HP/De Tijd presenteert: de grote Amsterdamse bioscopentest

Het bioscoopseizoen duurt ongeveer van oktober tot juni, en gedijt het beste bij veel regen, grijze luchten en een gure wind. Bijna even belangrijk als de keuze voor de film, is de keuze voor de bioscoop. Onderstaande top-5 is het resultaat van een jarenlange bioscopentest in de hoofdstad, waarbij vooral is gelet op filmaanbod, beenruimte, fatsoenlijke cafés op loopafstand, tijd die je in de rij moet staan, en irritatie die de overige bezoekers opwekken.

5. Het Ketelhuis
Het aanbod is herkenbaar: veel Nederlandse film, afgewisseld met andere Europese films en af en toe iets Amerikaans. Locatie is prima: middenin het Westerpark, tien minuten van het centrum. Service en publiek: weinig op aan te merken. In één opzicht wint Het Ketelhuis het van alle andere Amsterdamse bioscopen: beenruimte. Brede gangen tussen de stoelen, zodat je voor de verandering zonder hernia thuiskomt na een lange trage film.

4. Cinecenter
Achter het Leidseplein, tegenover de Melkweg, vlakbij de toeristenhoreca. Niet de eerste locatie waar je een bioscoop verwacht die gespecialiseerd is in toegankelijke arthouse en het betere werk uit Hollywood. Scandinavische, Franse films. Soms iets Nederlands. Veel vijftig- en zestig-plussers, vooral overdag. Gek genoeg levert dat geen eindeloze wachttijden bij de kassa op, en geen gepraat door de openingstitels. Ook belangrijk: binnen een paar passen zit je in Café Eylders.

3. EYE
Het enorme witte geval aan het IJ, een soort kruising tussen een vliegende schotel en een vleugelpiano, maakt het verlies van het oude filmmuseum in het Vondelpark bijna goed, met klassiekers en hedendaagse kwaliteitsfilms uit binnen- en buitenland. De grote zaal is indrukwekkend. Prima stoelen. Goed geluid. Er komen nog steeds veel dagjesmensen die vragen of je een foto van ze wilt maken, maar dat wordt binnen een paar jaar vast minder. Hopen we. Het café leent zich erg goed voor staren over het IJ. De akoestiek is perfect: je hoort het gegons van de stemmen, zonder te verstaan wat er gezegd wordt. Uitstekende bitterballen.

2. Tuschinski
Meest glamoureuze bioscoop van Amsterdam, in een niet erg glamoureuze omgeving (Rembrandtplein/Vijzelstraat). Art deco/Jugendstil, met een tapijt dat doet denken aan casino’s in Las Vegas, en een verlichting die doet denken aan Gotham City. Sfeervol maar niet per se intiem, indrukwekkend maar niet per se opschepperig. Niet het soort bioscoop voor een rustig avondje (of middagje) naar de film. Aanbod? De betere mainstream, de niet al te experimentele arthouse. Maar wel die vertrouwde popcornlucht. Die combinatie ontbreekt bij vrijwel alle andere Amsterdamse bioscopen: popcornbioscopen doen niet aan kunstzinnige films, filmhuizen doen niet aan popcorn.

1. The Movies
Als je tegen een zenuwinzinking aanzit, en je hebt nog dat laatste zetje nodig, helpt het om een halfuur voor aanvang in de rij te gaan staan bij The Movies. Bezoekers die vragen of ze ook kunnen betalen met postzegels, boekenbonnen, of Belgische Franken. Als ze wordt gevraagd of ze liever op stoel vijf of stoel zes zitten, schakelen ze eerst drie hulplijnen in voor ze besluiten om toch maar naar de voorstelling van 21.00 te gaan. Het bijbehorende café is te klein en de fatsoenlijke cafés in de buurt zitten net iets te ver weg. Maakt allemaal weinig uit. Qua sfeer, aanbod, charme, stijl (een soort kleinere versie van Tuschinski) is The Movies op de Haarlemmerdijk nog steeds onovertroffen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook