De on(na)volgbare uitspraken van Simone van Saarloos in Zomergasten

“Ik hoor dat je zegt dat je van plan bent een klein universum te maken vanavond.”
“Ja, ik hoop dat het in die zin allemaal in z’n context valt.”

Menig kijker van Zomergasten kon gisteravond niet mee in het kleine universum van Simone van Saarloos, met haar 25 lentes de jongste gast ooit. De koningin van de bijzin, waar natuurlijk niks mis mee is, maar in metafysisch perspectief wel als grondgegeven het frame waarin het gesprek gepercipieerd wordt influenceert, en tegelijkertijd de contextuering van het universum vermoeilijkt. Van Saarloos noemde de aflevering ‘een radicale oproep tot niet begrijpen’, iets waar ze in veel opzichten in is geslaagd. Maar omdat wij tevens een ‘drang van alles willen begrijpen’ hebben, een aantal opvallende uitspraken van Simone de on(na)volgbare op een rij, om nog eens op te herkauwen:

Over het fragment van Hannah Arendt:
“Het is grappig, want ze was altijd op zoek om thuis te ontvluchten, zoals ze ook zegt: ‘Ik kijk er van buitenaf naar’ – wat natuurlijk niet waar is, want ze zet, volgens mij, je zit natuurlijk altijd daar waar je naar kijkt, je bent altijd in je eigen context en je kunt daar helemaal niet boven hangen – en dan zegt ze hier ‘ja, maar ik hoop dan dat mensen zich herkennen in wat ik zie of wat ik heb opgeschreven’, dat vind ik wel weer heel grappig omdat het tegelijkertijd ook weer helemaal niet kritisch lijkt.”

Naar aanleiding van Widest Prairies van Charlotte Dumas:
“Ergens is het volgens mij, bij haar, de fascinatie van wat er gebeurt als mens en dier elkaar ontmoeten, omdat mens en dier zo gescheiden zijn geraakt. We eten wel vlees en we hebben wel huisdieren, maar het werken met paarden, bijvoorbeeld, het werken met dieren, dat is eigenlijk verdwenen. (-) Je zou kunnen zeggen dat het contact belangrijk is. Het gaat natuurlijk ook heel erg over fysiek aanwezig zijn, dus een fysiek contact, een fysiek contact met een dier. Nou, je weet wel dat het best prettig kan zijn om iets… iets te aaien… Maar wat vooral, wat het wel oproept is dat het dier zo’n exclusieve status heeft gekregen, dat het zo weggeduwd wordt van de menselijke ruimte en het publieke leven gewoon. (-) En is dat een verlies? Ik denk wel dat het een soort sentiment opwekt.”

Over Paradies: Liebe:
“Maar uiteindelijk wordt er niks opgelost: zij krijgen geen liefde en zij krijgen geen geld”
(-)
“Ongeacht dat, kunnen we ook zeggen dat er op persoonlijk niveau best af en toe een nuttige uitwisseling kan plaatsvinden, waarbij het voor allebei winst is”

Over waarom een witte regisseur het verhaal van donkere, opgroeiende meisjes al dan niet kan verfilmen (naar aanleiding van Girlhood van Céline Sciamma):
“Nou ja, het kan natuurlijk wel, maar regisseurs zijn bijna altijd wit. De grote films die wij zien, en als je een divers verhaal wil vertellen dan moet dat misschien soms, uhhh, soms moet je dan een verhaal vertellen natuurlijk die niet jouw verhaal is, wat buiten hetgeen is dat jij hebt meegemaakt. En tegelijk kun je zeggen: het is een universeel verhaal, het gaat over meisjes die opgroeien. En tegelijkertijd, hè, Sciamma zegt ook, ‘ja maar, je ziet heel weinig zwarte meisjes waarbij het eigenlijk niet gaat over de huidskleur’, en tegelijkertijd is natuurlijk toch altijd de vraag als je: als je fictie maakt kun je wel een nieuw verhaal willen vertellen, maar je hebt ook een politieke verantwoordelijkheid, in deze, omdat je duidelijk een verhaal wil vertellen wat nog niet, ik bedoel, de diversiteit, op dit moment, is niet om te zeggen dat gaat geweldig, in de zin dat we weinig gekleurde personages zien, die niet een bepaald soort gekleurd personage spelen.”

Nadat Wilfried de Jong haar confronteert met haar uitspraak ‘Liever houd ik het bij m’n eigen houvast: mijn cynisme’ (naar aanleiding van het fragment van Typhoon die liefde predikt):
“Die veiligheid wil je loslaten, maar wat staat er tegenover? Ik bedoel, ‘liefde is de baas’: ja, maar liefde is ook hard werken. Dus daarom vind ik zijn boodschap zo, het is een soort, een actieve verbinding en het is zeggen: ken je geschiedenis, en dan kun je niet meer cynisch zijn. Want als je je ergens op gaat concentreren, als je iets met aandacht gaat behandelen, of dat nou je landgeschiedenis is, of met iemand praten, dan, ja dan zal het cynisme toch in zekere zin verdwijnen en dan komt er, ja, een soort kritische liefde voor in de plaats. Maar hoe dat te doen? Want je, dat is best wel lastig, dus het cynisme is altijd veiliger.”

De uitzending terugkijken kan hier.