Terug naar China

De jonge generatie Chinese Nederlanders trekt ‘terug’ naar China. In het land dat ze alleen kenden van familiebezoek, gaan ze hun kansen verzilveren. Vier portretten van Nederlandse Chinezen in Shanghai.

Honderd jaar nadat de eerste Chinese immigranten voet op Nederlandse bodem zetten, reizen Chinese jongeren in omgekeerde richting. Hun ouders hamerden op een goede opleiding, ze moesten hard werken. Natuurlijk op school, maar ook in het restaurant. Nu vinden ze het tijd om hun eigen weg te zoeken. Een Chinese opvoeding en een Nederlandse opleiding zijn ideaal voor een geslaagde carrière in China. Niet alleen bij een multinational, maar als eigen baas, zoals ze dat is ingeprent door hun ouders. Bij gelegenheid van dat honderdjarige jubileum waren de films, festivals, boeken en bijeenkomsten niet van de lucht. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed ook een duit in het zakje en berekende dat er 71.500 Chinezen uit China en Hongkong in Nederland wonen. Het is, geheel volgens het cliché, een gesloten, rustige groep migranten die de eigen cultuur in stand probeert te houden door hun kinderen op zaterdag naar de Chinese school te sturen. Verreweg de meeste Chinezen in Nederland (43 procent) zijn werkzaam in de horeca, hoewel dat volgens het SCP minder wordt.
Vooral die huidige generatie twintigers en dertigers verrast. Deze kinderen van Chinese immigranten presteren op school beter dan Nederlandse kinderen: tweederde doet havo/vwo, tegenover de helft van de autochtone kinderen, en 85 procent doet een opleiding in het hoger onderwijs, tegenover 59 procent van de autochtonen. Belangrijker nog: deze jongeren hebben andere wensen en dromen dan hun ouders, maar zonder de traditionele normen en waarden uit het oog te verliezen.
Jonge Chinese Nederlanders zagen hoe hun ouders zich een slag in de rondte werkten, en besloten het zelf anders te doen Economiestudent Kim Ming Hui (21), bijvoorbeeld, hielp jarenlang mee in de snackbar van zijn ouders. Afgelopen zomer gingen zijn ouders op vakantie en hield hij de zaak draaiende: “Het is niet alleen frikandellen bakken, je moet ook schoonmaken en bestellingen doen. Hoe hebben mijn ouders dit al die jaren volgehouden? Ik ga echt geen snackbar opzetten later.”
Aangespoord door hun ouders zoekt deze generatie haar eigen kansen. Onder het groeiend aantal Nederlanders dat sinds medio jaren negentig naar China trok (bijna zeshonderd in 2010), is vermoedelijk een flink aantal van Chinese afkomst. Sommigen van hen belandden waarschijnlijk in Hongkong. De cultuur aldaar is aantrekkelijk voor Chinezen die de Nederlandse gang van zaken gewend zijn. Cultureel antropologe en zakenvrouw Ching Foe Au: “Er is meer democratie en ze eten er ’s ochtends brood.” Maar Hongkong is ook duur en vol. Bovendien, wie wil er nog naar zo’n overvol eiland als je naar het bruisende, internationaal georiënteerde Shanghai kunt? Na een talencursus Mandarijn liggen de kansen voor het oprapen. Gediscrimineerd in Nederland of weggejaagd zijn ze niet, de Chinese Nederlanders die HP/De Tijd in Shanghai sprak. Integendeel, ze plukken de vruchten van hun dubbele achtergrond. Advocate Choy Yiu Chan: “Er zijn veel mensen zoals wij. Uit de hele wereld komen Chinezen terug naar China. Voor Chinezen die in het buitenland wonen, bestaat een woord: Hua Yi. Helaas is er nog geen woord voor Chinezen die in het buitenland zijn geboren en dan terugkomen.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

eefje rammeloo