De zes dagen die mijn Parijs voorgoed veranderden

Wilco Versteeg 9 jan 2018 Leven

In de eerste week van januari 2015 veranderen Parijs en Frankrijk grondig door verschillende aanslagen. Schrijver, fotograaf en Parijzenaar Wilco Versteeg maakte deze gedaanteverwisseling van dichtbij mee. Het sms’je ‘aanslag in Parijs’ was nog niet binnen of hij zat op de fiets naar het kantoor van Charlie Hebdo. In dit stuk blikt bij terug op deze spannende dagen, nu drie jaar geleden.

Het Frankrijk van 6 januari 2015 was radicaal anders dan het land waarin men op 11 januari in een uiting van nationale eenheid massaal de straat op ging om te demonstreren vóór vrijheid van meningsuiting. Tussen deze twee datums werd Frankrijk opgeschikt door verschillende aanslagen.

C’est parti!

Het moorddadige bezoek ten burele van Charlie Hebbo op 7 januari, de moord op een politieagent een dag later, en de gijzeling in een Joodse supermarkt op de negende januari hebben Frankrijk bruut wakker geschud voor de veranderende werkelijkheid van terreur. In deze dagen heeft Frankrijk gedag gezegd tegen duidelijk politiek gemotiveerd geweld, en heeft het kennis gemaakt met de minder duidelijk omlijnde methodes van Islamitische Staat.

Parijs
Beeld: Wilco Versteeg

“De aanval begint!” sms’t mijn beste vriendin vanuit Nederland. Ik sta op 9 januari al uren vlakbij de Joodse supermarkt in St. Mandé, net buiten Parijs, waar mensen gegijzeld worden. Vanuit Nederland word ik op de hoogte gehouden van wat er een meter of 50 verder plaatsvindt: ik zie of hoor nog niets dat duidt op beweging, tot er opeens enkele knallen te horen zijn, gevolgd door een hysterisch schreeuwende agent die zegt dat we zijn voorbeeld moeten volgen en het op een rennen moeten zeggen.

C’est parti! (“Het begint!”),” schreeuwt hij.

Er volgt een oorverdovend en lang vuursalvo dat me m’n hele leven bij zal blijven, maar dat lang niet zo indrukwekkend is als de stilte die daarna over de straten valt, alsof de spanning die de afgelopen uren is opgebouwd opeens verdwenen is en men weer adem kan halen. De sirenes van de af en aan rijdende ambulances lijken verstomd. De toeschouwers verdwijnen langzaam uit het straatbeeld.

Ik loop ook wat rond, langs scholen waaruit onder politiebewaking mondjesmaat kinderen worden vrijgelaten, langs bushokjes waarin al posters hangen met daarop ‘Je Suis Charlie’, refererend aan de aanslagen van twee dagen eerder. Ook de geëvacueerde daklozen van het plaatselijke opvangcentrum in deze uiterst chique wijk mogen weer terug naar binnen. Dit is het einde van enkele dagen waarin ik met heel Frankrijk mijn adem inhield en in spanning voor tv en laptop geplakt zat.

Een dag die te voorspellen leek

Woensdag 5 januari leek een dag te worden als elke andere. Een dag die vanaf het begin tot het einde te voorspellen leek, zo’n dag waarvan ik langzaam kotsmisselijk begon te worden. Al jaren werkte ik in Parijs aan een proefschrift over oorlogsfotografie. Iedereen die ooit een dissertatie heeft geschreven weet dat dit gepaard gaat met langere periodes van lamlendigheid, zelftwijfel en wereldverzaking, al dan niet in combinatie met een gaandeweg steeds problematischer wordend drink- en eetpatroon.

De enkele colleges die ik per week met veel plezier op de universiteit gaf, waren niet voldoende om dit writer’s block afzijdig te houden in een stad die me na jaren behoorlijk begon te vervelen. Onder het mom van ‘een nieuw jaar, nieuwe kansen’, wilde ik weer eens een poging wagen er de schouders onder te zetten. Terwijl ik las over de representatie van terrorisme in kranten, sms’te mijn moeder, die vaak nog eerder dan de NOS op de hoogte is van het nieuws. ‘Aanslag in Parijs’, schreef ze, en meteen zat ik overeind.

‘Aanslag in Parijs’

Vanaf kindsbeen ben ik gefascineerd door geweld, met als gevolg een flinke verzameling knipsels uit het Deventer Dagblad circa 1991 (ik was toen 5 jaar oud, WV.) met plaatjes van grote en kleine rampen, dus dit sms’je was voor mij het teken om de droge theorie opzij te leggen en meteen op mijn fiets te springen. ‘Aanslag in Parijs’, meer woorden waren er niet nodig om me uit de sluimertoestand te wekken waarin in al maanden verkeerde.

Nog net voor vertrek zag ik de walgelijke (toen nog ongecensureerde beelden) mee van de executie van een politieagent op een stoep waar ik regelmatig liep om naar m’n favoriete restaurantjes en kroegen te komen. Ik was nog geen journalist en maakte slechts hobbymatig foto’s, maar toch moest ik naar de plek waar even tevoren iets gebeurd was. Noem me een ramptoerist of een sensatiezoeker: daar zit een kern van waarheid in, maar het is ook de noodzaak om getuigen te zijn en te ervaren hoe een stad — waarmee ik een haat-liefdeverhouding heb maar die desalniettemin de mijne is — omgaat met deze vorm van geweld.

