Ideaal aan diggelen

De droom van LLiNK spatte dit najaar uiteen: de omroep werd niet toegelaten tot het publieke bestel. En dat terwijl nieuwkomers altijd zo makkelijk binnenkwamen in Hilversum. Is LLiNK het slachtoffer geworden van een politiek machtsspel? Hoe dan ook: ‘Het is doodzonde.’

Na elf jaar werkzaam te zijn geweest in de software-business, was Karlien de Ruijter wel toe aan, zo-als het heette, een nieuwe uitdaging. Via via kwam de Rotterdamse bedrijfseconoom terecht bij omroep LLiNK, waar ze tijdelijk aan de slag ging als zakelijk directeur. Vanaf de eerste dag begreep ze dat deze baan met recht een uitda- ging zou worden. Zeg maar gerust een avontuur, dat steeds doller en dwazer werd, en waarvan de afloop nog altijd ongewis genoemd mag worden. Een jaar na haar aantreden kijkt Karlien (40) ons op haar kantoor in het Rotterdamse Lloydkwartier nog steeds met een wat verbaas-de blik aan. “Maar ik geloof dat ik het ook allemaal niet had willen missen,” bekent ze lachend. Sonja Raaijmakers – haar rechterhand en tevens hoofd marketing, communicatie, persvoorlichting en beleidsmedewerker (het past niet eens al- lemaal op haar visitekaartje) – knikt instemmend.

Haar kennismaking met ‘Hilversum’ was een vergadering met de leden van het Commissariaat voor de Media, die tekst en uitleg eisten van de in hun ogen laakbare ledenwerfactie die LLiNK op touw had gezet. Karlien de Ruijter, toch behoorlijk gelouterd in het bedrijfsleven, voelde zich behandeld als een klein ondeugend meisje. “Ze waren zo formeel, ze deden zo uit de hoogte,” zegt ze. “Wij waren een aspirant-omroep, en dat zouden we weten ook.”

Het Commissariaat legde LLiNK in januari 2009 een boete op omdat de vergoeding die LLiNK was overeengekomen met Dijk Producties voor de ledenwerfcampagne niet marktconform zou zijn en een te groot financieel risico met zich meebracht. En dat is in strijd met de regel die dienstbaarheid aan winst voor derden verbiedt. De kwestie was een erfenisje van De Ruijters voorgangers, en nog maar een voorproefje van wat zij verder nog zou aantreffen in de organisatie en administratie van de jonge omroep.


Ze praat er met zichtbaar ongemak over. “Er klopte werkelijk niets van de cijfers. Er waren liquiditeitsproblemen die uiteindelijk onoverkomelijk bleken te zijn. Het was zo gnant allemaal, zo gnant… En het erge is dat ik niet geloof dat er van opzet sprake was. Ik bedoel, zo veel fouten en slordigheden maak je alleen als je je daar niet bewust van bent. Juist in een jaar van groei en ledenwerving is een goede planning van de cashflow cruciaal. Dat overzicht is halverwege het jaar maar één keer opgemaakt, en daarin ontbraken grote uitgaven die toen al bekend waren.”

Verantwoordelijk voor de chaos was Chris van Oosterzee, De Ruijters voorganger als zakelijk directeur. Hij staat bekend als een man met een geweldige babbel, maar dan ook niet meer dan dat. “Het is ongelooflijk wat er onder zijn bewind allemaal is gedaan, en vooral nagelaten.”

Het prutswerk kon niet meer ongedaan gemaakt worden, en begin dit jaar restte De Ruijter niets anders dan surseance van betaling aan te vragen, iets wat nooit eerder in de geschiedenis van de publieke omroep was voorgekomen. Het Commissariaat voor de Media droeg de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) op LLiNK geen geld meer te geven totdat er meer duidelijkheid was in de financiële situatie van de omroep. LLiNK kampte met een tekort van een miljoen euro op een budget van acht miljoen. Van Oosterzee was toen al vertrokken, en beweerde later in De Telegraaf op het moment van vertrek ‘niets van financiële problemen’ te hebben geweten. Consequentie van een en ander was dat Karlien de Ruijter de contracten van circa 25 medewerkers niet kon verlengen, en ook presentatrice en ‘gezicht’ Floortje Dessing, goed voor een jaarsalaris van twee ton, moest laten gaan. Over dat salaris van Floortje Dessing, per slot van rekening twintig mille boven de Balkenende-norm, was veel te doen, en er werd zelfs tot in de Tweede Kamer over gedebatteerd.


