Topsport: alleen het toeval bepaalt nog wie er wint

fotofinish (foto anp)

De Olympische spelen zijn begonnen! De sportzomer nadert zijn climax. Heerlijk voor iedereen die weinig te doen heeft en alleen maar de tv hoeft aan te zetten om de spanning mee te beleven. Voor mij betekent het vooral dat ik nog sneller door de toch al dunne vakantiekranten heen ben, omdat de vele extra sportpagina’s niet aan mij besteed zijn. Toch blijft er bij het scannen van de koppen wel eens wat hangen.

Bij de aanloop naar de Spelen werd ik bijvoorbeeld getroffen door artikelen over het afbinden van benen door atleten. Het schijnt dat hardlopers tot betere prestaties komen als ze voor de wedstrijd de bloedsomloop in hun benen een tijdje stilzetten. Wanneer de circulatie weer op gang wordt gebracht, gaan ze er veel harder vandoor dan anders en zetten betere tijden neer. Het afbinden van armen werkt ook, dus kun je nagaan wat er gebeurt als alle vier de ledematen tegelijk worden afgebonden!

In eerste instantie schaarde ik dit nieuws onder de categorie ‘gevaarlijk absurdisme dat verboden zou moeten worden’, maar het artikel deed eerder alsof er een nieuw gestroomlijnd zwempak werd gesignaleerd dat weer een paar honderdste seconden van de honderd meter vrije slag kon afknabbelen.

Is het afbinden van ledematen net zoiets als de klapschaats, moet het worden beschouwd als een vorm van lichaamstraining, zoals opdrukken, of valt het onder illegale methodes zoals doping? Er zullen meer mensen zijn geweest die afwijkende ideeën over doping in de sport hebben uitgedragen, maar ik herinner me in de eerste plaats het uitgesproken pro-doping standpunt van Tim Krabbé.

Zijn visie kwam erop neer dat er niets mis is met het innemen van prestatiebevorderende middelen (spiermassakwekende of snelheidsbevorderende stofjes, voedingssupplementen, speed, epo of wat voor drugs dan ook). Doping is gewoon een van de vele middelen om een winnaar te worden, althans de kans daarop te verhogen, net zoals een rigide trainingsschema en lichaamsdiscipline. Over de oneerlijke voorsprong die doping geeft zei Krabbé dat sport per definitie oneerlijk is: alleen al lichaamsbouw geeft de een een (oneerlijke) voorsprong boven de ander. En wat de ongezondheid van doping betreft: de eindeloze trainingsuren, het gedurig overschrijden van de pijngrens, het maltraiteren van het eigen lichaam zijn evenmin gezond. Zie de blessures die de topprestaties begeleiden en de blijvende aandoeningen van veel sportlieden na hun carrière. Laat sportlieden zelf maar kiezen welke vorm van ongezondheid ze wensen te omarmen.

Dit is een ongebruikelijk standpunt, maar eigenlijk valt er weinig tegenin te brengen. Het is waar: in de sport gaat het er net zo min als in oorlog of liefde eerlijk en rechtvaardig aan toe. ‘Moge de beste winnen!’ is het motto van iedere wedstrijd, maar van gelijke uitgangsposities, een level field is nooit sprake. Iedereen verschijnt met verschillende talenten en verschillende lichamelijke (en financiële) investeringen aan de start. Wie het eerst de finish bereikt krijgt de roem, zoveel is duidelijk, maar waar de prestatie precies aan moet worden toegeschreven blijft een mysterie.

Als ik wel eens een wedstrijd bekijk, voetbal of zwemmen of atletiek, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik naar een volslagen toevalsvertoning zit te kijken. Steevast zijn de deelnemers aan elkaar gewaagd, tot de tanden gemotiveerd om te winnen, en dan wint er ten slotte een team of een individu, terwijl ik denk: het had ook anders kunnen lopen. Als de wedstrijd meteen opnieuw zou worden gehouden, zou er best iemand anders kunnen winnen. Op het hoogste niveau van sportbeoefening zijn deelnemers zo excellent, dat het toeval de uitslag gaat bepalen. Als het verschil tussen goud en zilver een fractie van een seconde bedraagt, betekent de wedstrijd niets meer.

Maar altijd leuk om vanaf de bank te zien hoe anderen zich inspannen natuurlijk.


Reacties zijn gesloten.