Lex Immers en zijn wonderlijke, succesvolle verhuurperiode

Voor Lex Immers pakt zijn verhuur aan Cardiff City beter uit dan hij had durven dromen. De Hagenees is voor het eerst in jaren onomstreden en pikt zijn goaltjes mee. Daarmee is hij – vooralsnog – een schoolvoorbeeld van hoe een verhuurperiode goed kan uitpakken.

Lex Immers: de koning van Cardiff, schreeuwde de kop boven een interview met Lex Immers in Telesport afgelopen vrijdag. Het gaat goed met de voetballer en dat mag van de daken worden geschreeuwd. Sinds zijn zelfverkozen tijdelijke vertrek in de winterstop bij Feyenoord is Immers in Wales het mannetje. Na zijn entree in het Championship scoorde hij drie keer in zeven wedstrijden en loodste hij de ploeg, die veel Nederlandse voetbalfans alleen kennen van de excentrieke eigenaar Vincent Tan, richting de play-offplaatsen voor een plekje in de Premier League.

Het publiek staat op de banken voor de blonde pijl uit Nederland. Verschillende supportersgroepen zijn zelfs al petities gestart om Immers blijvend aan de club te binden. Niet gek voor iemand die dit seizoen in de Kuip tot een schamele 219 minuten is gekomen. Het gebrekkig vertrouwen van Giovanni van Bronckhorst doet Immers wegtrekken. Het maakte Immers tot de derde verhuurde Feyenoorder dit seizoen. Hoe gaat het eigenlijk met zijn lotgenoten Lucas Woudenberg en Wessel Dammers?

Luiks trio
Vorig jaar liep het trio in het Stade Maurice Dufrasne na de Europa League-wedstrijd tegen Standard Luik nog gezamenlijk van het veld. Het met 0-3 gewonnen slotduel in de groepsfase van Europa’s tweede toernooi betekende voor Woudenberg en Dammers hun debuut in Feyenoord 1. Woudenberg startte tegen de Belgen zelfs in de basis, net als Immers. Het leken gouden tijden te worden. Feyenoord wist voor het eerst in jaren te overwinteren op Europees vlak en de jonge honden hadden in Luik indruk gemaakt.

Succesvol verhuur
Woudenberg maakt na het duel tegen Standard vorig jaar tegen FC Utrecht en NAC Breda nog honderdtien eredivisieminuten, maar verdwijnt daarna van het toneel. En dat terwijl hij terugkwam bij Feyenoord met een succesvolle verhuurperiode bij stadsgenoot Excelsior achter de rug. Na een jaar vol stilstand in de Kuip besluit Woudenberg tijdens de afgelopen zomerstop om zich te laten verhuren aan promovendus NEC. En met succes: de jonge back wordt gewaardeerd in Nijmegen en mag tot nu toe in 25 wedstrijden aantreden. Daarin scoort hij één goal en geeft hij drie assists.

Wessel Dammers, die andere debutant, speelt zijn enige Feyenoordminuten van het vorige seizoen in het Stade Dufrasne. Wel behoort hij nog twee keer tot de wedstrijdselectie. Ook hij verkiest een verhuur boven de beloftencompetitie en trekt richting het noorden. Bij Cambuur Leeuwarden buffelt de verdediger onderin de Eredivisie, maar speelt hij wel 18 wedstrijden.

Het zijn slechts twee voorbeelden van hoe het verhuur een Feyenoordspeler laat groeien en laat zien dat het voor een voetballer fijn kan zijn om niet de constante druk van de volle Kuip op de schouders te dragen. “Het is even wat anders dan ik gewend ben in Nederland,” zei Immers in het interview met Telesport over de complimenten die hij nu van alle kanten krijgt. De afgelopen seizoenen zijn er meer Feyenoorders geweest die de wijk namen om elders speelminuten te maken en waarbij het verhuur buitengewoon succesvol was. Denk aan de verhuurde goalies van de Rotterdammers vorig seizoen.

Verhuurgoalies
Warner Hahn was door de komst van Kenneth Vermeer al voor zijn eerste minuten in het Feyenoordshirt in de pikorde gedaald en trok naar PEC Zwolle. In Overijssel had de doelman met de paardenstaart een uitstekend seizoen. Hij keerde sterker terug naar Rotterdam, maar een ingescheurde knieband zette hem begin dit seizoen hem lang buitenspel.

De andere verhuurgoalie van het afgelopen jaar speelde in Tilburg. Kostas Lamprou speelde negentien wedstrijden voor Feyenoord 1, maar er was altijd gemor over de geringe lengte van de 1,76 meter lange doelman. De Griek trok afgelopen jaargang naar Willem II om daar, eerst tijdens zijn verhuurperiode en nu als contractspeler, de onbetwiste nummer één van Jurgen Streppel te zijn.

Een verhuurperiode wordt door voetballers vaak als een nederlaag gezien, bewijst Lex Immers – en met hem andere Feyenoorders – dat het goed uit kan pakken. En of ze nu terugkeren in Rotterdam of dat ze zich aan hun nieuwe club binden, hun carrière heeft een benodigde impuls gekregen.