Spring naar de content

Bellen met de boer

Tuinder: Ik kan niet bellen, ik sta in een veld. 

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Johanna Geels

JG: Ik bel u toch.
Tuinder: Jawel, maar ik sta in een veld.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

JG: Kan ik 20m2 graszoden bij u bestellen?
Tuinder: Jawel, maar dan moet ik het onthouden en ik sta in een veld. Kan ik u zien?

JG: Euh, nou, ik denk van niet, ik zit in de tuin.
Tuinder: Uw nummer bedoel ik, kan ik uw nummer zien?

JG: Euh, dat weet ik niet. In uw telefoon bedoelt u? Nu?
Tuinder: Nee. Ik zie niks. Ik sta in een veld.

JG: Dat schiet zo niet op.
Tuinder: Nee, mevrouw, niet erg nee. Belt u mij maar terug. Om half 1 precies. Dan eten wij. Op het erf. Dus niet in het veld.

JG: Dus dan bel ik u op het erf?
Tuinder: Ja.

JG: Op hetzelfde nummer?
Tuinder: Neeeee, dat is een ander nummer.

JG: Kan ik dan om half 1 op het erf graszoden bestellen?
Tuinder: Hoeveel moet u hebben?

JG: 20m2.
Tuinder: Ja, dat kan ik nu toch niet onthouden, ik sta in een veld.

JG: Ja, maar straks wel toch, als u op het erf bent.
Tuinder: Ja, op het erf is een pen, in het veld niet.

JG: Half 1?
Tuinder: Precies. Wij eten elke dag om half 1 precies. Geen minuut eerder. Geen minuut later.

JG: Dan bel ik u om half 1. Op het erf. Kan ik bij u pinnen?
Tuinder: U kunt pinnen. Op het erf. Niet in het veld.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.

Onderwerpen