“Een terechte discussie,” zegt De Ruijter. “Het is voor een beginnende omroep belangrijk om een klinkende naam aan je te binden, maar als ik toen directeur was geweest, had zij nooit dat salaris gekregen. Met inderdaad het risico dat we haar niet hadden gehad, maar dat hadden we dan voor lief genomen.”

In het voorjaar werd LLiNK bedreigd door een nieuw gevaar: vóór 1 april moest de omroep 150.000 leden hebben, de belangrijkste eis voor definitieve toelating tot het publieke-omroepbestel. De omroep haalde de nieuwe leden binnen, en ditmaal volgens het boekje. De belabberde positie waarin LLiNK verkeerde, genereerde een stroom aan goodwill. In twee maanden tijd meldden zich 32.000 nieuwe leden. Daarmee werd het streefgetal op tijd gehaald.

Aan het begin van de zomer nam Karlien de Ruijter het stokje van Tanja Lubbers over als algemeen directeur. Zij schreef een nieuw beleidsplan voor de periode 2010 tot 2015, voorzien van een deugdelijke begroting, en er trad een nieuwe, strenge raad van toezicht aan, met onder anderen televisiecoryfee Aad van den Heuvel en Rabo-topman Bart Jan Krouwel. LLiNK maakte zich op voor een hete herfst waarin over zijn toekomst zou worden beslist. De Ruijter hoopte op een doorstart, op coulance van omroepminister Ronald Plasterk en van de adviesorganen.

“Er zijn in het begin veel fouten gemaakt,” blikt De Ruijter terug. “Maar we hebben ook aangetoond dat we de boel hebben hersteld, dat we wel degelijk professioneel kunnen opereren. Je zou verwachten dat zoiets wordt meegenomen in de afweging. “

LLiNK had de pech dat een andere aspirant-omroep, MAX, zijn zaakjes wel goed geregeld bleek te hebben. Waarin zat het verschil? “Allereerst heeft MAX Jan Slagter in huis. Hem komt echt alle eer toe. Hij heeft het perfect gedaan. Maar vergeet niet dat MAX voortborduurde op bestaande formats, en wij dus niet. Wij moesten zelf formats bedenken voor op duurzaamheid gerichte thema’s die politiek neutraal waren, niet moralistisch en toegankelijk voor een groot publiek. In die zin waren wij voortrekkers, en het is inherent aan zo’n rol dat je dan fouten maakt.”


Met het oog op mogelijke toetreding tot het publieke bestel in 2010 liet minister Plasterk de levensvatbaarheid van LLiNK onderzoeken door de zogeheten onafhankelijke visitatiecommissie onder leiding van Annie Brouwer-Korf, oud-burgemeester van Utrecht. Eén vraag stond centraal: wat onderscheidde de omroep van de andere, wat voegde hij daadwerkelijk toe? Overeengekomen werd dat Brouwers commissie zich zou concentreren op de begintijd van LLiNK, van 2005 tot 2008, en de omroep had de pech dat dat de meest onstuimige periode was uit zijn bestaan. LLiNK werd gewogen en te licht bevonden. De omroep, aldus een passage uit het rapport, leverde ‘noch in inhoud noch in vorm een wezenlijke bijdrage (-) aan de verscheidenheid van de landelijke publieke mediadienst’.

Het oordeel was niet alleen hard van toon, maar het ‘nee’ was ook nieuw in Hilversum, waar het bestaansrecht van nieuwkomers tot dan toe nooit in twijfel werd getrokken en beginnelingen altijd konden rekenen op een C-status, waarna ze konden opklimmen naar een B- of een A-status.

Helaas voor LLiNK was er ook kritiek uit de eigen, groene en duurzame wereld. Rien Aerts, voorzitter van het Klimaat-centrum van de UvA, meende dat Eet Smakelijk!, De ConsuMinderMan en met name LLiNKs paradepaardje, 3 op Reis, tamelijk overbodig waren en ‘een beetje raar’ aandeden voor een omroep die zich als duurzaam profileert. Femke Halsema van GroenLinks stelde dat het probleem van LLiNK illustreerde hoe moeilijk het is ‘een groene en idealistische boodschap consequent en aantrekkelijk op televisie te brengen’. 3 op Reis is niet serieus en journalistiek genoeg, riepen de ‘groene jongeren’. En Aad van den Heuvel, de geestelijk vader van De Nieuwe Omroep, de voorloper van LLiNK, zegt nu desgevraagd: “LLiNK werd gemaakt door een groep praktische idealisten die het motto hanteerden: verbeter de wereld, en begin bij jezelf. Dat is een respectabel uitgangspunt, maar journalistiek gezien was het te klein, te veel op de vierkante millimeter georiënteerd. Daarmee bereikte LLiNK nooit een wat groter publiek.”


