De kogel kwam van links

Het ziet ernaar uit dat de Duitse geschiedenisboeken over de jaren zestig en zeventig moeten worden herschreven. Met de groeten van de Stasi.

Op 2 juni 1967, zien we in Der Baader Meinhof Komplex iets gebeuren waardoor de jaren zestig in Duitsland plots een heel andere wending krijgen: in het kielzog van een roerig verlopen demonstratie tegen het bezoek van de sjah van Perzië valt in de Berlijnse wijk Charlottenburg een dode – door een politiekogel. Het slachtoffer is de 26-jarige student Benno Ohnesorg, die van dichtbij werd beschoten. De dramatische foto die van de dodelijk verwonde, bloedende Ohnesorg werd gemaakt, met geknield naast hem een jonge vrouw (later geïdentificeerd als de Berlijnse studente Friederike Dollinger), werd wereldberoemd en staat nog altijd symbool voor de ‘Duitse’ jaren zestig. De politiekogel die een einde maakte aan het leven van Ohnesorg vormde tevens
het startschot voor een ongekend hevige radicalisering van de buitenparlementaire linkse oppositie in  Duitsland. Zelfs keurige sociaal-democratische intellectuelen als de schrijver Guünter Grass repten van ‘een politieke moord’, terwijl Gudrun Ensslin, in 1970 een van de oprichters van de RAF, meteen het woord ‘Faschistenstaat ’ in de mond nam. De Bondsrepubliek, zo luidde sinds 2 juni 1967 het adagium in radicaal-linkse kring, had haar democratische masker afgezet en haar ware, rechtsautoritaire gezicht getoond. Ahteraf kwam de kogel van links, van de Stasi.

Het gehele artikel staat deze week in HP/De Tijd.

Roelof Bouwman