De huurtoeslag kent teveel huurdersonvriendelijke aspecten

We kennen in ons land een paar goede sociale vangnetten. De WW, onze zorgverzekeringen en de huurtoeslag worden vaak aangemerkt als voorbeelden hiervan. Vooral die huurtoeslag – die kwetsbare huurders moet ondersteunen – staat bekend als een succesvolle regeling, maar er ontstaan steeds meer gaten in dit net.

Laat uw auteur eerst helder maken dat hij tijdens zijn studietijd bijna 5 jaar gebruik heeft kunnen maken van deze mogelijkheid tot huurlastenverlaging.

Ik was één van de circa 1,5 miljoen Nederlandse huishoudens die gebruik maakten van de in de jaren zeventig in het leven geroepen overheidssubsidie. Ik kon door de huurtoeslag zorgeloos mijn studiegeld betalen en me daarnaast ontwikkelen als stukjesschrijver. Daarbij behoorde ik slechts deels tot de doelgroep van de maatregel: namelijk sociale huurders met een laag inkomen, die een extra steuntje in de rug nodig hebben.

Leeftijdsdiscriminatie

Echter merkte ik een door het systeem mogelijk gemaakte vorm van leeftijdsdiscriminatie op. Want waarom golden er voor mij als beginnende 18-jarige student in 2012 andere regels dan voor een 23-jarige medestudent? Net als iedere huursubsidiegerechtigde moest ik de eerste 223 euro van de huur zelf betalen, maar daarna begon de ongelijkheid.

Iemand tussen 18 en 22 jaar krijgt daarna een maandelijkse bijdrage tot een huurbedrag van 414,04 euro. Alles boven dit bedrag moet deze jongeling uit eigen zak betalen. Vrienden van 23 jaar of ouder krijgen dit deel van de overheid. Volgens het ministerie kunnen deze jongeren — die in de ogen van de ambtenaren nog aan het begin van hun wooncarrière staan — heel goed wonen in een kleine, goedkope woning. Of een kamer.

In een uiterst onderhoudend stuk op Follow the Money zet economiejournalist Peter Hendriks alle gaten in het huurtoeslagvangnet uiterst kundig op een rij. Zo vallen huurders die minder verdienen dan het minimumniveau tussen wal en schip. Vaak zijn dit in de huidige economie zzp’ers. Hun inkomen kan soms zakken onder het minimumniveau dat het ministerie van Financiën hanteert voor de huurtoeslag.

Grootste weeffout

De grootste weeffout in het vangnet van de huursubsidie is echter, volgens Hendriks, de harde grenzen die worden gesteld, en dan met name de inkomensgrenzen. Vanaf een bruto jaarinkomen van 22.000 euro verliest een alleenstaande het recht op huurtoeslag; voor een huishouden met meerdere personen ligt deze grens op 30.150 euro. “Huurders vallen bij het bereiken van zo’n grens opeens flink terug in inkomen, terwijl ze qua inkomen juist net een stap in de goede richting hebben gezet,” schrijft Hendriks.

Gelukkig zijn dit aanpasbare weeffouten. De ongelijkheid is te herstellen door het huurtoeslagstelsel geleidelijk te laten aflopen naar mate het inkomen stijgt. Zo creëer je een huurvriendelijker systeem en een slagkrachtigere bevolking.

Het is niet duidelijk of de heren onderhandelaars deze zaken aansnijden tijdens hun formatiebesprekingen. Echter, en dat stelt Hendriks ook terecht, is een uiterst belangrijk onderwerp. Er is in de achterban van iedere onderhandelende partij gegarandeerd één iemand te vinden die met de huursubsidie de huur kan betalen.