Stefan Groothuis en de overwinning van de hoop

PANG!
‘Hij stond niet lekker!’
‘Nee, en die start is ook moeizaam nu hoor! Maar nu is ie goed.’

Een jaar geleden zag ik Stefan Groothuis op televisie. Hij vertelde over gedachten, gedachten die in zijn hoofd rondzongen, steeds sneller. Gedachten die hij op geen enkele manier nog het zwijgen kon opleggen. Ze vermenigvuldigden zich, die gedachten, ze kwamen en vulden zijn hoofd tot de rand, tot er niks meer bij kon.
En terwijl alle kleur in z’n leven werd vervangen door een diep en ondoordringbaar zwart, stapelden de dwanggedachten zich almaar verder op.
Tot het barstte.

*

‘Als ie maar in die bocht is… Dan kan ie z’n kracht kwijt… Ihle zal sneller openen, dat weet Groothuis, daar is-ie op voorbereid.’
‘Jaa, het is een prachtige schaatser.’
‘Opening is goed van Groothuis, die is beter dan op de Olympische kwalificatiewedstrijden!’
‘Mooi. En je zou het ‘m gunnen. (…) Olympisch goud betekent dat het boek af is.’
‘Normale bocht, normale bocht! Rijden! Doortrappen, doortrappen!’
‘En hij zit in de buurt van De Lijn en hij KAN een goeie laatste ronde rijden.’

*

Hij durfde het woord niet in de mond te nemen, niet nog eens – na een interview met journalist Nando Boers van NuSport. Daar had de hele wereld het kunnen lezen: Stefan Groothuis had aan zelfmoord gedacht.
Voor de televisiecamera’s lachte hij een beetje moeizaam, een lach die het ongemak van de situatie onmogelijk kon verdrijven. Hij zei: ‘Ik ben er best wel dicht bij geweest, ja.’
Tot er redding kwam. Redding waarin je niet kunt geloven als je bent waar Groothuis was.

*

’25.1, voor Stefan Groothuis.’
‘Dat is goed, dat is goed! Nu weinig verval en dan kan ‘t. Maar nog de buitenbocht… En Ihle, geeft niet veel prijs, hoor.’
‘Ihle gaat verrassend goed mee, en kijk naar de snelheden! Groothuis nu al in de bocht!’
‘Ihle is kapot.’
‘En doorstampen! Doorstampen!’
‘1.08.89, daar ligt de streep!’
‘En hij is ervoor!’
‘Hij is ervoor!’

*

Naar aanleiding van het interview met Boers en de NOS-reportage schreef ik een stukje over de demonen die Stefan Groothuis waren komen bezoeken en niet meer waren vertrokken.
Het ging over depressie, over gedachten die niet uitgezet kunnen worden. Over het woord dat Groothuis niet durfde uit te spreken, omdat het zo vreselijk hard klinkt.
De reacties kwamen.
Mensen waren enthousiast. Vonden het mooi.
En gisteren, toen Stefan Groothuis het hoogste bereikte wat je als sporter kunt bereiken en het Grote Geluk zijn gezicht overnam, kwamen ze weer, de reacties, de mensen.
Het verdriet had het goud nog wat meer glans gegeven, want wie zo diep gezeten heeft, heeft verder moeten klimmen.

*

‘Groothuis! Geweldig! En daar komt 1.08.39! WAT EEN TIJD!’

*

Het verhaal van Stefan Groothuis is het verhaal van heel veel mensen.
Ook dat van mij.

Misschien dat zijn zege van gisteren mij daarom zo bovenmatig emotioneerde. Ik weet wel: het is maar sport, en het is maar schaatsen (een zuiver Hollands tijdverdrijf dat met de wedstrijd nog een beetje Hollandser lijkt te worden), maar de overwinning van Groothuis was bovenal het bewijs dat er hoop op beterschap is, altijd, ook al ben je zelf het zicht daarop al lang verloren.

*

‘On-waar-schijn-lijk!’
‘WAT EEN TIJD!’

Meer leuke content? Like ons op Facebook