Terug naar de normale voornamen!

Mijn moeder is een lieverd maar ik kon haar moeilijk betichten van een surplus aan creativiteit toen mijn naam verzonnen werd. Tim Jansen, veel saaier wordt het niet. Aan zo’n veelvoorkomende achternaam kun je als ouder niets doen. Tim was daarentegen midden jaren tachtig de populairste jongensnaam. Ooit vroeg ik mijn moeder waarom ze zo’n standaardnaam had gekozen en of ze niet wat creatiever had kunnen zijn. “Ik vond Tim gewoon een leuke naam en wat kan mij het schelen of veel anderen hun kind ook zo noemen”, was het antwoord.

Ieder jaar wanneer de Sociale Verzekeringsbank de lijst met populairste kindernamen publiceert, prijs ik mij gelukkig met het onconventionele conventionalisme van mijn moeder. Op de namenlijst prijken ieder jaar debielere namen in de meest uiteenlopende categorieën. Zo zijn er mensen die het prettig vinden om hun kind te verwarren met een zelfstandig naamwoord. Zilver, Beuk, Vlinder, Papaver, Storm, Beer, Gift en Baas. Sommigen vernoemen hun kind naar grote sterren uit de muziek- of sportwereld: Xavi, Beyoncé, Cassius-Clay, Cristiano, Aaliyah, Badr, Figo of Waylon. Verder hebben we de categorie (dubieuze) staatshoofden: Berlusconi, Erdogan, Chavez, Tito en Cengizkaan. Even voor de zekerheid: ik heb het hier nog steeds over voornamen die in de afgelopen twee jaar door ouders aan hun kinderen zijn gegeven.

Verder hebben we nog de categorie dubbeldwaze dubbele namen als Chique-Queena, Deveney-Hope, Fender-Storm en Axl-Elias. Ouders die in hun drang naar uniciteit normale namen een twist geven: Kacper, Xem en Defne. Sommige opvoeders duwen hun spruit richting een rapcarriere: D’legendly, C’Jaydan, D-jeanvierre en G’Heavenly. Ten slotte hebben we nog de categorie waarbij je vermoedt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand tijdens de inschrijving met zijn hoofd op het toetsenbord is gevallen: Acheamponma, Y’cheäneliê, Fennichje en Ghëarmiangelijanno.

De wens om origineel en uniek te zijn leidt tot misbaksels van namen. Dergelijke namen geven mij altijd het gevoel dat de kinderen ongewenst zijn. Bijvoorbeeld tieners die na een ‘ongelukje’ zwanger zijn. In ruil voor de jeugd die ze kwijtraken, nemen ze hun kinderen alvast een onbezorgde jeugd af door een prima pestnaam mee te geven. Is het niet gewoon verstandig om ouders die hun kind Berlusconi, Papaver of Ghëarmiangelijanno noemen uit de ouderlijke macht te ontzetten? Of misschien is voorkomen nog wel beter dan genezen? Lekker terug naar de ouderwetse voornamenwet van 1970. Namen die voorheen niet bestonden konden niet gegeven worden. Verder mochten voornamen geen betekenis hebben. Zou dat niet een hoop gepeste kinderen schelen? Of is dit voorstel, in lijn met mijn voornaam, een typisch Hollands gevalletje van doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg?