De gemeenschap heeft er niets mee te maken

De voorlopige ontknoping in de zaak Vaatstra (DNA-match gevonden, eindelijk een serieuze verdachte!) gaf de voorspelbare explosie van media-aandacht. Spijtig genoeg beschikt de journalistiek niet over de middelen om een antwoord te vinden op de vraag ‘hoe is het allemaal zo gekomen?’ Dat zijn zaken waar de politie en het openbaar ministerie zich achter gesloten deuren mee bezighouden. Dus moeten journalisten zich tevreden stellen met de kruimels die overblijven nadat de verdachte is afgevoerd en diens familie ondergedoken.

Om die kruimels te modelleren tot iets met een beetje zeggingskracht wordt altijd weer hetzelfde concept van stal gehaald: de gemeenschap, oftewel de omwonenden. Bij elk gezinsdrama is het raak. Buren worden geïnterviewd en zeggen dingen als: ‘Het leek zo’n keurige man’, ‘Een normaal gezin, niets bijzonders’, ‘Hij groette altijd vriendelijk, maakte een praatje’. Of het commentaar luidt juist: ‘Hij was teruggetrokken’, ‘Hij bemoeide zich niet met anderen, maar bij ons geldt nu eenmaal: leven en laten leven.’ Kortom totaal nietszeggende informatie, waar niemand iets mee opschiet.

Gemeenschap
Het begrip gemeenschap lijkt op iets te duiden, wat speciaal voor die groep mensen geldt en niet voor anderen. Alsof het leven in bijvoorbeeld een specifiek Fries dorp de inwoners anders maakt dan in een willekeurig ander dorp in Friesland. Het denken in termen van ‘gemeenschap’ leidt tot absurde observaties. Aan de ene kant blinken die uit in volstrekte clichématigheid, zoals (in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag): ‘Veel inwoners van Oudwoude kunnen zich niet voorstellen dat er mogelijk dertien jaar een moordenaar in hun midden leefde.’ Ja, dank je de koekoek, welke inwoners van welk dorp stellen zich dat wel voortdurend voor? Aan de andere kant worden er over gemeenschappen vergaande uitspraken gedaan die met geen mogelijkheid waar kunnen zijn. Zo zouden diezelfde geschokte inwoners van Oudwoude ‘alles met elkaar delen en geen geheimen voor elkaar hebben.’

Een inwoonster van Oudwoude, de voormalige woonplaats van Marianne Vaatstra, wordt geïnterviewd door het RTL Nieuws.

Dit is klinkklare kletskoek. Als een toevallige inwoner van Oudwoude zijn vrouw slaat en zijn kinderen misbruikt, doet hij dat heus wel in het geniep. Zijn postcode is in dit verband op geen enkele manier relevant. Er kwamen klachten in de media dat er geen excuses waren aangeboden vanuit de ‘gemeenschap’ in Zwaagwesteinde voor eerdere uitspraken dat de dader in het belendende asielzoekerscentrum gezocht moest worden. Nogal logisch dat die excuses niet komen. Er waren een paar mensen die dat jaren geleden hebben geroepen. Er was een grotere groep die de aantijging overnam. Anderen wisten het niet zo zeker en deden er het zwijgen toe. En vervolgens bleek het onwaar en verloor het idee aanhang.

Wie is verantwoordelijk voor verkeerde uitspraken?

Het is even raar om excuses te eisen van de gemeenschap in het dorp van Marianne Vaatstra als om te eisen dat de moslimgemeenschap zich distantieert van door moslims begane terrorismedaden. In geval van dramatische misdaad, zoals verkrachting met moord, heeft een gekunsteld begrip als ‘de gemeenschap’ niets verhelderends toe te voegen. Het is een quantité négligeable. Mensen die toevallig dezelfde postcode delen of op dezelfde kerkbanken zitten als de verdachte, vormen niet meer dan decor en couleur locale. In hun reacties op moord, doodslag en terreur onderscheiden zij zich niet van andere mensen in andere landschappen en andere gemeenschappen. Noch de buren noch de kruidenier van Jack the Ripper doen ertoe. Zij zijn inwisselbaar met alle andere buren en kruideniers ter wereld.