Waarom – in Jezus’ naam – dragen werkende vrouwen nog hoge hakken?

Met Pasen herdenken we de lijdensweg van Christus door heel veel gerookte zalm te eten en voor het middaguur al te beginnen met stevig drinken. Althans, dat is hoe mijn familie het doet. In sommige katholieke landen staat het lijden iets meer op de voorgrond en slaan zelfgeselaars zich tot bloedens toe met een touw op hun rug. Voor ieder wat wils.

Dat geldt ook voor schoenen. Wie van comfort houdt draagt bijvoorbeeld bergschoenen of gympen. Wie liever sexy en langbenig is en daar blaren, misvormde voeten en gevoelloze tenen voor over heeft, kan kiezen uit een breed scala aan onpraktische schoenen met hoge hakken. Want ‘ze zijn zo mooi’ – kan best wezen. En ‘ze zitten echt heel lekker hoor’ – dat is een pertinente leugen. Zelfs de meest geoefende hakkendraagsters nemen vaak platte schoenen mee als ze een avond uit dansen gaan, of eindigen op blote voeten. Dat is als een blaadje sla bestellen omdat je zogenaamd geen honger hebt, en om klokslag twaalf midden op de dansvloer een quarterpounder uit je handtas toveren.

Ergens kan ik die vrouwen wel begrijpen. Zelf liep ik ook jarenlang op veel te hoge hakken rond omdat ik als modestudent – letterlijk – een reputatie hoog te houden had. Twaalf centimeter aan waggelend bestaansrecht. Het tij keerde toen ik na een nacht op experimentele kunststof sleehakken met diamantvormige doorkijkgaten maanden geen gevoel meer in mijn tenen had. Op de eerstvolgende vrijmarkt deed ik demonstratief mijn hele collectie voor bodemprijzen van de hand. Andere vrouwen dragen sindsdien mijn leed.

Function follows form
Je kunt over hoge hakken zeggen wat je wilt, maar als je je voeten wil gebruiken voor, noem eens iets geks, lopen, dan is het niet de meest voor de hand liggende keuze. In de geschiedenis zijn er meer kledingstukken en accessoires in de mode geweest die zo onpraktisch mogelijk waren. Daarmee liet je dan zien dat je de hele dag niets hoefde te doen. Het korset, dat vitale organen plette en de longen zo stevig insnoerde dat draagsters geregeld van hun stokje gingen, is het bekendste voorbeeld. Ontwerper Paul Poiret bedacht in 1910 de strompelrok, een enkellange rok die zo smal was dat je alleen heel kleine stapjes kon zetten. Om te zorgen dat hij niet uitscheurde, droeg je speciale voetboeien. In de zeventiende eeuw begon de Franse elite hakken te dragen. Hoe hoger, hoe adellijker. Anders dan het ongehakte voetvolk hoefden deze mannen en vrouwen niet te werken of lange stukken te lopen.

Mannen dragen tegenwoordig bijna allemaal platte schoenen. Logisch ook, want zelfs voor de allerrijksten is het niet meer statusverhogend om niet te werken. Carrièrevrouwen daarentegen beklimmen op stockfoto’s steevast op naaldhakken een ladder. En van mij mogen ze hoor – zwikkend op hakken de werkvloer bewandelen, gehuld in een maliënkolder het olympisch zwembad induiken of met wanten aan hun inaugurele rede typen. Wederom: voor ieder wat wils. Maar dat het in sommige sectoren min of meer verwacht wordt dat vrouwen hakken dragen, schoeisel dat ooit bedacht werd om te laten zien dat je geen klap uit hoefde te voeren, is natuurlijk te zot voor woorden.

Meer leuke content? Like ons op Facebook