Parijs
Beeld: Wilco Versteeg

Spontaan protest

In de straten rond het kantoor was het veel stiller dan je aan de hoeveelheid mensen die ‘even’ kwamen kijken kon verwachten. De massaal aanwezige politie was muisstil, de lijkenbusjes die — denk ik — op dat moment werden geladen met de stoffelijke overschotten van de vermoorden journalisten leken geen geluid te maken.

Enkele uren later op Place de la Republique waar tienduizenden spontaan samenkwamen met in elkaar geflanste Je Suis Charlie-bordjes, voorpagina’s van de krant, met pennen, met de mededeling dat men niet bang is. Weer die bizarre stilte waarin een onuitspreekbare woede leek te schuilen.

Hutjemutje voor vrijheid

Hoe anders was dit zondag 11 januari, tijdens de grote mars van eenheid waaraan naast vele regeringsleiders een miljoen mensen op af kwamen. In de ijzige koud heb ik met een goede vriend uren op dezelfde plek in het gedrang stil gestaan terwijl het woord ‘Liberté’ als een religieuze incantatie werd geschreeuwd tot je er horendol van werd. Hutjemutje schuifelden we voort, vóór vrijheid en tegen terrorisme.

In deze paar dagen werd Frankrijk geconfronteerd met twee zeer uiteenlopende vormen van terrorisme. De aanslag op Charlie was klassiek en past goed in de aanzienlijke geschiedenis van de stad met geweld: de terroristen hadden een duidelijk doel, namelijk een hun onwelgevallige redactie het zwijgen opleggen.

Ook in Frankrijk zag je neiging, zelfs onder weldenkende mensen om, net als na de moord op Van Gogh in Nederland, het geweld zelfs halfslachtig af te wijzen: moord is nooit goed, maar misschien is Charlie Hebdo ook wel te ver gegaan. Het bekendste en meest beschimpte voorbeeld is de komiek Dieudonné. Victim shaming van de ergste soort.

Pseudo-apologieën

Ondanks deze pseudo-apologieën was het duidelijk: met deze aanslag zijn niks minder dan universele waarden als vrijheid van meningsuiting en daarmee het fundament van de open samenleving in het gedrang. De aanslag op de supermarkt, een van de eerste IS-aanslagen in Europa, miste deze duidelijke politieke doelstelling en is daarmee een ander soort aanslag, een aanslag zelfs die bijna vergeten lijkt en in de schaduw is komen te staan van het even willekeurige maar massalere geweld in Bataclan, enkele maanden later.

We zagen in de supermarkt de willekeur die ons ook zo gechoqueerd heeft bij deze latere aanslag: de terroristen werden niet gedreven door onvrede over de kwaliteit van het verse fruit in de supermarkt of de programmering van de concertzaal, maar door de noodzaak om zoveel mogelijk Joodse en ongelovige slachtoffers te maken, ongeacht de politieke uitingen of voorkeuren van de slachtoffers.

Parijs
Beeld: Wilco Versteeg

Westerse waarden

Waar de aanslag op Charlie geframed werd als een aanval op de vrijheid van meningsuiting en daarmee op Westerse waarden, kon de aanslag op de Joodse supermarkt niet in dit ideologische kader gevangen worden. Hier waren de vrijheid, gelijkheid, en broederschap die de Franse maatschappij stutten, niet in het gedrang.

Dit is mogelijk een van de redenen waarom de slachtoffers van de supermarkt niet massaal worden herdacht, en waarom de exodus van Franse Joden naar Israël uit een land dat de grootste Joodse en Islamitische gemeenschap van Europa heeft, niet de aandacht krijgen die je zou verwachten.

Waar ‘Je Suis Charlie’ een briljante vondst is en mensen weet te verenigen achter een duidelijke ideologie van vrijheid, heeft het latere geweld de maatschappij verdeeld: op deze aanslagen kon alleen gereageerd worden met verzuring van het debat, het uitroepen van de noodtoestand, en een roep om te grenzen te sluiten.

Stille straten

De vrijheid die naar Charlie Hebdo zo belangrijk leek, moest na verdere aanslagen aan banden gelegd worden. Uiteindelijk begint hier een nieuw hoofdstuk in de hedendaagse geschiedenis van Frankrijk: het totale falen van Hollande, de latere massale en gewelddadige demonstraties en de opkomst van extreemrechts. Frankrijk heeft zichzelf nog niet herontdekt na deze aanslagen.

Persoonlijk is het natuurlijk problematisch dat ik blijkbaar een aanslag nodig heb om mijn bed uit te komen, en dit is ook zeker de doden niet waard, maar sinds Charlie heb ik mijn camera niet meer neergelegd. De stilte die na de aanslagen de straten van Parijs zo vreemd maakten, mag niet langer klinken.

Reageer op artikel:
De zes dagen die mijn Parijs voorgoed veranderden
Sluiten