De vrouwelijke politicus is nog niet van de partij, zeker niet dankzij SGP

Ondanks SGP-lijsttrekker op lokaal vlak nog altijd bedroevend slecht gesteld met vrouwelijke politici

Het moge een Godswonder genoemd worden: de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) doet mee aan de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen met een vrouw als lijsttrekker. Op het eerste gezicht is het misschien een grote vooruitgang, maar met de vertegenwoordiging van vrouwen in de lokale politiek blijkt het over het algemeen nog steeds bedroevend slecht gesteld te zijn.

Voor de kersverse SGP-lijstrrekker Paula Schot (24) zelf is het ook even wennen geblazen. “Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen op bestuursposten kunnen zitten,” zei ze vrijdag in een interview met de Volkskrant. “Tegelijk geloof ik, en de SGP met mij, dat de man boven de vrouw is gesteld. Dat betekent niet dat we niet gelijkwaardig zijn, maar dat als het er echt toe doet, je als vrouw de man volgt. Bij een impasse neemt hij de beslissing.”

Lilian Janse, de eerste en enige vrouwelijke lijsttrekker van de SGP. Beeld: ANP/Marco de Swart

Hemel en aarde moesten inderdaad eerst verschoven worden eer vrouwen zich bij de SGP verkiesbaar mochten stellen. Pas na 10 juli 2012 – het algemeen vrouwenkiesrecht bestond toen al eventjes – na uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, kon de SGP er niet meer onderuit.

Vrouwen mochten niet langer uitgesloten worden van bestuurlijke functies, wat maakte dat de SGP in maart 2013 officieel zijn reglement aanpaste.

Een SGP’er in Amsterdam was tot op heden nooit voorgekomen. Echter, in slechts een aantal andere gemeenten werden er al wel een aantal gespot. De eerste vrouwelijke SGP’er stamt uit 2014, toen Lilian Janse zich verkiesbaar stelde voor de gemeenteraad van Vlissingen.

SGP
Een koe met SGP-reclame in een weiland naast de A12 op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Beeld: ANP/Remko de Waal

De overige vrouwen binnen de partij kunnen door het Reformatorisch Dagblad op één hand  geteld worden. Dit zijn Janneke Pekaar-Westerink (Amersfoort), Joanne Ligthart-de Bruin (Sliedrecht), Esther Velzen en Henne van der Slik-Bregman (beiden uit Zoetermeer), Jacolien Saarloos (Nissewaard) en Joëlle van Doleweerd-Verolme (Zeist).

Aandringen

In november vorig jaar behaalde Nijmegen een soortgelijke primeur. Voor het eerst in de geschiedenis waren in de stad vijf (!) vrouwelijke lijsttrekkers actief. Zo verdeelt deze gemeenteraad momenteel twaalf vrouwen over negenendertig zetels, twee meer dan in 2010. Daar moest overigens behoorlijk op aangedrongen worden.

In 2013 werd in de stad actiegevoerd door vrouwen voor meer diversiteit binnen de lokale politiek. Initiatiefnemer Mariët Mensink schreef daarop een pamflet dat stelde dat er tenminste veertien vrouwen nodig zijn voor een kritische gemeenteraad. “Zo langzamerhand moet dit toch ook vanzelfsprekend zijn,” zei ze vorig jaar tegen het De Gelderlander.

Kleine stijging

Iets meer dan honderd jaar geleden kregen vrouwen in Nederland het passief kiesrecht, het recht om gekozen te worden als volksvertegenwoordiger. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1918 werden meteen achtentachtig vrouwen gekozen, een landelijk gemiddelde van ongeveer o,9 procent. Sindsdien is het percentage vrouwen gestegen tot 28 procent, zo blijkt uit de laatste cijfers van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Kortom, in honderd jaar tijd is er sprake van een kleine stijging.

Op basis van onderzoek uit 2016 stelt Atria verder dat vrouwen op elk politiek niveau nog steeds ernstig ondervertegenwoordigd zijn. Al is het percentage vrouwen in grote steden hoger dan in andere gemeenten; gemiddeld 28 procent in de vier grote steden. Van de vijfenveertig zetels worden er momenteel door vrouwen vijftien bezet in Amsterdam, dertien in Rotterdam, negentien in Utrecht en drieëntwintig in Den Haag.

In gemeenten in Limburg en Zeeland is de vertegenwoordiging van vrouwen het laagst.