In de houding voor Oranje

Met de Champions League-finale koud achter me richt ik me op de volgende sportgekte: het EK. Maar hoe ver laat ik me dit keer meeslepen? 

Nog achttien nachtjes slapen en dan is het zover. De eerste straten zijn al volledig oranje ingepakt en vanochtend in de file zag ik het eerste oranje balletje bungelen op de kop van een antenne. Ongetwijfeld zal binnen nu en een paar weken een nieuw prul in de markt worden gezet dat het straatbeeld gaat overspoelen.

De vraag is: hoe ver laat ik me meeslepen in de ‘kolder’? Tot voor kort hield ik mij verre van welke uiting van betrokkenheid ook, want ik kon werkelijk niet begrijpen dat volwassen mannen en vrouwen zich zo konden laten gaan voor een partijtje voetbal. Wat was het niet allemaal: oranje petjes, truitjes, hoedjes, beha’s, onderbroeken, jasjes, jurken, colberts en dan maakte het volkje meestal ook veel lawaai met toeters, vuvuzela’s en aanverwant materiaal.

Lang beschouwde ik dit soort supporters als van een andere mensensoort. Niet per se inferieur of slecht, maar anders. Ik keek ook niet op hen neer, want tot welke machtige sociale bovenlaag rekende ik mezelf dan wel? Het waren mensen die ik eigenlijk nooit tegenkwam in mijn Umfeld, en ik voelde geen enkele aandrang om daarin verandering te brengen. Het was een vorm van vreedzame coëxistentie, van leven en laten leven. Zij woonden daar, ik aan de andere kant van het hek.

Maar er is iets veranderd. Nee, het komt niet door de kinderen die mij in hun enthousiasme meesleuren. Het komt autonoom uit mezelf. Ik heb grote behoefte aan een mooi, nationaal feestje waarmee mijn land goede sier kan maken. Juist nu, terwijl de crisis in een ongekende heftigheid doorraast en de onzekerheid over de toekomst almaar groter maakt. Deze zomer kan het nog, daarna is niets meer zeker.

Via via hebben de mensen aan gene zijde van het hek mij uitgenodigd de wedstrijden van Oranje in hun nauwe straatje bij te wonen. Bij het WK van 2010 hadden ze een immens scherm geplaatst en daar vlakbij een dito bierpomp. De voorbeschouwingen van de analisten in de studie werden uitgezonden, maar niet gevolgd, want ze kwamen natuurlijk niet voor al dat gelul. Trouwens, de Toppers stonden aan en moesten de stemming erin brengen.

Ik heb de uitnodiging nog even beleefd in beraad gehouden, maar als ik niet ga, dan zal ik me beslist niet onbetuigd laten in mijn deelneming. Weest u gerust, ik doe geen malle petjes op en zal geen toeters gebruiken, maar mijn Oranjekolder bestaat eruit dat ik tijdens het komende EK gewoon de Nederlandse vlag uithang op de wedstrijden van onze jongens. Niet meer en niet minder. Maar bij het spelen van het volkslied zou ik wel het liefst in de houding willen staan, mijn rechterhand op de borst leggend. Ik maan mijn gezinsleden dan tot stilte dan wel tot meezingen, al is de kans dat ze daaraan gehoor geven niet erg groot.

Mochten wij verliezen, ja, dan hang ik de driekleur halfstok, zoals dat hoort bij droevige omstandigheden die de natie vol in het hart raken. Maar het zal niet nodig zijn. We worden kampioen en spelen in de finale tegen de Duitsers die we in de laatste minuut verslaan door een doelpunt van… Arjen Robben, die we daarna uitroepen tot onze nieuwe minister-president.