Wie de moeite neemt een paar uitzendingen van 3 op Reis terug te kijken, ziet dat die zeker niet slecht zijn. Maar ook niet uitzonderlijk goed. Het is van een gemiddeld niveau, waarmee ze zeker niet uit de toon vallen in de Hilversumse middelmaat. Maar voegen ze wat toe? Is de groene, duurzame boodschap niet ook elders te horen, bij BNN en Veronica, bij de gevestigde omroepen? Ongetwijfeld, maar als dat een criterium is, dan lusten wij er nog wel een paar. Want wat draagt de AVRO bij aan het liberalisme met een programma als Tussen Kunst & Kitsch, de NCRV aan het protestantisme met Praatjesmakers of Villa Felderhof, of de KRO aan het katholicisme met het datingprogramma Boer zoekt Vrouw? En wat is er zo bijzonder en onderscheidend aan de programma’s van MAX? De ouderenomroep zendt spelletjes uit zonder daarbij achtergrondmuziek te laten horen, want daar houden de oudjes niet van. Vernieuwend, volgens minister Plasterk, en hij zei het zonder een spier te vertrekken.

De commissie van mevrouw Brouwer deed haar uitspraak, en daarna vielen soortgelijke beoordelingen te vernemen van drie andere adviesorganen, te weten de Raad van Bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), van het Commissariaat voor de Media en van de Raad van Cultuur. Je zou denken dat LLiNK na zo’n bombardement de handdoek in de ring zou gooien.

Maar Karlien de Ruijter en Sonja Raaijmakers tonen een onverzettelijkheid die in eerste instantie iets aandoenlijks heeft: twee meisjes zien hun droom als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar het is serieuzer. Karlien en Sonja vonden, en vinden, dat hun onrecht wordt gedaan.


“De inhoudelijke kritiek,” zegt directeur De Ruijter, “is onvolledig, vaak feitelijk onjuist en erg subjectief. Van de ruim veertig programma’s die LLiNK de afgelo- pen vier jaar heeft gemaakt, zijn er niet meer dan vijf beoordeeld. Ook zou LLiNK niet bereid zijn om samen te werken met andere omroepen omdat de omroep in Rotterdam gevestigd is en, zoals het er staat, ‘altijd anders wil zijn’. Daarnaast heeft de minister aan die organen gevraagd om zelfstandige adviezen uit te brengen. Maar we hebben al die adviezen naast elkaar gelegd, en we stellen vast dat de adviezen van het Commissariaat voor de Media en de NPO vooraf inhoudelijk op elkaar zijn afgestemd. En het advies van de Raad voor Cultuur is op hoofdlijnen gelijk aan dat van de visitatiecommissie van Annie Brouwer. Hele passages zijn vrijwel identiek, dus letterlijk overgenomen. De procedure is dus onzorgvuldig, en doet ons geen recht.”

Dat van die identieke passages klopt, maar dat betekent nog niet dat de adviesorganen elkaars bevindingen klakkeloos hebben overgenomen. Misschien konden de afzonderlijke beoordelaars zich vinden in eerdere formuleringen en hebben zij daar gemakshalve gebruik van gemaakt. “Bent u werkelijk zo naïef?” kaatst Karlien de Ruijter met een venijnig lachje terug. “De adviesorganen verschuilen zich achter de brede rug van de visitatiecommissie, en dat doen ze met maar één doel: de ontgrendeling van het publieke bestel.”

Dat is een cryptisch zinnetje, maar De Ruijter bedoelt ermee te zeggen dat de politiek eindelijk eens heeft willen aantonen dat niet iedere nieuwkomer in het publieke bestel automatisch wordt toegelaten. Want een algemene klacht uit politiek, maatschappij en uit het bestel zelf is dat nieuwkomers te snel en te gemakkelijk toegang krijgen tot het bestel, dat toch al overvol is, en dan ook nog eens met omroepen die inhoudelijk nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, maar wel allemaal uit de staatsruif eten. Het gevolg is een wildgroei, die onder meer heeft geleid tot een programmering die ronduit consument-vijandig is. Aan die ontwikkeling moest al heel lang een einde komen, en kennelijk wilde minister Plasterk deze keer een daad stellen. Met vier unanieme adviezen in de hand offerde hij LLiNK op, de meest logische keuze, want onbetwist de omroep die er van het begin af aan een potje van heeft gemaakt.


