Poging tot beter leven in Europa: take I

Het is half zes, dinsdagochtend, als zo’n duizend tot twaalfhonderd Afrikanen tegelijkertijd een poging doen om de Spaanse stad Ceuta te bestormen. Van verschillende kanten proberen ze de grens met Marokko over te steken, met als enige doel: een beter leven opbouwen in Europa.

De laatste weken gebeurt het bijna dagelijks. Niet alleen in Ceuta, maar ook in Melilla, de andere Spaanse enclave in Marokko. Het zijn de enige twee plaatsen waar Europa en Afrika over land aan elkaar grenzen en dat maakt het een aantrekkelijke bestemming voor immigranten, die met name uit landen beneden de Sahara komen.

Dat die oversteek vaak levensgevaarlijk is, wordt op de koop toegenomen. De metershoge hekwerken, afgezet met prikkeldraad en scheermesjes, worden beklommen. Anderen proberen het door het laatste stukje te zwemmen. Het water is ijskoud en veel immigranten zijn extreem vermoeid en kunnen nauwelijks zwemmen. Toen de Spaanse politie hen vorige maand met rubberen kogels op afstand probeerde te houden, vielen minstens vijftien doden. Maar niets lijkt de (grotendeels) jonge jongens tegen te houden.

Afgelopen vrijdag lukte het honderden immigranten om Melilla binnen te komen. Ze waren uitzinnig van vreugde. Voor de opvangcentra betekent zo’n bestorming een enorme extra last. Want waar plaats is voor een paar honderd man, wordt dat aantal in zowel Ceuta als Melilla ruim overschreden. Gevolg: de jongens belanden veelal op straat.

Vanochtend was het andersom. Van de ruim duizend pogingen, slaagde er voor zover bekend geen één. Spanje en de EU kunnen weer even opgelucht ademhalen. De immigranten niet.

Er schijnen nog zo’n dertigduizend Afrikanen de wachten rondom de grenzen van de twee enclaves op het juiste moment om de oversteek te wagen. Wordt vervolgd.