Job Cohen; de lijdensweg van een regent

Job Cohen als burgemeester van Nederland. Het mocht niet zo zijn. Het eerste half jaar was een drama en of hij in de oppositie uit de verf komt, is nog maar de vraag. “Vier jaar gaat hij niet volmaken.”

Vrijdag 12 maart. Wouter Bos trekt zich terug als politiek leider van de PvdA. Hij schuift de Amsterdamse burgemeester Job Cohen naar voren als de nieuwe partijleider. Nog diezelfde middag stelt Cohen zich officieel kandidaat als lijsttrekker voor de verkiezingen van 9 juni. Door het gehele land wordt hij onthaald als de Messias die niet alleen de partij uit het slop zal trekken, maar ook de natie zal redden van de tweedeling die de boze Geert Wilders zaait. Nu, een half jaar na zijn aantreden, heeft het er alle schijn van dat hij in de oppositie belandt. Een rechts kabinet is in de maak, de PvdA heeft met Cohen gegokt en verloren.
De beste man is niet geschikt voor de oppositie, denken veel Den Haag-watchers. Hij is een bestuurder, een zachtaardige, kalme man. Geen debater. Hoe kijken communicatiestrategen, partijgenoten en andere politiek betrokkenen terug op zijn campagnetijd, de onderhandelingen en zijn rol in de Kamer? En hoe vergaat het hem in de toekomst? Blijft hij de volle vier jaar zitten? Of stapt hij op in maart 2011, als niet de PvdA maar de SP bij de Provinciale Staten-verkiezingen de vruchten plukt van de oppositie? Sommigen denken dat Cohen het Haagse spel nog wel kan leren. Maar erg hoopvol klinkt het niet. Hier en daar wordt hij getipt als de opvolger van Herman Tjeenk Willink, als vice-voorzitter van de Raad van State. De goede band met kroonprins Willem-Alexander zou daarbij een rol spelen. Eén ding is in ieder geval duidelijk: de lijdensweg van Job Cohen doet zo langzamerhand denken aan de lijdensweg van de Bijbelse Job die door Satan tot het uiterste werd beproefd.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Frank Verhoef