Leven als ambacht: de buxushaag van Jan Mulder en een schildpad uit Wiesbaden

Het zou een vraag in een persoonlijkheidstest kunnen zijn. Wat doe je als Ivo Niehe plotseling in een Kermitgroen jasje op de stoep staat en vraagt ‘Het verval is toch ook poëzie?’ A. Wegrennen. B. De deur sluiten. C. Vragen wat hij komt doen. D. Onmiddellijk beginnen met het formuleren van een antwoord.

Jan Mulder zou blind voor D kiezen.

Leven als ambacht
Al staat er een leger journalisten bij Jan Mulder op de stoep: ze krijgen allemaal een met wild armzwaaien en Noord-Gronings pathos omkranste volzin.
Gisteren stond Ivo bij Jan voor de deur: de ene vedette op leeftijd bij de ander op visite. Ivo hield het laatste boek van Jan – opgebouwd rond een groot interview met de auteur, een beetje als een DVD waar het bonusmateriaal door de film heen gemonteerd is – voor een buik met extra opbergruimte.
Ivo had een foto bij zich, op groot formaat.
Mulder keek er even naar en zei toen: ‘Ik zou graag zo willen zijn, ja.’
Het was een ontroerend moment, want het betrof een foto van Jan Mulder zelf.
Ivo was ook met die foto op stap geweest, om Belgische vrouwen te confronteren met een tafelbladgrote foto van Jan Mulder. Ik vond het een mooi beeld: Ivo en een cameraploeg, sjouwend door Brussel, willekeurige dames aansprekend.
Een mevrouw zei: ‘Als je aandachtig kijkt, is hij wel knap.’
Een ander moest wat langer nadenken: ‘Jan… Jan… Jan…’ Maar uiteindelijk kwam ze eruit: ‘Jan Blokker!’
(Schrijver en Volkskrant-columnist Jan Blokker sr. stierf ruim vier jaar geleden; het was leuk om zijn naam nog eens te horen noemen).

Ivo Niehes portret van Jan Mulder ging vooral over de aan- of afwezigheid van de vrouwen in het leven van Jan Mulder. Johanna, Jans vrouw – het Groningse een beetje gerafeld door een voetballeven lang Marlboro’s, waarvan het laatste pakje op de glazen salontafel lag, open en bloot, als een fruitschaal waar iedereen van grijpen mag – was er ook: vermoedelijk hebben wij hier te maken met de meest gracieuze vrouw-van sinds Cleopatra een affaire kreeg met Julius Caesar.
Ivo had ergens gelezen dat Jan vond dat spitsen de hort op moesten.
Mulder wilde dat gaan toelichten en mogelijk zelfs nuanceren, maar Ivo smoorde het in de kiem, waarop Jan uiteindelijk toegaf: ja, spitsen moeten de hort op. Veelwijverij.
De camera gleed langs de wanden vol kunst, langs een boekenkast waar het zichtbaar gelezen exemplaar van Cesare Paveses Leven als ambacht naast een portret van een grijnzende Youri stond. Langs een glanzende vloer en een stapel boeken van de Perpetua-reeks van Uitgeverij Athenaeum.
Daar had het allemaal over kunnen gaan, maar Ivo had een thema en aan dat thema hield hij vast, als een drenkeling aan een stuk hout. Toen Jan Mulder een buxushaag streelde, vroeg Ivo of dat misschien de vervanging was van de erotiek in z’n leven.

Tussen de tenen
Een week eerder was Filemon Wesselink al eens bij Jan Mulder op visite gegaan.
Ook toen had Jan aan de buxushaag gevoeld.
Dat had toen nog geen enkele erotische lading gehad, slechts iets uitgesproken ontroerends.
‘En dan is mijn poes er nog niet eens bij.’
De poes had een ongeluk gehad; hij was aangereden door een truck en een meisje uit Ganzendijk had hem gevonden.
De poes heette Fritz. Met een Z.
‘Hij is dus niet naar Frits Barend genoemd,’ vroeg Filemon.
‘Nee,’ antwoordde Jan Mulder. ‘Hij is vernoemd naar een schildpad in Wiesbaden.’
Even later hees Fritz zich van de bank en verdween naar elders. Jan Mulder keek hem na.
Later keken ze voetbal, Filemon en Jan. Samenvattingen. En Youri’s analyses.
Jan dronk bier, direct uit de fles.
Jan Mulder zei over voetbalanalyses: ‘Je kunt niets zeggen, of het slaat wel ergens op.’
En ik moest denken aan de buxushaag en aan Fritz en het meisje uit Ganzendijk en Cesare Pavese en aan het antwoord van Jan Mulder op de vraag, lang geleden, van een interviewer, op de vraag wat hij zijn zonen had bijgebracht.
‘Goed tussen de tenen drogen, jongen.’
Dat is het: de Perpetua-reeks, een mankende kat en goed tussen de tenen drogen.
Voor al het andere kun je het prima met de samenvattingen toe.