Onder het Zuidpoolijs

Werner Herzog is een filmmaker die opbloeit in extreme omstandigheden. De Duitse veteraan (66) lijkt dan ook de aangewezen man om een film over Antarctica te maken. Bij aankomst op de Zuidpool constateert hij echter geschrokken dat de zon uitbundig schijnt en het poollandschap erbij ligt ‘als een ansichtkaart’. Herzog moppert dat hij niet van zonlicht houdt (‘niet op m’n huid en niet op m’n films’) en slaakt een zucht van verlichting als er na een paar dagen een sneeuwstorm opsteekt. Zó kennen we hem weer. Herzog raakt immers pas in z’n element als er ontberingen en gevaren zijn. Die zoekt hij dit keer op door een stel geologen te volgen die metingen verrichten in de krater van de vulkaan Erebus. Ook gaat hij op stap met een team van duikers die onderzoek verrichten naar de planten en dieren die onder het poolijs leven. Verder neemt Herzog de tijd om de ‘bevolking’ van Antarctica te portretteren, een gemeenschap van zo’n duizend mannen en vrouwen die overwegend bestaat uit in zichzelf gekeerde wetenschappers en dromerige avonturiers. Gevraagd wat deze mensen bindt, verklaart één van hen dat de Zuidpool een logische plek is voor op drift geraak- te zwervers: “Want verder van huis kun je niet komen.” Bij aanvang van Encounters at the End of the World laat Herzog weten dat hij niet naar de Zuidpool is gekomen om een film over ‘donzige pinguïns’ te maken. Wat het objectief van zijn reis dan wél is, blijft een beetje vaag. Herzog heeft een curieus vragenlijstje opgesteld en zou bijvoorbeeld weleens willen weten ‘waarom chimpansees verzuimen om geiten aan zich te onderwerpen en de zonsondergang tegemoet te rijden’. Ik geloof niet dat er een antwoord op deze vraag geformuleerd wordt, maar helemáál zeker ben ik daar niet van. Deze aangenaam meanderende documentaire bevat namelijk filosofische bespiegelingen waarbij de scheidslijn tussen diepzinnigheid en wartaal nogal dun is. De voornaamste tekortkoming is dat de film voortdurend van de hak op de tak springt en weinig samenhang vertoont. Herzog snijdt steeds nieuwe onderwerpen aan die amper worden uitgediept. Het heeft er alle schijn van dat hij zonder vastomlijnd plan naar Antarctica is vertrokken en daar zijn camera simpelweg richtte op alles wat hij de moeite waard vond. Het is een aanpak die ik beginnende filmmakers met klem zou willen afraden, maar die bij Herzog prima lijkt te werken. Want de personen die hij ontmoet, zijn stuk voor stuk boeiend. Van de biologe die onderzoek naar zeeleeuwen (‘onder water klinken ze als Pink Floyd’) verricht tot de technicus die ervan overtuigd is de nazaat te zijn van een indiaanse koninklijke familie. Daar komt bij dat deze documentaire veel visueel imposante scènes bevat. Eigenlijk is Encounters at the End of the World een rommeltje. Maar dan wél een fraai, amusant en fascinerend rommeltje. En de meest intrigerende scène is – in weerwil van de voornemens van Herzog – er eentje met een pinguïn die met grote vastberadenheid zijn dood tegemoet waggelt.

Erik Spaans

Encounters at the End of the World.

Regie: Werner Herzog.

Vanaf 11 juni in de bioscoop.

import film