‘Onbetrouwbare lompenkoopman’ Frits Bolkestein krijgt er van langs

Met veel trots presenteerde Frits Bolkestein onlangs zijn boek De intellectuele verleiding: gevaarlijke ideeën in de politiek. Bolkestein was als pas afgestudeerde student al van plan een dissertatie over de (kwalijke) invloed van intellectuelen op de politiek te schrijven. Ruim vijftig jaar later schreef hij die beoogde uiteenzetting alsnog, ongetwijfeld hopend op ontelbare loftuitingen in de kranten en weekbladen. Wat hij kreeg was een stortvloed aan snoeiharde kritiek. “Bolkestein bluft regelmatig met kennis die hij niet heeft.”

Vooral Rob Hartmans van De Groene Amsterdammer is keihard in zijn oordeel over het boek van de onbetwiste opinieleider van de jaren negentig. “Zou Bolkestein op dit boek, dat in de plaats komt van de dissertatie die hem in 1959 voor ogen stond, ook kunnen promoveren? Het lijkt me stug.” Volgens Hartmans maakt Bolkestein ‘fouten die van een eerstejaars student niet geaccepteerd zouden worden’. Hartmans lepelt, net als VN overigens, maar al te graag feitelijke onjuistheden op. Blijkbaar schoten enkele foutieve voetnoten, ontbrekende definities en onjuist samengevatte filosofen in Hartmans verkeerde keelgat. Geen wonder dat zijn eindoordeel ondubbelzinnig luidt: Bolkestein is een ‘onbetrouwbare lompenkoopman’ die ‘zelf niet helemaal goed wist wat hij met zijn boek beoogde’.

Minstens zo negatief in zijn oordeel is Carel Peeters van Vrij Nederland. Peeters betoogt dat in de lange tijd tussen Bolkesteins afstuderen en deze publicatie ‘het meeste gras voor Bolkesteins voeten is weggemaaid’. Hij hekelt Bolkesteins ‘straffe arrogantie’ en ‘onwrikbare stelligheid’. Peeters vervolgt: “Het boek wemelt van de alinea’s die niet op hun plaats lijken te staan. Van passages die niet uitgewerkt worden. Van sweeping statements die in de lucht blijven hangen. Van lukrake krasse uitspraken.” Dit alles zal Bolkestein echter niet zoveel op de kast jagen als het ultieme verwijt van de recensent: “Hij [Bolkestein] bluft ook regelmatig met kennis die hij niet heeft.” Nee, vriendjes zullen de politicus en de journalist niet worden.

Wie nog wel op een kerstkaart van Bolkestein kan rekenen is Olaf Tempelman van De Volkskrant. Die noemt De intellectuele verleiding namelijk Bolkesteins ‘beste en meest diepgravende boek’. Toch uit ook Tempelman kritiek: “Als Bolkestein het heden nadert, laat hij zijn hoofdthema enigszins los en waaiert uit naar gebieden als ontwikkelingshulp, multiculturalisme en Europese eenwording waarover hij van hem bekende standpunten herhaalt. Dat is jammer voor het boek, waarvan de eerste tweehonderd pagina’s een goed geheel vormen met mooie voorbeelden die ook overtuigen, zij het dat, tsja, ze je achterlaten met het gevoel dat een stukje van het verhaal niet wordt verteld.”

Over die laatste hoofdstukken is NRC-recensent Arnold Heumakers juist lyrisch. Hij noemt ze de ‘beste hoofdstukken van het boek’, al is dat wel omdat Bolkestein daarin, volgens Heumakers althans, juist aantoont dat ‘bij de politiek betrokken intellectuelen dus onmisbaar blijven’. Dat zal vast niet het compliment zijn waar Bolkestein naar zat te vissen.

In de HP/De Tijd van deze week prijst Frans van Deijl het hoge tempo waarin Bolkestein de historische invloed van de intellectueel op de politiek behandelt. “Verrassend of nieuw is het niet wat Bolkestein poneert, maar vermakelijk blijft het wanneer hij gehakt maakt van het zooitje der intellectuelen.” Als kritische afsluiting schrijft Van Deijl: “Hoe dat vertrouwen [van de burger in de politiek, red.] kan worden hersteld, vermeldt Bolkestein niet. Dat is jammer, maar misschien voelt een intellectueel zich uitgedaagd.”

[[poll uid=538]]

matthijs prinzen