Analyse: situatie in Venezuela blijft explosief

Het gaat slecht met Venezuela; zowel de democratie als de economie verkeert in zwaar weer. De bevolking zucht onder een ongekend hoge criminaliteit en een astronomisch inflatie. Veel eerste levensbenodigdheden, zoals melk en wc-papier, zijn schaars. In februari gingen de Venezolanen dan ook massaal de straat op om het aftreden te eisen van president Maduro, de opvolger van wijlen Hugo Chávez.

Na een maandenlange volksopstand lijkt een nieuw dieptepunt voor de rechtsstaat bereikt, nu oppositieleider Leopoldo Lopez dreigt te worden veroordeeld voor het organiseren van de protesten in een proces dat volgens Amnesty International niets anders is dan een politiek gemotiveerde poging om andersdenkenden de mond te snoeren.

Terwijl de aandacht van de wereld voornamelijk uitging naar de onrust in Oekraïne kregen ook de Venezolanen een portie geweld te verwerken. Begin februari ging een groep studenten in de hoofdstad Caracas de straat op uit verontwaardiging over de onveilige situatie op de campus. Die actie had een sneeuwbaleffect. Nadat de politie de vreedzame betoging op gewelddadige wijze uiteen had geslagen, namen de protesten in omvang en hevigheid toe. In diverse grote steden eisten woedende mensenmassa’s dat Maduro zou opstappen en nieuwe verkiezingen zou uitschrijven.

In plaats daarvan stuurde Maduro in paniek het leger en paramilitaire motorbendes, colectivos geheten, op de demonstranten af. Het bloedbad dat volgde, maakte de Venezolanen alleen maar woedender. De betogingen hielden uiteindelijk drie maanden aan, met 43 doden, talloze gewonden en een aanzienlijke materiële schade tot gevolg.

Het waren vooral de middenklasse en de rijken die zich tegen Maduro keerden. Onder de armen is de president, die een persoonlijke vriend was van Chávez, nog altijd immens populair. Maduro probeert, net als Chávez voor hem, de armoede te bestrijden met de inkomsten uit de olie-export. Chávez slaagde erin de werkgelegenheid en de levensstandaard te verhogen, en Maduro erfde de trouwe achterban van zijn kameraad.

De meer welgestelden wijzen echter op andere ‘wapenfeiten’ van Chávez en Maduro: de hoge inflatie, de extreem hoge criminaliteit (de hoogste moordcijfers van Zuid-Amerika, en de op één na hoogste van de hele wereld), en het wegjagen van buitenlandse investeerders door de nationalisatie van grote bedrijven onder Chávez. Volgens critici drijft de economie sindsdien bijna uitsluitend op olie, en produceert het land verder vrijwel niets, waardoor er aan van alles en nog wat gebrek is.

De bevolkingsgroep die niet van de armoedebestrijding profiteert, lijkt dus weinig reden te hebben tot enthousiasme. Het land is daarom sterk verdeeld, zoals ook bleek uit de nipte overwinning van Maduro bij de verkiezingen van 2013: hij behaalde 50,76% van de stemmen, slechts 235.000 meer dan zijn rechtse tegenstander Henrique Capriles.

Hoewel de rust lijkt te zijn weergekeerd, heeft de regering een zondebok nodig voor het verzet dat het land maandenlang verlamde. Die lijkt gevonden in oppositieleider Leopoldo López. Deze telg uit een rijke Venezolaanse familie studeerde bestuurskunde aan de Amerikaanse Harvard University. Met zijn bevoorrechte achtergrond en (relatief) rechtse denkbeelden staat hij lijnrecht tegenover de socialistische regering van Maduro, die rechtse mensen doorgaans betitelt als ‘fascisten’.

López’ afkeer van het socialisme bestaat al langer. De oppositieleider, die zich openlijk uitspreekt vóór een ‘nieuw Venezuela’ en tégen de socialistische regering, was al in 2002 betrokken bij een mislukte coupe tegen Chávez, tegen wie hij massale protesten organiseerde. Sindsdien overleefde López diverse aanslagen op zijn leven.

Ook nu speelde hij een belangrijke rol bij de protesten tegen de regering, en groeide hij snel uit tot boegbeeld en voorman van het oproer. Toen de demonstraties almaar heftiger werden en de eerste doden vielen, liet een arrestatiebevel tegen López niet lang op zich wachten.

Maar nadat hij zich half februari, in het bijzijn van duizenden demonstranten, op theatrale wijze (bloem in de hand) bij de politie had gemeld en achter de tralies belandde, duurde de gewelddadige chaos in het land nog ruim twee maanden voort. De vele beelden van (para)militairen die met scherp op ongewapende burgers schieten, getuigen van het excessieve geweld dat het regime gebruikt om de bevolking onder de duim te houden.

Ondanks het bloedige politieoptreden en het feit dat López al in het begin van de onlusten werd opgesloten, wijst de regering hem aan als schuldige van het geweld van de afgelopen maanden.

De rechtszaak die vorige week begon, heeft volgens mensenrechtenorganisaties echter meer weg van een complot dan van een eerlijk proces. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, heeft al te kennen gegeven dat hij het gebrek aan vrijheid van meningsuiting in Venezuela en de opsluiting van López ‘zorgwekkend’ vindt.

Dat Maduro zich al op voorhand over de uitkomst van de rechtszaak heeft uitgesproken, maakt het beeld er niet beter op. “Hij moet boeten en hij zál boeten. Rechtvaardigheid zal geschieden,” zei de president onlangs, wat het proces tegen López een complete farce maakt. Als hij inderdaad schuldig wordt bevonden, kan hij, conform de eis, voor tien jaar in het gevang verdwijnen.

Toch is het de vraag hoe lang Maduro het verzet tegen zijn beleid nog kan beteugelen. Niets wijst op een verandering van koers bij het regime, dat geen enkele concessie doet aan de oppositie en niet de minste moeite neemt om het investeringsklimaat te verbeteren of de inflatie terug te dringen. In februari is gebleken hoe explosief de situatie in het land is; de vraag lijkt nu dan ook niet óf maar wannéér het land opnieuw ontploft.