Hoe dorstgevoelens aan en uit kunnen worden gezet

Wetenschappers kunnen het dorstgevoel bij muizen eenvoudig aan- en uitzetten. De trek in water wordt gestuurd door één bepaald breincircuit, zo blijkt.

Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat het subfornicale orgaan het dorstgevoel reguleert bij muizen. Dat deel van het brein bewaart het evenwicht tussen drinken als je dorst hebt en niet drinken als je geen dorst hebt. Het was al bekend dat het subfornicale orgaan actiever wordt als een dier dorst heeft.

De onderzoekers, verbonden aan de Columbia University, activeerden drie celtypes die voorkomen in het subfornicale orgaan: excitatorische cellen, inhibitorische cellen en astrocyten. De activering van met name de excitatorische cellen had een opmerkelijk effect op het dorstgevoel van de muizen. Ze sloegen meteen duchtig aan het drinken, en werkten zo’n acht procent van hun lichaamsgewicht aan water naar binnen. Ter vergelijking: voor een mens zou dat ongeveer vijf liter betekenen.

Toen de wetenschappers daarentegen de inhibitorische cellen activeerden, dronken de muizen juist beduidend minder water, tot amper twintig procent van hun gewoonlijke inname. De onderzoeksresultaten verschenen in Nature.