Oerwildernis? Oostvaardersplassen zijn de ondergang nabij

Dat je een paar hectare kaalgevreten niemandsland succesvol kunt verkopen als Nieuwe Wildernis bewees Staatsbosbeheer (SBB) enkele jaren geleden met de gelijknamige film van Ruben Smit en Mark Verkerk. De werkelijkheid is echter anders. Provincie Flevoland zit in de maag met de Oostvaardersplassen. Deze week komen de Statenfracties bij elkaar om tot een nieuw Faunabeheerplan te komen en SGP en VVD hebben alvast laten weten dat ze meer afschot willen. De soap rond de speeltuin van Staatsbosbeheer gaat maar door.

In 1983 bracht Staatsbosbeheer de eerste heckrunderen en konikpaarden naar het gebied. In 1992 volgden de edelherten. Zo begon het meest gewaagde en controversiële experiment van Staatsbosbeheer ooit. Het kwam uit de koker van ecoloog van Frans Vera. Hij wilde terug naar een soort oerlandschap dat in stand werd gehouden door grote wilde hoefdieren. Een gebied waar leven en dood werden bepaald door de natuur.

Het duurde niet lang en Vera’s droom begon vormen van een nachtmerrie aan te nemen. Op het stukje Serengeti in de polder leefden veel te veel beesten en er was te weinig voedsel beschikbaar. Tot op de dag van vandaag leveren de hoge aantallen uitgehongerde dieren elk jaar bij een strenge winter Kamervragen op. Vorige maand waarschuwde Vereniging het Edelhert met het oog op de komende winterperiode in een brief aan de minister nog dat ‘de nieuwe winter de hongerdood betekent voor 1000 tot 2000 dieren en bij een fors strenge winter is de verwachting tot 70% van de populatie!’ Momenteel leven er ongeveer 4350 grote grazers in het gebied. De herten vormen de grootste groep. Afschot vindt alleen plaats om uitzichtloos lijden te beperken.

Het gebied lijkt zo ondertussen alle glans verloren. Het landschap ligt er kaalgevreten en desolaat bij en zelfs de toeristen – die na de film nog massaal een kijkje kwamen nemen – houden het voor gezien. En dat past natuurlijk niet in het beleid van de provincie, want die wil van de Oostvaardersplassen, het Markermeer, de Lepelaarplas bij Almere én de toekomstige Marker Wadden juist één groot nationaal park maken. Maar wilde dieren en toeristen: dat is meestal geen gelukkig huwelijk. Toeristen willen wandelen, fietsen en feesten. Wilde dieren vooral rust en geen toeristen.

Vera liet onlangs in Trouw weten dat hij zich ongerust maakt. Zeker nu een onderzoeksbureau een plannetje uit de hoge hoed heeft getoverd om het grondwaterpeil te verhogen zodat de natuur weer enigszins kan herstellen. Het zou de graslanden aantasten en dat zou, zo vreest Vera, ten koste gaan van het voedselaanbod. Dat is een wel heel opmerkelijke uitspraak, want juist dankzij Vera zijn er al duizenden dieren uitgehongerd en staat de ooit zo rijke begroeiing er nu levenloos bij. Maar ja, dat is zijn optiek kennelijk een soort casual damage.

De werkelijkheid achter de alsmaar voortdurende soap rond de Oostvaardersplassen is dat SBB een park verkoopt als wildernis en daarbij steeds meer in conflict komt met zichzelf en met de provincie, want voor die paar kaalgevroten berkenstammetjes lijkt het predicaat nationaal park nog heel ver weg. Nog verder weg dan de oerwildernis van Vera. Het heeft even geduurd, maar dat besef begint nu kennelijk ook door te dringen bij de politiek in de provincie Flevoland. De gedroomde wildernis van Vera lijkt de ondergang nabij.

Oswin Schneeweisz