De Piketty-discussie: werken voor je geld is zó 2014

De discussie over de wereldwijde verschillen in inkomen en vermogen zal voorlopig nog wel blijven. Omdat er nu eenmaal bijna oneindig veel mensen tot die 99 procent behoort die het ‘slechter’ heeft dan die ene procent die alles heeft en er zo goed als niets voor hoeft te doen, blijft de aandacht want onder die 99 procent bevinden zich  de volledige schrijvende pers en alle politici.

Ik schreef hier al eerder over de Piketty-discussie die in elk geval voor ons land geen opgeld doet, bij ons is het bijna zo goed geregeld als in de praktijk mogelijk is. We staan er in de Gini-index, de juist dit soort verhoudingen wereldwijd meet, best heel goed voor. We behoren tot de besten, zeker als je het afzet tegen ons algehele niveau van welvaart en met ons vergelijkbare landen.

Als Piketty iets aantoont dan is het dat je met werken alleen niet snel rijk zal worden, je moet vooral ook risico’s durven nemen. En het blijkt dat mensen met vermogen daar eerder toe bereid zijn. Je krijgt dan af en toe flinke klappen maar door de jaren heen zullen de klappers in het algemeen in de meerderheid zijn.

De afgelopen week publiceerde het Amerikaanse zakenblad Bloomberg’s Business Week een opmerkelijk artikel over een fenomeen waarvoor ik in Nederland die data op dit moment nog niet kon vinden. Toch biedt de Amerikaanse situatie voldoende aanknopingspunten voor die in Nederland.

Om te beginnen neemt de arbeidsparticipatiegraad daar af, hij staat in de VS op een 37-jarig dieptepunt van 62,7 procent. Dat is alleen al te verklaren vanuit de toename van  ouderen die wel blijven leven maar niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Het kleurt op die manier dan ook de verbeterende werkloosheidscijfers, die worden immers uitgedrukt als een percentage van het arbeidspotentieel. Een lager percentage hoeft dus helemaal niet te betekenen dat er méér mensen aan het werk zijn. Maar een functionaris van de Federal Reserve (zeg maar: de centrale bank) van San Francisco signaleert een opmerkelijke trend. Juist onder de laagste betaalde banen neemt de arbeidsparticipatie toe terwijl die onder de beter betaalde banen afneemt. Bij de 10 procent families met de laagste inkomens nam de participatie toe van 33 naar bijna 44 procent, bij de 10 procent best verdienden families nam de participatie met 3 procent af. Het gaat om een meetperiode van 13 jaar.

Dat staat haaks op allerlei veronderstellingen over kansarmen op de arbeidsmarkt en de noodzaak van stimulering juist in dat segment. Maar het ondersteunt wel de stelling dat je met werken het niet gaat redden, daarvan word je niet rijk.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, Philips, Shell en Unilever en is Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.

Meer leuke content? Like ons op Facebook