Jip en Janneke spelen samen in Oranje

Jip heeft een bal gekregen, van vader en moeder. Het is een heel mooie bal.

“Kijk eens wat een mooie bal,” zegt hij.
Janneke knikt. Ze vindt de bal ook erg mooi.
“Zullen we met de bal spelen?” vraagt Jip.
“Ja”’ zegt Janneke blij, en ze nemen de bal mee naar het veldje achter het huis.
Takkie loopt achter hen aan.
“Ik ben spits,” zegt Jip.
“Nee, ik ben spits,” zegt Janneke.
“Het is mijn bal,” gilt Jip. Ze krijgen bijna ruzie.
Dat is waar: het is Jip z’n bal.
“Maar jij mag ook wel even spits zijn,” zegt Jip zacht.
“Fijn,” zucht Janneke.
“Straks,” zegt Jip streng.
En ze voetballen op het veldje en het is heel leuk. Eerst maakt Jip een doelpunt en dan maakt Janneke een doelpunt en Takkie rent er de hele tijd tussendoor. Domme Takkie.
Ze spelen heel, heel lang. Wel een half uur.
Dan komt de moeder van Janneke.
“Janneke moet eten,” zegt ze. “En Jip, jij moet ook eten!”
“Nog heel eventjes!” roept Jip.
“Ja, nog heel eventjes!” roept Janneke.
“Vooruit dan maar. Nog één doelpunt,” zegt Jannekes moeder.
Janneke legt de bal neer, vlak bij het doel. Ze neemt een lange aanloop en trapt dan de bal, heel hard.
De bal gaat naast het doel en rolt door het gras naar de sloot.
“Hè!” gilt Jip.
“Hè!” gilt Janneke.
“Je had hem naar mij moeten schieten!” gilt Jip. Hij stampvoet van kwaadheid.
Janneke maakt met haar handen het babbelgebaar.
“En nou is het klaar!” zegt Jannekes moeder. En ze pakt Janneke vast en Jip ook en boos lopen ze naar huis.
Jip en Janneke blijven een heel uur boos op elkaar.
Dan vraagt Jip Janneke of ze nog boos is.
“Nee,” zegt Janneke.
‘Ik ook niet,’ zegt Jip.
En dan gaan ze knikkeren.

Meer leuke content? Like ons op Facebook