Minister Kwist, een feuilleton (15)

Februari kwam met vorst en zware sneeuwval. Het blad van de maandkalender was nog niet omgeslagen of de lang uitgestelde winter viel over het land alsof hij al het zachte weer van december en januari in één week wilde compenseren voor de statistieken. Er werd nergens anders meer over gepraat.

Ook de kranten schreven uitsluitend nog over gevoelstemperaturen en weeralarm, winterdienstregelingen en recordfiles en vooral over ijsvorming. Het duurde niet lang totdat de eerste weerman het woord Elfstedentocht in de mond nam. En toen was het hek van de dam. Een kinderlijk soort opgewondenheid maakte zich meester van de bevolking. Alle schaatsen in het land waren binnen een dag uitverkocht. Met rode konen voerde men verhitte discussies over windwakken en ijstransplantaties. De rayonhoofden verschenen dagelijks op televisie. Ander nieuws bestond niet meer. Problemen stonden voor de duur van de vorstperiode in de ijskast. Heel Nederland was een opgewonden kind. En heel Nederland voelde zich voor het eerst sinds tijden weer eens Nederland. Zelfs de moslims mochten even meedoen. Want ook zij hadden de oranje ijsmutsen op die de worstenfabrikant gratis weggaf.

Maar in Den Haag stonden de gezichten somber. Terwijl sneeuwvlokken langs de ramen dwarrelden, kinderen sneeuwpoppen maakten op het Binnenhof en er vrolijk werd gezwierd over de Hofvijver, was de sfeer in de Trêveszaal gezakt tot ver onder het vriespunt. De ministers van het CDA-smaldeel konden nog net de beleefdheid opbrengen om elkaar te groeten. Kwist en Verhagen hadden alleen kort naar elkaar geknikt. Liesbeth Spies had het gezien en kwam Kwist uitgebreid zoenen. Hillen ging demonstratief met zijn armen over elkaar naast Verhagen zitten en zweeg. De VVD’ers hadden een argwanende blik in de ogen. Ook zij hadden kennis genomen van de conclusies van het Strategisch Beraad en de ruk naar links die daarin werd voorgesteld. Aan heel hun lichaamstaal was af te lezen dat ze zich hadden voorgenomen om de CDA-ministers aan de afspraken te houden. Zelfs de grote motivator Rutte had zijn dag niet. Hij maakte een grapje over windwakken om het ijs te breken, maar niemand lachte.

En terwijl Nederland zich buiten kirrend en joelend vermeide in de oer-Nederlandse winter waarin geen zorgen bestonden, was het woord binnen in de Trêveszaal aan minister De Jager van Financiën om de aanhoudende en toenemende dreiging uit het buitenland toe te lichten. Zijn boodschap was ronduit zorgwekkend. De eurocrisis was nog lang niet bezworen. Het ergste moest nog komen. De berichten uit Spanje waren dramatisch. De situatie in Portugal en Italië begon ook steeds penibeler te worden. Het Noodfonds moest worden uitgebreid. Dat ging ons hoe dan ook geld kosten. Vervolgens presenteerde hij de ramingen van het CBS voor de Nederlandse economie. Die konden met gevoel voor understatement tegenvallend worden genoemd. Een nieuwe bezuinigingsronde was onontkoombaar. En het ging om forse bedragen. Er zouden offers worden gevergd. Het zou pijn gaan doen.
“Nou,” zei Rutte. En toen wist hij zelfs niet meer wat hij moest zeggen. Iedereen keek zwijgend naar zijn papieren. Iedereen begreep wat dit betekende. Het zou oorlog worden.

Kwist besefte dat het schaakspel steeds ingewikkelder werd. Het zou er hard tegen hard aan toegaan op minstens drie verschillende borden tegelijk. De strijd binnen de partij zou ook een strijd worden in de ministerraad, en die strijd zou in het teken staan van de strijd die in het Torentje zou worden geleverd met Wilders. Dit alles zou makkelijk kunnen leiden tot de val van het kabinet. Of tot een scheuring van het CDA. Of beide. En Kwist was niet de enige die dat besefte. Iedereen had dezelfde gedachten.

De weerman op televisie voorspelde aanhoudende strenge vorst. Hij had een oranje ijsmuts op.

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer