelf meer doet dan wie ook. Ik ken geen andere filosoof die twee op de jeugd gerichte boeken over filosofie schreef.”