Amper was begin dit jaar het nieuws over de surseance bekend of de deugnieten van GeenStijl werkten zich in het omroepgebouw van LLiNK naar binnen om met draaiende camera’s quotejes te rapen van beduusde medewerkers. Binnen afzienbare tijd zouden de resterende 25 personeelsleden hun baan verliezen, en, zo wilde men weten, hoe voelt dat nou?

De naam alleen al van het stijlloze kwajongensgeboefte, dat nota bene met de omroep PowNed voorlopig wel een plaats krijgt in het bestel, genereert bij Karlien de Ruijter en Sonja Raaijmakers rode vlekken in de nek. En heus niet alleen vanwege het bedenkelijke optreden. De Ruijter: “Zag je die foto van Rutger Castricum waarop hij Plasterk fijn knuffelt nadat de minister PowNed en Wakker Nederland als aspirant-omroep heeft aangemerkt? Zo klef… Ik verdenk Plasterk ervan dat hij bang is van GeenStijl. Nee, echt. Dat voorval van Rutger met Ella Vogelaar zijn ze niet vergeten, hoor, bij de PvdA. Plasterk is als de dood voor GeenStijl.”

Het is een koddig inzicht, maar klopt het wel? Zijn De Ruijter en Raaijmakers misschien verblind geraakt door hun woede en zien zij nu allerlei samenzweringen? Niets menselijks is hun vreemd, maar volgens de twee moeten we de ministeriële flirt zien tegen de achtergrond van de aanzwellende roep het publieke bestel te ontdoen van zijn linkse imago. Eerst de VVD, daarna Geert Wilders en Rita Verdonk, en recentelijk GeenStijl en Wakker Nederland, allemaal schreeuwen ze om een ‘ruk naar rechts’ van het bestel. Plasterks partij, de PvdA, verkeert in een crisis, en kan het zich niet meer veroorloven de vox populi nog langer te bruuskeren en verder in de armen van Geert Wilders te drijven. Dus is LLiNK het slachtoffer van een groter politiek machtsspel?


“We zijn vermalen door krachten bui-ten ons om,” luidt het oordeel van het LLiNK-management. En Aad van den Heuvel voegt daaraan toe: “Journalistiek was het nog onvolgroeid wat LLiNK bracht, maar ik deel de mening dat Plasterk heeft willen laten zien dat het publieke bestel wel degelijk een achterdeur kent. Jammer voor LLiNK? Nee, het is doodzonde, want de omroep had kunnen groeien tot een volwaardige club die een belangrijke boodschap uitdroeg.”

Nog één keer gaat een kleine afvaardiging van LLiNK naar het ministerie in Den Haag om protest aan te tekenen, om clementie te vragen, opdat er nog een uitweg mogelijk was. Niet dat Karlien de Ruijter, Sonja Raaijmakers en al die andere LLiNK’ers er veel fiducie in hebben, want Plasterk kan moeilijk de adviezen van vier belangrijke organen negeren dan wel overrulen. Dat zou politieke zelfmoord zijn. Maar niet geschoten is altijd mis, denken ze, en op die vrijdagochtend vier december jongstleden, daags voor Sinterklaas, hopen zij op een surprise.

In een vergaderkamer van de Hoftoren, het hart van het departement, treffen De Ruijter, Raaijmakers en hun advocaat een drietal mensen. Ambtenaren. Maar geen minister. De teleurstelling wordt weggeslikt, en de ambtenaren tonen belangstelling die oprecht en in elk geval niet plichtmatig aandoet. De LLiNK-advocaat leest zijn pleitnota voor, en even waant Raaij-makers zich in een kerkdienst. De vragen die daarna op vooral de algemeen directeur worden afgevuurd, hebben betrekking op de financiën. Karlien de Ruijter meent dat ze overeind blijft, en na afloop zegt ze er een ‘goed gevoel’ aan overgehouden te hebben.


Vóór 1 januari aanstaande zal de minister reageren. De LLiNK-dames zijn hoopvol gestemd. “Maar ik ben dan ook een positivo,” zegt Karlien de Ruijter.

Frans van Deijl